
Leestijd: 5 minDoor Gerben van den Dool
“Hey Adela, jij kent mij vast nog wel… Waar haal jij het gore t*ringlef vandaan, *****!” Oké, dit is obviously niet de goede manier om een discussie te openen. Of het nu gaat om een Jan Smit-fanclub,* voetbal, de kerk, of – nog erger – politiek: sommige mensen maken van discussiëren hun grootste hobby. Dus… hoe discussieer je wél goed?
Je kent het wel: je praat met je vrienden over een random onderwerp, zoals snacks. Je vertelt over je favoriete snack – de frikandel, natuurlijk – maar voor je het weet, ben je in een verhitte frituurdiscussie beland over de beste frituurhap die er bestaat. Met allerlei argumenten probeer je elkaar te overtuigen van jouw favo bittergarnituur. Tot je op het punt komt dat je hardop denkt: “Wat zijn we aan het doen? Het is zo zinloos!” Toch is discussiëren minder onzinnig dan je denkt.
Een discussie zo klein als over een frituursnack helpt je om een eigen mening te vormen, en om te leren hoe je die overtuiging woorden geeft. Ik, Gerben, vind het geven van mijn mening een van de moeilijkste dingen die er is. Ik zal eerlijk zijn: ik heb regelmatig ruzie met mijn vriendin. Onze discussies ontaarden bijna altijd in ruzie, omdat ik niet goed kan zeggen wat ik wil of nodig heb. Zelfs als het gaat om iets kleins als een frituursnack. Als ze vraagt waar ik zin in heb, zeg ik: “Kies jij maar.” En nu eet ik gefrustreerd een kroket, want ik wilde een frikandel. Niet zo handig. Daarom geef ik jou én mijzelf tips voor hoe het wel moet.
Jezus is mijn grootste voorbeeld. Als het gaat om een gezond gesprek voeren, kon Jezus er ook wat van. Hij heeft een bijzondere discussietactiek. In de Bijbel lees je over de woordenwisselingen die Hij heeft met de farizeeën en schriftgeleerden. Vaak legt Jezus gelijkenissen voor als Hij een punt wil maken. Een soort ‘stel je voor dat’-verhalen. Daarbij stelt Hij vaak een onmogelijke vraag, waardoor de slimme mensen met hun mond vol tanden staan. Er staat bijvoorbeeld zo’n verhaal in Lucas 14:1-6:
Toen Hij op sabbat in het huis van een vooraanstaande farizeeër was, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd, werd Hij scherp in het oog gehouden. Er was daar iemand met waterzucht. Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’ [de onmogelijke vraag] Maar ze zwegen. Hij pakte de man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg. En tegen de farizeeën en wetgeleerden zei Hij: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ [het ‘stel je voor dat’-verhaal] Ook daarop hadden ze geen antwoord.
Jezus liet iedereen in zijn waarde, maar won wel elke discussie. Het kan dus écht!
Dus als je weer een keer in een discussie terecht dreigt te komen over een Jan Smit-fangroep* of frituursnacks, probeer dan aan Jezus te denken. Blijf rustig, stel slimme vragen en laat iemand in zijn waarde. En als je toch een keer uit de bocht vliegt en ruziemaakt, zeg dan sorry. Wel zo fijn voor jou én Adela.
*Wij kunnen het ons niet voorstellen, maar mocht je de Adela-meme gemist hebben, bij deze:
De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.



