
Leestijd: 5 minDoor Daniëlle van den Brun
Een vakantie is bedoeld om tot rust te komen. Dat dacht Kyara (21) ook toen ze met haar tentspullen onderweg was naar Zuid-Limburg. Toen wist ze nog niet dat haar vakantie letterlijk en figuurlijk in het water zou vallen. Kyara: “Mijn vader grapte nog: ‘Als dat maar goed gaat.’”
“Het was mijn allereerste vakantie zonder ouders. Alles eraan was impulsief. Een goede vriendin en ik gingen kamperen, maar we hadden geen auto om de spullen in mee te nemen. We hadden alleen een tent. Door hier en daar wat kampeerspullen te lenen en mijn broer lief aan te kijken, belandde alles uiteindelijk op de camping in Valkenburg, Zuid-Limburg. Met de tent opzetten hielp hij helaas niet en, je raadt het al: dat ging niet top. Hij stond hartstikke scheef en de voortent belandde op de een of andere manier aan de verkeerde kant van de tent. Maar goed, dit waren kleine hobbels. Daardoor lieten we onze vakantie niet verpesten! Optimistisch gingen we door en maakten we een planning voor de vakantie: wandelen, een dagje Maastricht en naar een kabelbaan.”
“Het was alleen de eerste dag goed weer en daarna kwam de regen. Het regende zo hard en lang dat we op één dag twee films in de bioscoop hebben gezien. De tent was nat vanbuiten én vanbinnen, maar de sfeer zat er bij ons nog goed in. We besloten ’s avonds een drankje te doen in Valkenburg, wat nog een stuk lopen was vanaf de camping. Toen we daar waren, kwam iemand van de camping ons tegemoet. ‘Ik zou maar teruggaan,’ zei hij. ‘Volgens de voorspelling staat heel Valkenburg over drie uur onder water.’ Ik reageerde snel: ‘We hebben niet dat hele stuk gelopen om gelijk weer terug te gaan. We doen één drankje en dan lopen we terug.’ Hadden we maar naar hem geluisterd...”
‘Ik kon alleen maar bidden dat onze tent er nog stond’
“We zaten net in een leuk cafeetje toen ook mijn moeder alarm sloeg. Ze appte de weersvoorspellingen en tipte dat we beter naar de camping konden gaan. Toen we besloten om terug te lopen, was het al te laat. De straten lagen vol met zandzakken. De enige brug waarover je Valkenburg in en uit kon komen, was ingestort. We konden niet door het water heen, want de stroming was te sterk. Inmiddels was het elf uur ’s avonds en zaten we vast. Het enige dat we bij ons hadden waren een telefoon, een bankpas en de kleren die we aanhadden. Verder lag alles bij de tent, waarvan we ook niet wisten of die er überhaupt nog stond.”
We mochten niet eens douchen
“Gelukkig belde mijn moeder ondertussen naar een hotel waar we terecht konden. We werden samen in een kamer gezet, maar konden niet eens douchen. Door de overstroming was het hele riool verstopt en stonk onze kamer naar poep. Twee dagen lang moesten we in dat hotel blijven zitten. We mochten zelfs niet naar buiten. Inmiddels kregen we steeds vaker ruzie. Na twee lange dagen werd er een noodbrug aangelegd en zijn we zo snel mogelijk weggegaan. Onderweg naar de camping hebben we geen woord tegen elkaar gezegd en kon ik alleen maar bidden dat onze tent en spullen er nog stonden.”
“We hadden het geluk dat de camping een stuk hoger lag dan Valkenburg, waardoor alles nog stond zoals we het hadden achtergelaten. De vakantie hebben we niet afgemaakt. Toen we aankwamen gingen we douchen, onze spullen inpakken en ervandoor. We wilden allebei maar één ding: naar huis. Inmiddels is alles weer koek en ei tussen mij en mijn vriendin en kan ik lachen om wat er is gebeurd. De vakantie was prima, behalve het laatste stukje. Als ik daar niet aan denk, hebben we een hele leuke tijd gehad.”
