
Leestijd: 4 minDoor Jelte van der Horst
De vijftigste EO-Jongerendag draait om het thema Fearless Generation. Jan Pool, voorganger en schrijver, kende veel angsten in zijn leven. Vorig jaar deelde hij dat hij ongeneeslijk ziek is. Hoe gaat hij om met de angst voor de dood? Genoeg om te delen op 6 juni, maar eerst: wie is Jan Pool?
“Dat is in mijn geval waarschijnlijk dat ik spreker ben en op allerlei podia heb gestaan. Ik ben schrijver, ik heb een aantal boeken geschreven, en ik ben jarenlang voorganger geweest. Ook was ik betrokken bij het stichten van verschillende kerken, onder andere in Den Helder.”
“Nee, dit is de eerste keer. Ik heb wel vaker op conferenties gesproken, bijvoorbeeld op Opwekking, maar de EO-Jongerendag heb ik nog nooit gedaan.
Het is wel bijzonder, want het was altijd een droom van mij. Ik heb dat letterlijk eens opgeschreven tijdens een sessie met een coach. We werden uitgedaagd om groot te dromen, en dat vond ik best lastig. Ik had toen veel last van minderwaardigheidsgevoelens en faalangst. Toch heb ik het opgeschreven: spreken bij Opwekking, boeken schrijven en spreken op de EO-Jongerendag. Ik weet nog dat ik me daar bijna een beetje voor schaamde.
De eerste twee zijn later werkelijkheid geworden, maar de EO-Jongerendag niet. Toen ik rond de zestig was, heb ik dat eigenlijk losgelaten. Ik dacht: ze vragen daar vooral jongere sprekers, mijn tijd is geweest. Dus toen ik gevraagd werd voor deze editie, raakte me dat wel. Ik moest er zelfs van huilen. Dat had ik echt niet meer verwacht.”
Jan Pool
Een held is niet iemand zonder angst, maar iemand die angst voelt en toch doet wat hij moet doen.
“Ja, dat moet je eigenlijk niet aan mij vragen, maar aan jullie,” lacht hij. “Wat ik begreep is ik was opgevallen door een preek die ik hield bij Mozaïek, vlak nadat ik hoorde dat ik ongeneeslijk ziek ben.
Die preek ging ook over angst, en dat raakt natuurlijk aan het thema van de EO-Jongerendag. En toen is blijkbaar het verlangen ontstaan om mij een keer uit te nodigen. Voor mij was dat wel een verrassing, en dus een droom die uitkwam.”
“Rond mijn vijftiende was ik best een lastige jongen. Ik was niet christelijk opgevoed en werd regelmatig uit de klas gestuurd. In die tijd begon ik ook met drinken en had ik mijn eerste seksuele ervaringen. Als ik terugkijk was dat een periode van veel zoeken. Ik had best veel vrienden en was ook wel een populaire jongen, maar ik was eigenlijk niet mezelf. Ik wist niet goed wie ik was.
Ik ontdekte dat als ik me een beetje stoer gedroeg, ik erbij hoorde. Maar vanbinnen was ik onzeker. Ik ben zelf ook gepest op de basisschool, en dat heeft me wel gevormd. Soms liep ik mee met anderen, ook als dat niet goed was.”
Jan Pool
Toen ik op mijn vijfentwintigste tot geloof kwam, verdwenen die angsten niet zomaar.
“Angst is eigenlijk een thema dat mijn hele leven met me meeloopt. Mijn moeder had na de Tweede Wereldoorlog veel angstklachten, en dat heeft ook invloed op mij gehad. Ik ben zelf een angstig jongetje geweest.
Ook later, als volwassene, heb ik met angst geworsteld. In mijn studententijd had ik bijvoorbeeld veel last van hartkloppingen en was ik bang dat ik dood zou gaan aan een hartstilstand. Toen ik op mijn vijfentwintigste tot geloof kwam, verdwenen die angsten niet zomaar. Dat had ik misschien wel gehoopt, maar zo werkte het niet. Ik heb wel geleerd om ermee om te gaan.
Voor mij betekent ‘fearless’ dan ook niet dat je geen angst hebt. Dat is niet realistisch. Angst hoort bij het leven, maar het gaat erom dat je je er niet door laat leiden. Een held is niet iemand zonder angst, maar iemand die angst voelt en toch doet wat hij moet doen. Dat is voor mij wat een ‘fearless generation’ is.”
