Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Annelies (18): "Ik laat die hersentumor niet mijn leven bepalen"

11 februari 2019 · Leestijd 7 min

In de hersenen van Annelies (18) werd zes jaar geleden een tumor ontdekt. Toch droomt ze van de geraniums op haar tachtigste en haalt ze alles uit elke dag. Hoe kan zij zo optimistisch zijn? BEAM-redacteur Marlieke gaat een dagje mee naar de plek waar Annelies eventjes onbezorgd jong kan zijn: de Efteling.

Onder het welbekende, puntige dak van de Efteling ontmoet ik Annelies. Ze is als kind regelmatig in het park geweest. Ik complimenteer haar met haar looks, waarna ze vertelt dat het wel wat voeten in de aarde heeft gehad. “Mijn haar wilde vanochtend voor geen meter zitten. Ik raakte volledig in paniek. Dat komt omdat de bestralingen mijn hormoonhuishouding hebben beschadigd.” Ik schrik als ik hoor hoe gevoelig ze is voor stressvolle situaties. “Ik kan gaan trillen, flauwvallen, huilen … Extra medicijnen nemen – soms zelfs een injectie – is de enige manier om me weer oké te voelen.”  

afbeelding

Tekst loopt door onder foto:

Dreigende tumor

We maken een ritje in de Vogel Rok. Het wordt een vrij angstaanjagende vlucht, waarbij ik mijn ogen stijf gesloten houd. Annelies straalt juist. Dit ritje is niets in vergelijking met de rollercoaster die zij heeft moeten doorstaan. Ze kreeg op haar twaalfde te horen dat ze een hersentumor had. Een acht uur durende operatie en anderhalve maand non-stop bestralingen volgden. De tumor werd stabiel, maar de dreiging bleef.

Ik wist niet of ik mijn vijftiende verjaardag zou halen

“Ik ben niet ‘schoon’, dat zal ik ook nooit worden. Bij de operatie kon 80 procent van de tumor worden verwijderd. De rest zat om mijn oogzenuw en de hypofyse – een belangrijk orgaan – heen. Na anderhalf jaar was de tumor weer helemaal aangegroeid. De periode van bestralen was zwaar, maar ik wilde er liever niet aan toegeven. School was het enige waar ik aan kon denken! De Cito-toets, onze eindmusical … Ik wilde absoluut niet zielig gevonden worden.” 

Onzichtbaar gehandicapt

Dat blijkt ook wanneer we de invalide-ingang nemen bij de volgende attractie. De stoeltjes vormen een scheiding tussen de ‘gezonde’ mensen en ons. “Omdat ik blind ben geworden aan mijn rechteroog, kan ik geen diepte zien. Traplopen is hierdoor erg lastig, helemaal in dit soort donkere ruimtes”, legt ze uit. “Ik voel andermans ogen in mijn rug prikken, want ik zit niet in een rolstoel en heb geen been in het gips. Mensen kunnen niet zien wat er met mij aan de hand is en dat is weleens lastig. Toch ben ik blij dat ik in het dagelijkse leven niet als ‘gehandicapt’ word behandeld.” Annelies kijkt weer naar de andere bezoekers en lacht. “Een voordeel: nu hoef ik niet in die lange rij te wachten!” Met een opgeheven hoofd vol voorpret stapt ze in het karretje. Aan de linkerkant, zodat ze alles goed kan zien.  

afbeelding

Tekst loopt door onder foto:

Gevecht tegen kanker

We lopen langs Joris en de Draak en zien twee slierten van karretjes strijden om de winst. Kinderen gillen en lachen. “Heb je weleens het gevoel dat je je jeugd hebt overgeslagen?” vraag ik Annelies. Ze knikt. “Ik werd op mijn twaalfde in het diepe gegooid en ben heel snel volwassen geworden. Ik wist niet eens of ik mijn vijftiende verjaardag wel zou halen! Het was een gevecht tussen mij en de tumor, een gevecht waar ik geen ‘nee’ tegen kon zeggen.” Ze denkt even na. “Soms ben ik bang dat de tumor opnieuw toeslaat. Of dat ik volledig blind raak. Toch wil ik die tumor niet mijn leven laten bepalen.” Annelies klinkt resoluut. “Natuurlijk heeft de ziekte mijn leven gestuurd. Kanker heeft me een richting gegeven die ik nooit had gekozen, maar zo is het nu eenmaal. Ik wil er het beste van maken en genieten van de dingen die ik wél heb.” 

Zeventien achtbaanritjes

Dat dit geen loze woorden zijn, bewijst ze meteen. Annelies wijst naar Joris en de Draak. “Met Villa Pardoes, een stichting die ernstig zieke kinderen vakanties biedt, ben ik zeventien keer achter elkaar in deze achtbaan geweest! Nu ben ik zelf vrijwilliger voor de stichting en dat vind ik fantastisch! In die zin heeft de tumor me ook mooie dingen gebracht. De ziekte heeft me gemaakt tot wie ik nu ben."

Het helpt me om te kletsen met God

Nieuwsgierig kijk ik hoe ze een klein cadeautasje tevoorschijn tovert. ‘Liesjes design’ staat erop. “Kijk maar, voor jou!” moedigt ze me aan. Ik houd het tasje op z’n kop en er vallen twee armbandjes uit. Er bungelen een kruisje en een klavertjevier aan. “Die maak en verkoop ik zelf. De opbrengst gaat naar Stichting STOPhersentumoren.” Verlegen met dit cadeau verwonder ik me over haar optimisme.  

Pluk de dag

Tijd om op te warmen. We bestellen een warme chocolademelk met véél slagroom. Ik vraag me ondertussen nog steeds af hoe het kan dat Annelies ondanks de dreigende tumor zó positief in het leven kan staan. “Ik heb de dood in de ogen gekeken. Dit heeft veranderd hoe ik naar het leven kijk.” “Anders dan leeftijdgenoten?” vraag ik. “Zeker weten! Zij zeuren over school en zeggen: ‘Was het maar vrijdag!’ Ik pluk de dag en wil alles uit het leven halen. Niet over twintig jaar, maar nu! School, gezondheid, vriendschappen: deze dingen zijn allemaal niet vanzelfsprekend. Ik heb leren genieten van de kleine dingen. Een gebakje op de bank met mijn ouders, mooie notitieboekjes, ritjes in de auto … Ik kijk naar wat ik wel kan en heb, niet naar wat ontbreekt. Het leven is echt heel mooi, je moet het alleen wel willen zien.”  

afbeelding

Tekst loopt door onder foto:

Lang en gelukkig

Ik neem mijn laatste slok chocolademelk, terwijl Annelies haar medicijnen slikt. Hoofdpijn. Eigenlijk zoals altijd. “Op sommige dagen is het extra pijnlijk. Dan zit ik er echt even doorheen. Het helpt me om te kletsen met God. Hij is de enige die me begrijpt en kracht kan geven!” Neemt ze het God dan niet kwalijk? “Het leven is echt een cadeautje!” zegt Annelies stralend. “Ik geniet ervan en ben oprecht gelukkig.” Ik denk over haar woorden na terwijl we, opgewarmd en wel, naar het Sprookjesbos lopen. Als Annelies’ leven al zo mooi is, moet mijn leven een feest zijn. Ik kijk haar aan: “‘En ze leefden nog lang en gelukkig’, geloof je daarin?” Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen. Haar glimlach verbaast me dan ook. “Ja! Eigenlijk heeft elk sprookje iets negatiefs. Roodkapje wordt opgegeten, Hans en Grietje opgesloten … Toch leefden ze lang en gelukkig. Daar ga ik ook voor!” 

Fotografie: Marijn Fidder

Dit interview komt uit BEAM Magazine. Meer inspirerende interviews lezen? Word dan BEAM-lid!

Geschreven door

Marlieke