
Leestijd: 3 min
Gister hoorden we dat steeds minder kinderen tegenwoordig buitenspelen. Volgens onderzoek van Jantje Beton speelt nog maar 14% van de kinderen regelmatig buiten. Say what? Buitenspelen was toch het leukste wat er bestond? Voor alle millenials die vroeger wÊl tot in de late uurtjes (lees: 19:30) buiten te vinden waren: deze punten herken je sowieso.
Had je eindelijk alle moed bij elkaar geraapt om bij Sjakie om de hoek aan te bellen, deed zijn moeder open! Zij wist allang waar je voor kwam, maar liet je toch nog even stamelend vragen of diegene buiten kon spelen.
Het eten was klaar of je moest douchen, en jij was weer nergens te bekennen. Die boomhut moest gewoon vandaag nog af. Die schreeuwende stem van je moeder in de verte negeerde je maar even.
Een paar keer in het jaar trok je de stoute skeelers weer aan. Samen met je buurmeisje had je een hele route uitgestippeld. Maar als je de straat uit was, was je er ook wel weer klaar mee. RANJA DRINKEN!
Fietste je weer op je buurjongetje in of viel je achterover van de glijbaan. Boeien! Even naar binnen voor een pleister en weer door.
Het bosje naast je huis was voor een middag een gemeen monster, de wipwap was je raceauto en de olympische spelen vonden plaats op het klimrek. Het kon niet gek genoeg.
Langer licht betekent langer buitenspelen. Dit waren de beste avonden van het hele jaar.
Stoepranden, elastieken, Annemaria koekoek, tien tellen in de rimboe. Wat was jouw favoriet?
Als de besjes uit de bomen vielen kwam het favoriete moment voor jongens. Meisjes waren er iets minder gelukkig mee. Zij kregen de besjes namelijk op zich geschoten met de pvc buizen die de jongens in elkaar hadden gezet.
Je moeder wist inmiddels heus wel dat jij in bomen klom en grotten ging graven. Voordat je naar buiten ging moest je eerst altijd je oude kleren aan.
Nog meer nostalgie momentjes? Kijk dan hier!