14 april 2021

COLUMN: Ik heb een vlekje op mijn ziel

Iedereen heeft wel eens iets gemorst, maar ik ben toch wel de koning van de vlekjes. Tenminste, zo voelde het heel lang voor mij. Totdat ik in de keuken ging werken, waar ik erachter kwam dat vlekjes er gewoon bij horen.

Vrijdagavond, we eten een zelfgemaakte lasagne van mijn moeder. Er is familie op bezoek, dus voor de gelegenheid heb ik een nieuw, wit overhemd aangetrokken. Ik kijk naar beneden en ja hoor, daar is hij: het vieze rode vlekje dat iedereen aan tafel laat zien hoe onhandig ik wel niet ben. Ik schaam me. Gelukkig is het de rest niet opgevallen. Zo praten we een uurtje verder over onze studie- werk- en schoolervaringen terwijl ik de vlek probeer te verbergen. “Nee Edwin, is het weer zo ver?”, hoor ik mijn tante plagend vragen terwijl ze wijst naar de vlek. Betrapt. Ja het is weer zover… Waarom ben ik altijd zo onhandig? Iedereen lacht erom en gaat verder met hun gesprekken. Ze zijn mijn vlekje alweer vergeten. Maar ik niet. Vanaf dit moment beloof ik mijzelf om nóóit meer witte shirts te dragen.

Vlekjes horen bij het leven

De volgende dag moet ik werken, in de keuken bij een pizzeria. Ik trek mijn zwarte schort aan, pak een deegbal, strooi een flinke lading bloem op de werkbank en maak er een mooie, ronde pizzabodem van. De volgende bodem is aan de beurt en zo stuift de bloem alle kanten op. Aan het einde van de avond is mijn zwarte schort niet meer zwart, maar zit het helemaal onder de witte vlekken. Omdat ik zo gefocust bezig ben op het werk in de keuken, zie ik dat meestal pas aan het einde van de avond. Hoe vies het schort is, laat zien hoe hard ik heb gewerkt. In de bus terug naar huis bedenk ik me: waarom maakte ik me gisteren eigenlijk zo druk over dat vlekje op mijn witte shirt? Is dat echt zo anders? Ik was zo gefocust op het gezelschap en het lekkere eten dat ik niet zag dat ik gemorst had. Op mijn werk hoort het erbij dat ik er een rommel van maak, daar schaam ik me er niet voor dat mijn schort onder de poeder zit. Waarom schaam ik me er dan voor dat ik een klein vlekje op mijn shirt heb gemorst? Allebei komen ze er na een aantal rondjes in de wasmachine schoon uit.

Ik kan niks veranderen aan mijn fouten

In mijn 'normale' leven schaam ik me regelmatig voor de rommel die ik maak. Ik vergeet bijvoorbeeld wel eens een afspraak met een vriend na te komen, ik zeg sorry en hij vergeeft me meestel gelijk. Maar bij mij blijft de schaamte van die vergissing weken daarna nog door mijn hoofd spoken. Ander voorbeeld: wanneer ik voor mijn studie iets niet of te laat heb ingeleverd, ontwijk ik de docent weken en soms nog maanden daarna in de wandelgangen. Ondanks het feit dat we het conflict al hebben uitgepraat en hij of zij mij heeft vergeven. In mijn hoofd kan ik die fouten niet loslaten. Want die fouten blijven bestaan. Die kan ik niet meer uitwissen. Toch?

“Het bloed van Jezus wast ons schoon van alle zonden” – 1 Johannes 1:7

“Uw bloed wast ons witter dan sneeuw” – Psalm 51:9

“Ons lichaam is met schoon water gewassen” - Hebreeën 10:22

Jezus wist dat wij fouten zouden maken, Hij ziet onze ‘vlekjes’ en hoeveel last we daar soms van hebben. Jezus let niet op de uiterlijkheden, het maakt niet uit hoe groot of klein de vlekken in mijn leven zijn. Natuurlijk is het ‘zonde’ als er een vlekje op mijn ziel zit, maar het is pas écht zonde als ik het vlekje niet laat wassen. Pas als ik erken dat mijn zonden er zijn, kan ik om vergeving vragen bij mijn docent of mijn vriend. Die schaamte en schuld mag ik dan aan Jezus geven om me weer schoon te maken. Ik kan weer verder met mijn leven als ik me niet meer laat afleiden door alle ‘vlekjes’ die ik zelf zo erg vind. Ik mag Jezus op zijn woord vertrouwen dat Hij mij schoonwast.

Lees meer

Volg ons