Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Presentator Joram Kaat (27) ontmoette voor het eerst zijn vader: 'Hij gaat geen papa voor mij zijn'

24 september 2021 · Leestijd 11 min

Misschien heb je de podcast van Joram (27) ‘Who’s your daddy?’ al gezien. Hij liet daar een kwetsbare kant van zichzelf zien in de zoektocht naar zijn vader. In dit interview van CIP vertelt hij hoe het maken van deze podcast hem beïnvloedde.

De ouders van Joram scheiden voordat hij geboren wordt. Het meeste dat hij over zijn vader te weten komt, hoort Joram dan ook van anderen. Toch kan hij zijn vader ‘gewoon’ opbellen voor het maken van een afspraak. De presentator begint zijn verhaal daar waar de podcast eindigt. “Ik heb mijn vader uiteindelijk ontmoet in mei dit jaar. Na het gesprek met hem dacht ik: wat moet ik nu nog? Wat ga ik doen? Waarom zou ik hem ooit nog zien? Dat was mijn eerste reactie in de dagen na het gesprek. Mijn vriendin zei toen op een gegeven moment: ‘Dan ga ik hem dus nooit ontmoeten.’ Dat vond ik ook wel gek, zeker omdat ze door de podcast zoveel over hem gehoord had. Ik schommelde in gedachten een beetje heen en weer.

Later wilde ik het afscheid van mijn vader weer definitief maken door hem een brief te schrijven of nog één keer langs te gaan met de mededeling dat ik hem nooit meer wilde spreken. Toen zei een therapeut dat ik dit soort dingen nooit definitief moet maken. Want misschien dat ik er over tien jaar toch weer anders over denk als ik zelf vader ben geworden. Dat is een goed punt. Ik weet dus niet of ik hem ooit nog ga zien. Maar ik hoef nu geen contact met hem en heb hem sinds die ontmoeting ook niet meer gesproken. Dat is voor mij natuurlijk ook wel een signaal. Sinds de podcast heeft hij geen toenadering gezocht.”

Papa

Voor iemand die middenin het verhaal valt kan de reactie van Joram bevreemdend zijn. Ook na het beluisteren van de ontmoeting tussen Joram en zijn vader zou een buitenstaander kunnen denken dat er een redelijk normaal gesprek heeft plaatsgevonden. Maar wanneer je alle zes afleveringen beluistert, krijg je een breder beeld. Jorams broer en zus hadden een omgangsregeling met hun vader maar voor Joram gold die regeling niet. Ook het feit dat zijn vader geen vragen aan hem stelt tijdens de ontmoeting steekt de presentator.

In mijn hart voel ik nog van alles voor hem. Dat maakt het lastig maar dat vind ik ook heel mooi, dat het zo sterk werkt

Joram: “Je vraagt of ik in de toekomst misschien nog iets af moet sluiten met hem. Maar er valt voor mij niks af te sluiten met mijn vader. Ik heb altijd een keer naar hem toe willen gaan om hem te ontmoeten en te spreken. Dat heb ik nu gedaan. Daaruit is voor mij duidelijk geworden dat hij niet een papa is of gaat zijn voor mij. Ik ken hem verder niet. Als hij overleden is dan zou ik naar zijn begrafenis gaan uit respect, om het feit dat hij mijn vader is. Meer is het niet. Op dit moment. Ik ben mij er dus ook bewust van dat het morgen allemaal weer anders kan zijn. Dat is ook het rare aan dit alles. Hij zit in mij, genetisch ben ik onderdeel van hem. Het is zo intensief en groots en ook nog zo recent dat ik nog niet in definitieve keuzes kan praten.”

Compassie

De vader van Joram heeft een drankverleden en lag eerder al op het randje van de dood. Daardoor is hij lichamelijk fragiel. Ook zou hij mogelijk kampen met een persoonlijkheidsstoornis. Zorgt deze kwetsbaarheid voor iets van compassie bij Joram richting zijn vader? “Ik heb op het gebied van compassie tonen richting hem voor mijn gevoel het ultieme gedaan. Ik ben naar hem toe geweest, ik heb hem alle ruimte gegeven om alles te vertellen en ik heb geen greintje compassie terug ervaren. Dat kan ik accepteren. Dat is voor mij het antwoord op de vraag wie mijn vader is, maar dat geeft mij niet de ambitie om aan iets te bouwen. Want om iets op te bouwen zijn twee mensen nodig. Elke keer dat ik naar hem toe zou gaan, ga ik denk ik weer teleurgesteld worden. Want er is altijd toch de hoop dat het anders gaat zijn, dat is het gekke.”

Onvoorwaardelijk

Joram legt uit hoe dat zit: “In mijn hart voel ik nog van alles voor hem. Dat maakt het lastig maar dat vind ik ook heel mooi, dat het zo sterk werkt. Daar zit voor mij ook de onvoorwaardelijkheid in. Dat heb ik nooit begrepen. Ook als het ging om Gods onvoorwaardelijk liefde. Ik was daardoor gefascineerd maar snapte er nooit wat van. Nog steeds snap ik daar weinig van, maar nu ik dit voel, denk ik wel: dit is die onvoorwaardelijkheid. Alleen is het niet zozeer liefde voor mijn vader maar wel een onvoorwaardelijkheid in onze band.

Ook als ik ervoor kies om hem nooit meer te willen zien, nog steeds bepaalt hij mij. Niet als persoon maar wel als mijn vader. Als mijn moeder wat over hem zegt, merk ik dat ik opeens zeg: ‘Maar wacht even, dat heeft ook twee kanten’. Lachend: “Dan ben ik hem opeens aan het beschermen en denk ik: wat ben ik nou aan het doen? Maar dat gebeurt, ja. Ik kan zelf een uur lang heel negatief over hem praten maar als een ander het dan een minuut doet, denk ik: ‘Wauw, hoe durf je!’ Dat heeft denk ik iedereen bij zijn ouders. Dat zit in het diepste van je kern.”

Door mijn werk word ik heel vaak geconfronteerd met geloofsvragen en vorig jaar barste de bom een beetje

Confrontatie

God als Vader zien is niet makkelijk voor Joram en hij worstelt nog altijd met dat beeld. “Ik ben opgegroeid in een super charismatische kerk. Daar hoorde ik dat ik een hemelse Vader had. Dat vond ik lastig maar ik ben altijd wel heel close geweest met God. Ik kleurde ook altijd met iedereen mee. Ze waren heel blij met mij omdat ik als kind nooit buiten aan het vechten was ofzo. Ik was altijd de (schijn)heiligste van het stel. Ik doe altijd wat je wil omdat daar een hele diepe verlatingsangst onder zit. Als ik iets verpest dan wil een ander mij niet meer en dat wil ik ten allen tijden voorkomen. Zo ging dat dus ook bij God, geloven en de kerk. Ik deed overal aan mee maar diep van binnen snapte ik van heel veel dingen niet hoe ze in elkaar zaten.”

Joram vervolgt: “Door mijn werk word ik heel vaak geconfronteerd met geloofsvragen en vorig jaar barste de bom een beetje. Ik bedacht mij dat ik op heel veel vragen die essentieel zijn niet wist wat ik daarvan vond. Eerst werd dat bijna een soort paniekaanval maar daarna zorgde het juist voor rust en ontspanning. Het voelde als een proces van volwassen worden in mijn geloof. Want wat vind ik nou zelf van deze vragen die vaak langskomen op mijn werk? In dat verlengde ligt ook deze zoektocht. Psychiater Steven Pont liet mij zien dat ik geen eigen verhaal had en daarom wilde uitzoeken wie nu mijn vader was en wie ikzelf ben.

In theorie geloof ik wel dat God mijn hemelse Vader is, maar ik ben daar nog niet. Ik ben nog niet op dat punt. Ik moet eerst gaan formuleren wie ik ben en in welke zooi ik zit. Dus het beeld van God als Vader is voor mij nog niet duidelijker geworden, maar wel de rol en ruimte die ik moet gaan innemen om te zien wie ik ben als Gods zoon. Daar ben ik nu mee bezig.”

Rust

De podcast heeft vanzelfsprekend veel losgemaakt bij Joram. Hij is nog niet echt toegekomen aan het verwerken van alle gesprekken en ontmoetingen. “Ik heb nu afgesproken om een maand rust te nemen. Ik ga niet op vakantie maar ik ga thuis op een stoel zitten. Om deze hele zoektocht te laten landen, want door er een podcast van te maken gebeurde er heel veel met mij persoonlijk en tegelijkertijd was ik ook met het maakproces bezig. Of het audiolevel bijvoorbeeld dat hoger moest, of een muziekje iets korter. De microfoon was mijn houvast. Ik merk dat er nu erg veel onrust in mij zit. De laatste tijd ben ik vaak ontzettend humeurig terwijl ik dat eigenlijk nooit ben. Die emoties komen eruit als ik alleen ben. Dus dat wordt wel een spannende maand. Daarom loop ik nu ook rond met een hele oude telefoon. Ik wil weg van de prikkels. Wat als ik echt alleen met mezelf overblijf?”

Weet je, de ergste stukken zitten er niet in als het gaat om de gesprekken met mijn vader en moeder. In eerdere montages wel. Dan zei ik: ‘Kijk, hier hoor je wat voor ‘n klootzak het is!’

Door erover te praten zegt Joram ook weer tot nieuwe inzichten te komen over hoe hij naar de zoektocht naar zijn vader aankijkt. Hij praat nog steeds met therapeuten en vraagt hen om advies. Het is een proces dat veel mensen misschien nooit durven aangaan met zichzelf. “Ik hoor veel van jongeren dat ze door mijn podcast nu ook bezig zijn gegaan met hun eigen verhaal. Een therapeut vertelde mij dat het net zoiets is als je slaapkamer opruimen. Je staat in een kamer vol met rotzooi en als je een doos naar links schuift kun je nog net naar de deur. Je denkt dan misschien: ‘Mooi, dat is opgelost.’ Maar de zooi is er nog steeds. Zo leven we allemaal ons leven en zijn we vaak constant dingen aan het verschuiven. Dat lukt totdat het echt misgaat en je kamer overvol is. Ik leefde mijn leven prima en had mijn vader helemaal niet nodig. Maar nu ben ik mijn kamer aan het opruimen. Ik ben in ieder geval dingen aan het ordenen. Zo kan ik als een meer opgeruimd mens verder. Dat voelt voor mij heel goed.”

Hoe kunnen christenen die een goede band hebben met hun ouders zich volgens Joram op een juiste manier opstellen richting mensen die dat niet hebben? “We praten heel vaak vanuit een bepaald oordeel. Terwijl wanneer ik iemand ga interviewen ik mij er heel erg bewust van ben dat ik iemand niet wil sturen. Ik probeer eigen bagage weg te halen uit een vraag en dat vind ik een hele mooie manier van praten. Daarmee geef je iemand alle ruimte om te vertellen wat hij of zij ervan vindt. Daarom vind ik interviews heel fijn, terwijl ik praten over mezelf heel moeilijk vind. Dus samenvattend: luister echt. Stel vragen om het verhaal te horen en vraag wat iemand nodig heeft, of hoe iemand ergens in geholpen kan worden.”

Boze zoon

Die luisterende houding probeerde Joram ook toe te passen in het maken van zijn podcast. “Ik heb vanwege die aanpak ook heel veel niet kunnen gebruiken in mijn podcast omdat ik tijdens gesprekken een bepaalde emotie inging. Dat wilde ik niet. In de eerste drie afleveringen wordt er bijvoorbeeld van alles over mijn vader gezegd zonder dat hij daar een weerwoord op kan geven. Dus ik wilde ook goed naar voren brengen wat hij daarop te zeggen had. Als ik bijvoorbeeld uit emotie had gemonteerd… Weet je, de ergste stukken zitten er niet in als het gaat om de gesprekken met mijn vader en moeder. In eerdere montages wel. Dan zei ik: ‘Kijk, hier hoor je wat voor ‘n klootzak hij is!’ Maar dan zei mijn eindredacteur: ‘Nee, je bent nu als boze zoon aan het monteren en niet als maker.’ Dat klopte dan, inderdaad. Dat was wel lastig. Je schiet constant in de emotie.

Het sjiekst was het misschien geweest om het helemaal niet op deze manier te doen. Maar om een eigen verhaal te maken, kan je dat van een ander soms schaden. Dat vertelde een systeemtherapeut mij. Ouders zijn bezig om je op te voeden met een bepaald verhaal waarbij ze je ook pijn doen. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Je mag dit niet en dat niet.’ Ook als puber ga je op jouw beurt weer tegen je ouders in om los te komen van hen. In dat perspectief zie ik deze podcast ook. Natuurlijk is er elke dag tijdens het maakproces een stem in mijn hoofd geweest die zei: ‘Dit kan je niet maken. Je benadeelt je vader. Dit is lullig voor hem.’ Dat speelde heel erg op in de dagen voor de eerste aflevering. Maar het was echt nodig. Het is misschien een onchristelijke gedachte maar in die zin heb ik echt moeten leren om wat meer aan mijzelf te denken. Normaal hoef je daar bij een interview niet over na te denken maar nu was alles met elkaar verweven.”

Dit artikel is afkomstig van CIP. Het originele artikel vind je hier

Geschreven door

Lotte