Waarom staan er zoveel gewelddadige teksten in de Bijbel? Het Oude Testament (het eerste deel van de Bijbel) lijkt hierin heel anders dan het Nieuwe Testament (het tweede deel), toch? En wat zegt dit over God? Is God een gewelddadige god?
Deze tekst komt uit de nieuwe jongerenbijbel.
Als kind heb je waarschijnlijk de mooie verhalen uit het Oude Testament gehoord: over Abraham en Sara die na lang wachten eindelijk een zoon, Isaak, kregen. Over koning David, die zo mooi op zijn harp kon spelen. Later ben je misschien zelf de Bijbel gaan lezen en schrok je soms van wat erin staat. De IsraeĢlieten moesten de inwoners van het beloofde land verjagen of zelfs doden. En die koning David heeft heel wat moorden op zijn geweten. Is het Nieuwe Testament niet veel vriendelijker en mooier?
EeĢn principe moet je nooit vergeten bij het lezen van de Bijbel: denk aan de context. Dat betekent dat het heel belangrijk is om te lezen wat er rondom een vers of een verhaal staat, dat je de wereld waarin het zich afspeelde moet begrijpen en rekening moet houden in welk Bijbelboek iets staat.
Oorlog voeren was in de wereld rondom IsraeĢl heel normaal. Een koning werd geacht oorlog te voeren om z'n land te vergroten of om vijanden buiten de grenzen te houden. Veel teksten uit het Oude Nabije Oosten (AssyrieĢ, BabylonieĢ, KanaaĢn) gaan over oorlogvoering en geweld. De afbeeldingen die koningen in hun paleizen lieten aanbrengen, gaan over macht, strijd, het doden van vijanden. Hoe meer volken een koning onderwierp, hoe beter ā en dat ging er niet zachtzinnig aan toe.
In zo'n wereld had IsraeĢl natuurlijk ook een leger nodig. IsraeĢl was geen volk dat los van zijn omgeving op een wolk leefde, maar een heel concreet volk in een concreet land. Toch is vechten niet het ideaal en de Bijbel spreekt er vaak anders over dan de teksten van andere volken. Lees Deuteronomium 20 maar eens, waar een leger steeds kleiner wordt in plaats van groter! Het verhaal van Gideon is daarvan een goed voorbeeld (Rechters 7:1-8). En in 1 Kronieken 28: 2-3 staat dat koning David geen tempel mag bouwen omdat hij oorlogen heeft gevoerd en bloed vergoten. Bij de AssyrieĢrs zou hij juist uitbundig zijn geprezen!
Hoe zit het dan met Psalmen waarin om wraak voor de vijanden wordt gevraagd (bijvoorbeeld in Psalm 57, 58 en 59) of waarin de dichter zelfs over het āhatenā van de vijand spreekt (Psalm 139: 19-22)? Kort gezegd gaat het erom dat de gelovige uitroept naar God dat hij wordt vervolgd en bedreigd. Hij neemt niet zelf wraak, maar schreeuwt tot de Enige die hem kan redden. Het āhatenā van wie tegen God opstaan, betekent dat de dichter volkomen loyaal wil zijn aan Gods zaak. Daarbij drukt hij zich voor ons gevoel wel veel feller uit dan wij zouden doen (hoewel we op sociale media behoorlijk sterke taal aantreffen).
Het ideaal is in het Oude Testament een tijd van vrede. De profeten dromen van
een toekomst waarin de mensen āhun zwaarden omsmeden tot ploegijzersā (Jesaja 2: 4 en Micha 4: 3). Maar waarom moesten de IsraeĢlieten de KanaaĢnieten dan doden (Deuteronomium 7: 1-2)? Dat waren toch onschuldige mensen? Dat is nog maar de vraag. Ze stonden bekend als gewelddadig (dat weten we uit literatuur uit die tijd) en brachten waarschijnlijk kinderoffers. Volgens Genesis 15: 16 had God nog geduld met hen (hier worden ze āAmorietenā genoemd), maar op een gegeven moment was de maat vol. IsraĆ«l moest het oordeel van God uitvoeren. Maar let op: dat was toen, op dat moment in de geschiedenis. Het mag nooit worden gebruikt als excuus in onze tijd voor volkenmoord.
Overigens kom je in het Nieuwe Testament ook radicale uitspraken tegen over het wegdoen van het kwaad. Denk maar aan Jezusā woorden dat je je hand of voet moet afhakken als die je op de verkeerde weg brengen (Mattheüs 18: 8). Die uitspraak moet je niet letterlijk nemen, maar hij geeft wel aan hoe serieus Jezus is en dat iets negatiefs wat klein begint, grote gevolgen kan hebben.
Het uitroeien van de KanaaĢnieten is in de praktijk niet gebeurd, maar dat had grote gevolgen. De KanaaĢnitische godsdienst vormde voortdurend een bedreiging voor IsraeĢls geloof in God. Uiteindelijk leidde IsraeĢls gedrag tot de ballingschap.
In het Nieuwe Testament staan de verhalen over Jezus en over de eerste christenen, de eerste gemeente. De context is anders: de christelijke gemeente verspreidt zich onder alle volken. Ze woont niet in eĢeĢn land, met grenzen die moeten worden verdedigd. Er is geen aardse koning, maar haar koning is Jezus, die nu aan de rechterhand van de Vader zit en van daaruit zijn gemeente leidt.
Strijd is er wel in het Nieuwe Testament: namelijk tegen de tegenstander van God, de satan, en zijn aanhangers. Paulus beschrijft in EfezieĢrs 6 de wapenrusting van een gelovige in de taal van het Romeinse leger. Wapens zoals geloof, waarheid, gerechtigheid en het Woord van God.
Het boek Openbaring vertelt veel over strijd, vaak in de taal van de profeten. Er is een geestelijke strijd gaande, waarbij Jezus Christus de Overwinnaar is. In de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, die God zal scheppen, komt dood niet meer voor en oorlog dus ook niet (Openbaring 21: 1-4). Tot die tijd moeten christenen āvredestichtersā zijn (Mattheüs 5: 9).
Deze tekst komt uit de nieuwe Jongerenbijbel. Deze nieuwe Bijbel heeft extra uitleg bij belangrijke thema's en bijbelse personen. Check hier meer info over deze Bijbel:

