
Leestijd: 3 min
Tijdens dit WK val je van de ene verbazing in de andere. Kleine landen vallen op door hun doorzettingsvermogen, het christelijk geloof zie je overal terug en oude spelers bewijzen voor de laatste keer waarom ze ooit zo goed waren. Er is één land dat het allemaal heeft: Curaçao.
Curaçao schreef deze maand geschiedenis door als kleinste land ooit op een WK te staan. En ja, hun eerste wedstrijd tegen Duitsland werd sportief een pijnlijke avond. Maar na het laatste fluitsignaal gebeurde er iets dat minstens zo veel bleef hangen als de uitslag.
Op de middenstip vormden meerdere spelers van Curaçao een kring om samen te bidden. Even later sloten ook Duitse spelers Felix Nmecha en Jonathan Tah aan. Nmecha, zelf open over zijn geloof, legde na afloop uit waarom hij meedeed: “Tijdens de wedstrijd zijn we tegenstanders, maar na de wedstrijd zijn we allemaal christenen en broeders.”
De weergave van Instagram vereist jouw toestemming voor social media cookies.
Dat gebedsmoment kwam niet uit het niets. Binnen het team van Curaçao speelt geloof al langer een grote rol. Spelers bidden samen, zingen samen en spreken open over wat hen draagt. Een van de spelers die daar duidelijk woorden aan geeft, is Kenji Gorré.
De 31-jarige aanvaller, die jarenlang voor Curaçao uitkomt, vertelde aan Sportnieuws.nl dat het geloof steeds belangrijker is geworden binnen de selectie. “God vormt echt het fundament van dit team”, zegt hij. “Ik ben nu zeven jaar international en het bidden heeft écht indruk op me gemaakt. Zes jaar geleden ben ik christen geworden, Jezus heeft mijn leven veranderd."
Voor Gorré is geloof dus geen los onderdeel naast voetbal. Hij vertelt dat zijn leven veranderde toen hij besloot niet meer alleen zijn eigen wil te volgen. “Zes jaar geleden kwam God mij tegemoet en zei: doe het op mijn manier. Ik heb mijn leven aan Hem onderworpen en sindsdien is mijn leven veranderd. Ik ontving een vreugde die niet door omstandigheden kan veranderen.”
Volgens Gorré begint bijna iedere dag binnen de selectie met dankbaarheid en gebed. Niet omdat voetbal onbelangrijk is, maar juist omdat het team gelooft dat het leven groter is dan voetbal. Voor wedstrijden bidden ze onder meer om bescherming, om te kunnen genieten van het moment en om te onthouden dat Gods wil boven alles staat.
Dat het geloof zichtbaar werd op de middenstip, kwam niet uit het niets. Vlak voor vertrek naar het WK kwam de Curaçaose selectie in Noordwijk samen voor een avond van gebed, worship en getuigenissen. Spelers, staf en betrokkenen namen bewust tijd om stil te staan bij hun geloof voordat ze naar het grootste voetbalpodium ter wereld vertrokken.
Ook sportief schreef Curaçao daarna geschiedenis. Tegen Ecuador pakte het land zijn eerste WK-punt ooit: 0-0. De grote man was keeper Eloy Room, die vijftien reddingen verrichtte en daarmee een WK-record pakte voor een wedstrijd zonder verlenging. Zelf had hij dat tijdens de wedstrijd niet eens door. “Ik was gewoon bezig om geen doelpunt tegen te krijgen,” zei hij tegen VI. “Ik was me er niet van bewust dat ik geschiedenis kon schrijven.”
