31 juli 2020

GASTCOLUMN: Blijven rennen in de vakantie

Eind juni. De tentamens zijn achter de rug en de laatste studiepunten worden naar binnen gesprokkeld. Eindelijk heb ik vakantie, maar ik juich nog niet. Eerst volgt namelijk altijd een vreemde periode van ontwenning. Ik word nog steeds wakker met mijn handboek architectuur in mijn armen, voor beiden geen pretje. Daarna volgt een korte periode van verwijdering. Langzamerhand verwijdert mijn brein elk van de tientallen openstaande tabbladen in mijn hoofd, academische vaardigheden sijpelen zachtjes uit mijn brein en maken plaats voor de geur van vers gemaaide grasvelden en witte wijn.

Dat moment kwam voor mij een week geleden, en op dit ontnuchterende moment realiseerde ik me dat ik in de hele eerste week van mijn vakantie, nauwelijks plannen had. Angstvallig greep ik naar mijn telefoon en begon vliegensvlug berichtjes te sturen. Of ik extra kon werken. Of het niet eens tijd was voor een drankje, een kop koffie of een etentje met eenieder. Ik printte een kalender uit voor de komende tien weken en begon ijverig al mijn afspraken in te plannen. Binnen een dag zat mijn eerst zo serene week helemaal vol met sociale aangelegenheden. Opgelucht haalde ik adem.

Vanochtend heb ik iets heel dappers gedaan: mijn laatste koffieafspraak afgezegd.

Want je zou maar niks te doen hebben. Je zou maar stoppen met vliegen van hot naar her, en in plaats daarvan neer te dalen op de aarde om eens goed om je heen te kijken. Om eens na te denken zonder tijdslimiet. Om eens te gaan wandelen zonder te weten hoeveel kilometer per uur je loopt. Dat is allemaal gevaarlijk. Dus ik ren door, als een paard met oogkleppen die geen links of rechts kent.

Elke dag een deadline

Nu is de week bijna voorbij. Ik heb glazen wijn gedronken, marshmallows geroosterd boven de barbeque en waterijsjes gegeten in een half opgeblazen zwembadje in de tuin. Elke activiteit is keurig afgestreept op mijn planner, met een groene marker. Alsof elke dag een deadline is, maar in plaats van tweeduizend woorden over landschapskunst, wissel ik er vierduizend uit over nieuwe liefdes en oude vetes. Zolang je afleiding zoekt, denk je niet na, dat was mijn tactiek. Deze blijkt matig te werken.

Vanochtend heb ik iets heel dappers gedaan: mijn laatste koffieafspraak van de week heb ik afgezegd. In plaats daarvan ben ik in de tuin gaan zitten met een heel dik boek waarvan mijn ogen altijd blijven steken op pagina veertien. Op pagina negentien aangekomen, klap ik het boek dicht en probeer me voor te stellen hoe het zou zijn om de taal van vogels te kunnen spreken. Ik concludeer dat daar hele interessante conversaties uit zouden kunnen komen.

Stoppen

Echter, ondanks dat ik vandaag expres niets doe, vult mijn hoofd het dagschema automatisch alweer in. 9.30-10.15u, lezen in de tuin. 10.15u-10.30u, filosoferen over vogels.10.30-11u, hersenspinsels over vogels uittypen op de computer. Het is nu 10.43u. Ik ben keurig op schema. Moedeloos laat ik mijn handen van het toetsenbord glijden. Eigenlijk moet ik mijn planner weggooien. Maar dan heb ik niets meer om met mijn groene marker af te strepen. Ik besluit terug te gaan naar mijn boek. Misschien kom ik nu wel op pagina vierentwintig.

Abrupt stoppen met rennen is ook wel moeilijk. Ik ga dan maar voor nordic-walking deze zomer. Wie weet, eindig ik dan wel slenterend.

Lees meer

Volg ons