Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down Icon--npo3
21 september 2019

GASTCOLUMN: Ik ben een pechvogel en dat is oké

Vorige zomer kreeg ik tijdens een leuk avondje uit een niet geheel nuchtere man van zo´n tachtig kilo tegen mijn al geblesseerde knie aan. Gevolg: drie weken op krukken en een vakantie afgezegd. Eerder dit jaar landde ik met handbal op een anders voet waarna mijn enkelbanden scheurden; opnieuw liep ik op krukken tijdens één van de belangrijkste tentamenweken van het jaar. Onderhand zijn die krukken wel zo aan mijn lijf vastgegroeid, dat ik er een marathon mee zou kunnen rennen als het moet. Even later verzoop mijn geliefde Macbook in een plasje water door toedoen van een kwaadaardig flesje, waarvan het merk ervan mij liet geloven dat ze de kosten zouden vergoeden, om bij het zien van de rekening pijlsnel terug te krabbelen.

En nee, we zijn er nog niet. Ik maakte een uitstekend vakantieschema om na de examens bezig te blijven, eentje die nu, na een aantal weken, in stukjes op mijn bureau ligt te vergaan. De baan die ik vond gaf me geen uren, de studie die ik had gekozen bleek niet de juiste en ik zit dagelijks met mezelf in de knoop. Dit alles is een onderdeel van de welbekende examenkater; je hebt keihard gewerkt  en weet nu niet meer wat je met je brein, tijd of massa’s markeerstiften aanmoet. Ik heb geen baan, geen geld, nog steeds geen laptop en geen kamer. Ik durf met alle zekerheid te zeggen dat ik nu gestresster ben dan vóór de examens. Wat ik nu namelijk het allerliefst zou doen, is een stapel borden pakken uit de keukenkast, om deze op de straatstenen kapot te slaan, terwijl ik mijn longen uit mijn lijf schreeuw.

Dit klinkt als een klaagzang, maar maak je geen zorgen. Klagen maakt een mens bitter en, laten we eerlijk zijn, je komt er geen stap verder mee.

God geeft ons nooit meer dan we aan kunnen

Ik kijk regelmatig een enorm afgezaagde, historisch-romantische tv-serie waar je bijna misselijk van wordt, genaamd ‘When calls the Heart’. Ondanks dat het verschrikkelijk voorspelbaar is, ontspant het wel. Het verhaal gaat over een klein stadje, ergens in het wilde westen, zo’n honderd jaar geleden. De bewoners krijgen de zwaarste verliezen te verduren, maar één van de hoofdpersonages schaart deze verliezen nooit onder ‘pech’, ‘straf’ of ‘het lot’.  Ze zegt in bijna elke aflevering: ‘Maybe you’re being challenged’, en: ‘God won’t give us more than we can handle’. Oftewel, misschien word je uitgedaagd, God geeft ons nooit meer dan we aankunnen.

Afgezaagd of niet, zo had ik er nog nooit bij stilgestaan. Als je iets ziet als pech, dan is het lastig om daarvan het positieve in te zien. Ik lach pechmomenten weg en ik moet toegeven, die methode werkt vaak prima. Totdat het niet langer gaat en het kostbare serviesgoed in de grote kast lonkend naar mij blijft kijken, schreeuwend om aan diggelen gesmeten te worden. Het werkt beter voor mij om pechmomenten te zien als een uitdaging. Uitdagingen ga ik aan, gedwongen of niet. Ik kan vrij competitief zijn, dus het volbrengen van zo’n uitdaging geeft mij een extra adrenalinestoot om uit de examenkater te komen.

Dus. Kreupel op krukken, een verdronken laptop of ergerlijke examenkaters: het zijn uitdagingen, geen problemen of pech. Zie je, die serie werkt besmettelijk. Ik ga al net zulke afgezaagde dingen zeggen als de altijd positieve personages.

Maar het werkt wel.

Lees meer

Volg ons