Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down Icon--npo3
Pinguïn
18 mei 2019

VERHAAL: De gestolen pinguïn

Hoe kan je er zijn voor iemand die een geliefde kwijtraakt, of voor iemand die zelf niet lang meer te leven heeft? Een verhaal over de dood, God en een gestolen pinguïn.

De lolly

“Het is eigenlijk een soort lolly”, legt mama uit. Op een tissue op het nachtkastje ligt een kleine gele spons op een stokje. “Het sponsje is een beetje nat, dat helpt als oma een droge mond heeft. Kijk maar.” Mama gaat met het sponsje langs oma’s lippen, stopt het daarna in haar open mond, en wrijft het langs haar tandvlees. “Het smaakt naar citroen, dus als oma zin heeft, kan ze erop sabbelen. Wil je het proberen?” Mama gebaart dat ik het stokje vast moet pakken. Ik schud mijn hoofd en doe een stap naar achteren. Het ziekenhuisbed is hoog, met bedhekken aan de zijkanten, zodat oma er niet uit kan vallen. Ik zou mijn armen tot schouderhoogte moeten optillen om oma aan te kunnen raken. Bijna alles is wit, van de lakens, tot oma’s warrige haren, tot het ijzer van het bed zelf. 

Oma heeft sinds we hier zijn haar ogen één keer open gehad, toen we net aankwamen en ik haar een kus moest geven. Papa tilde me op, zodat ik over de bedhekken heen kon leunen. Oma’s wangen waren zacht, ze deukten gemakkelijk in toen ik mijn lippen erop drukte. Oma keek me aan, ze zei niets. Daarna deed oma haar ogen dicht. Ze ademt door haar openhangende mond, af en toe snurkt ze licht. Naast oma’s bed staat een machine. Hij piept en ratelt, en af en toe knipperen de lampjes. 

Papa en mama staan aan het bed, samen met oom Peter. Af en toe zeggen ze wat, hun stemmen klinken zacht en laag. Papa houdt oma’s hand vast. Haar rimpels golven op en neer als mijn vaders duim er overheen strijkt. Tante Katja zit in de hoek van de kamer, op een groene stoel. Ze wenkt dat ik naar haar toe moet komen. Mijn sandalen plakken een beetje aan het zeil. Tante Katja pakt mijn pols vast en trekt me op haar knie. 

“Zullen we even bidden?” vraagt tante Katja. Ik knik, en vouw mijn handen.
“Lieve God, wilt u zorgen dat oma niet doodgaat,” bid ik. Als ik mijn ogen open, zie ik tante Katja glimlachen. Dan kijkt ze op.
“Schat,” zegt ze. Oom Peter kijkt op en loopt naar ons toe. “Vertel jij eens over die pinguïn.” Verbaasd kijk ik haar aan. Oom Peter glimlacht, en hurkt bij ons neer. Dan begint hij te vertellen.
“Had ik jou al verteld dat mijn broertje ooit een pinguïn heeft gestolen?”

Mees & Bo

’s Ochtends is Mees al vroeg in de dierentuin. Bij de ingang krijg hij een plattegrond van de dierentuin. Het pinguïnverblijf zit helemaal achterin, aan de rand van de dierentuin. Om niet verdacht te zijn, loopt hij eerst langs de otters, de vogels, en de safaridieren. Dan de pinguïns. Mees loopt een rondje om het verblijf. Het is best verdekt opgesteld, er staan veel bomen en struiken om het verblijf heen. Dat is mooi. De meeste pinguïns staan perfect stil, een paar waggelen heen en weer, maar ze zijn niet heel snel. ‘Dit gaat helemaal goedkomen,’ denkt Mees. Hij haalt de plattegrond uit zijn zak en stippelt de snelste route van het pinguïnverblijf naar de uitgang uit.

Een halfuur voor sluitingstijd komt Mees terug bij de pinguïns. Het hek om het verblijf is laag, het komt amper tot Mees’ middel. Mees kijkt voorzichtig om zich heen, en dan weer naar het verblijf. De pinguïns zijn rustig, de meesten liggen op hun buik in het zand. Er liggen er twee vlak bij het hek, bij het brede pad achter het verblijf. Mees staat ernaast, bekijkt hun snavels. De uiteinden van hun snavels buigen omlaag, als een haakneus. Aan het einde daarvan zit een scherpe punt. Mees probeert te bepalen welke snavel het kleinst is. Hij kijkt op zijn horloge, nog twintig minuten voor sluitingstijd. Hij kijkt nog één keer om zich heen. Dan buigt hij zich over het hek.

In zijn auto opent Mees zijn jas. De pinguïn spartelt, Mees duwt het dier richting de achterbank. Daar draait de pinguïn paniekerig rondjes, terwijl hij met zijn flippers door de lucht zwaait. Mees pakt de EHBO-doos die hij speciaal had meegenomen, druppelt jodium op de krassen die de pinguïn op zijn arm heeft achtergelaten, en wikkelt er een verbandje omheen. Veel geluid maakt de pinguïn niet. Het was een gok geweest of hij zou krijsen of niet, toen Mees hem oppakte. Als dat gebeurd was, waren ze verraden. 

“Ik moet je nog een naam geven”, zegt Mees. Hij denkt even na. “Ben jij een jongen of een meisje?” De pinguïn rent nog steeds heen en weer, op zoek naar een schuilplaats. “Wat vind je van Bo? Dat kan voor allebei, toch?” De pinguïn blijft rennen, botst tegen het autoraampje, en rent verder. “Oké, dan heet je Bo,” beslist Mees. Hij lacht. “Wij gaan iemand heel erg blij maken, Bootje.”

De machine

Het verhaal van oom Peter wordt onderbroken door hard gepiep. Op de machine naast oma’s bed knipperen allemaal lampjes. Een zuster komt naar binnen gerend en begint op de knopjes van de machine te drukken. Een andere zuster volgt haar, en buigt zich over oma’s bed. Ik probeer overeind te komen en naar oma toe te rennen, maar tante Katja houdt me vast. Mama loopt naar ons toe. “Laat de zusters hun werk maar doen,” zegt ze.
“Gaat oma dood?” huil ik. “Ik wil niet dat ze doodgaat.” Mama hurkt bij me neer, naast oom Peter.
“Weet je nog wat de dominee afgelopen zondag zei? Alles gebeurt op Gods tijd.”
“Maar ik wil niet dat dat nu is!” Mama strijkt met haar hand langs mijn wang. De machine begint nog harder te piepen. Dan stopt het geluid. We kijken allemaal richting de zusters.
“Alles is in orde,” zegt één van hen. “Er was iets met de machine, maar dat is nu opgelost.” Opgelucht zuchtend haal ik mijn handen van mijn oren.

Bo & oma

Mees zet de auto stil voor het huis. Hij weet nu precies hoe hij Bo vast moet houden. In de dierentuin had hij hem onder zijn rechterarm, onder zijn jas vastgehouden, terwijl hij de dierentuin zo snel mogelijk verliet. Als hij dan een verzorger zag lopen, stopte hij met hollen, en ging hij snelwandelend verder. Als een verzorger ook maar een beetje raar naar hem keek, riep hij; “Moet m’n trein halen.” Hij lachte er breed bij. Ondertussen viel Bo onder zijn jas zijn arm aan met zijn snavel. Mees pakt Bo van achteren bij de nek, zodat hij zijn kop niet kan bewegen. Met zijn vrije arm ondersteunt hij Bo’s korte lijfje. Dan loopt Mees met Bo het huis in. Op de trap gaat hij voetje voor voetje omhoog. Hij hoort zijn familie in de keuken zacht praten. Hij herkent het snikken van zijn moeder. De laatste dagen huilt ze veel. 

Mees’ oma is alleen op haar slaapkamer. Ze ligt met haar ogen gesloten muziek te luisteren. De slaapkamer is versierd met foto’s, beeldjes, en schilderijtjes van pinguïns. Op het nachtkastje staat een foto van Mees’ opa, die een paar jaar geleden overleed. Hij was pinguïnverzorger in de dierentuin. Op de foto is te zijn hoe hij een emmer vis leeggooit boven een groep pinguïns. Naast de foto ligt het nachtkastje vol met medicijnen, pijnstillers, en slaapmiddelen. Mees zet Bo op het bed, en zet de radio uit. Voordat Bo wild rondjes kan gaan rennen, grijpt Mees hem weer vast. Oma beweegt.

“Mees…?” vraagt ze. Dan opent ze haar ogen en ziet ze Bo. “Pin… pin…” Praten lukt oma niet meer zo goed, maar Mees ziet dat ze lacht. Hij heeft haar lang niet meer zo vrolijk gezien. 
“Mees, ben jij daar?” Hoort hij zijn moeders stem. Dan zwaait de deur open.

Tot ziens

“En toen?” vraag ik aan oom Peter. Hij glimlacht.
“De pinguïn moest weer terug naar de dierentuin,” zegt hij.
“En oma?”
“Die ging ook weg,” antwoordt oom Peter. Hij denkt even na. “Ja, zo moet je het zien. De dood is niet voor altijd. De oma van mij en Mees is bij God nu. En ik weet zeker dat ik haar weer een keer ga zien.” Ik kijk naar het bed waar mijn oma ligt. Door het verhaal had ik even niet meer aan haar gedacht. Ik voel me rustiger nu. “Mees had de pinguïn om onze oma mee op te vrolijken,” zegt oom Peter. “Maar onze oma vond Mees veel belangrijker dan de pinguïn. En deze oma wordt het vrolijkst van jou. Zullen we bij haar gaan zitten?” Ik knik. Oom Peter tilt me op de rand van het ziekenhuisbed. Oma opent haar ogen een klein stukje, en maakt een tevreden geluidje.
“Lieve God,” bidt tante Katja dan. “Wilt U bij oma zijn nu ze nog bij ons is, en wilt U ook voor haar zorgen als ze straks bij U is?”
“Ja,” zeg ik, “dat wil ik ook graag. Amen.”

Lees meer

Volg ons