Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu
Bettina kreeg botkanker
16 september 2018

Geneeskundestudente Bettina kreeg botkanker: “Ik dacht dat God er zou zijn…”

Bettina (24) studeert hard om kinderoncoloog te worden. Als ze in halverwege haar studie geneeskunde is, wordt er botkanker bij haar vastgesteld. “Soms moest ik letterlijk mijn witte jas uitdoen en in de spreekkamer aan de andere kant van de muur plaatsnemen…”

“Het begon met pijn in m’n enkel. Dat hield al zo lang aan, dat ik besloot een bezoekje aan de huisarts te brengen. Mijn vermoeden werd bevestigd: het zal wel door het vele sporten komen. Een gescheurde enkelband of zo. De huisarts verwees me door naar de sportarts. ‘Dan heb je in ieder geval alles geprobeerd.’ Die arts besloot op zijn beurt een MRI te maken. Op de scan was te zien dat er iets zat wat er niet hoorde te zitten. Dat was heel bizar! Ik voelde me verder gewoon prima namelijk. De sportarts stuurde me opnieuw door en er werd een punctie gemaakt. Hierdoor kreeg ik een vermoeden waar de artsen aan dachten... Een punctie neem je niet zomaar. Toch bleef ik denken: ‘Huh, ik kwam toch voor mijn enkelband?’.”

Ontkenning

“Ik moest twee weken wachten op de uitslag. Toen die er eenmaal was, werd het best duidelijk en direct gebracht. Botkanker. Het was dus echt zo… In een klap stond mijn leven op z’n kop. Mijn eerste reactie was: ‘Nee! Dit kan helemaal niet!’. Ik voelde me verder prima! Mensen met kanker waren toch hartstikke ziek? Ja, ik ben door alle fasen geweest: ontkenning, boosheid en uiteindelijk ook acceptatie. Ik besloot er het beste van te maken.”

Opereren was de enige optie

“De beginfase na die diagnose was erg onzeker. Toen heeft mijn kennis van de geneeskunde me ook wel eens in de weg gezeten. Natuurlijk was het fijn om te weten wat er gebeurde en wat me te wachten stond. Maar dat maakte het ook extra confronterend! Ik wist dat er bij deze vorm van kanker geen andere optie was dan opereren. Wat als ze niet alles in een keer weg konden halen?”

Confrontatie in het ziekenhuis

“Gelukkig bleek de operatie geslaagd te zijn. Met m’n gipsje ging ik naar de werkcolleges. Veel mensen in mijn omgeving wisten van de kanker, maar aan mijn studiegenoten vertelde ik het liever niet. Iedereen zou het daar snappen! Bovendien is het een harde wereld, waarin je moet knokken voor je plekje en beoordelingen. Dus besloot ik gewoon weer een coschap te lopen. Ik dacht dat ik het wel weer aan kon, maar de confrontatie met oncologische patiënten bleek groter dan ik had verwacht. Sommigen waren doodziek! Dat kwam mentaal echt superhard binnen. Ik realiseerde me dat dat óók een uiting kan zijn van dezelfde ziekte… Mijn begeleider raadde me aan om mijn studierichting nog eens te overwegen. Dat vond ik nogal wat! Maar ik kon het gevoel van twijfel in mezelf ook niet blijven negeren…”

Van controle naar controle

“Het is een grote keuze waar ik serieus over nadenk. Toch blijft de kinderoncologie me trekken. Mijn volgende coschap zal zijn in het Prinses Máxima Centrum: hét Nederlandse centrum voor kinderoncologie. Ik ben benieuwd hoe ik dan ga reageren: of het erg dichtbij komt. Mijn contact met patiënten is door mijn eigen ervaring wel veranderd. Ik realiseer me hoe lang twee weken in onzekerheid kan zijn. En dat het verdriet van een diagnose bij de volgende afspraak niet verdwenen is.”

“Nu moet ik elke drie maanden voor controle naar het ziekenhuis. Tot nu toe is het gelukkig niet teruggekeerd. Toch leef ik van controle naar controle. Ik weet dat het nu een jaar goed gaat, maar m’n leven kan morgen zo weer op z’n kop staan. Daarom ben ik voor elke ziekenhuisafspraak wel weer zenuwachtig. Soms moet ik letterlijk mijn witte jas inruilen voor een plekje in de spreekkamer. Dat is heel confronterend.”

'Waar bent u in het lijden?'

“Mijn geloof is hierdoor wel veranderd. Eerst was het simpel; ik geloof in God. Soms ervaar ik Hem en soms niet. Maar ik wist dat Hij er zou zijn als het écht moeilijk zou worden. Maar toen werd het echt moeilijk en ervoer ik helemaal niets van God! ‘Hallo?! Waar bent U nu in het lijden?’ kon ik boos uitroepen. Ik heb moeten leren dat dat ook vertrouwen is. Al voel ik Hem niet, ik wil geloven dat Hij er is. Job 1:21 is hierdoor voor mij gaan leven. ‘De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.’ Het is echt zo! Eerst dacht ik: het leven dat ik heb gekregen is van mij. Ik mag er iets leuks mee doen. Maar nu zie ik dat mijn leven nooit van mijzelf is geweest. En dus wil ik het toevertrouwen aan God. Wat er ook gebeurt.”

Volg ons