Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu
Docent Paulus geeft training weerbaarheid en faalangst
9 september 2018

Docent Paulus leert scholieren te vechten voor hun identiteit

Paulus (33) is gymleraar op het Berechja College op Urk. En dat niet alleen: hij geeft ook weerbaarheidstraining en faalangsttraining. Het doormidden slaan van plankjes, een confrontatie met je spiegelbeeld, rollenspellen en losgaan op de boksbal: alles komt voorbij. “Ik wil geen vechtersbaasjes van ze maken, maar ze kracht laten uitstralen!”

“Onze school is lekker compact: er zitten zo’n 450 leerlingen op. Eigenlijk ken ik elke leerling wel. Hierdoor is de drempel niet heel groot om op elkaar af te stappen. Van sommige leerlingen weet ik al dat ze wat minder stevig in hun schoenen staan zodra ze in de brugklas komen. Bij anderen valt dit minder op. Dan komt er bijvoorbeeld een mentor naar mij toe: ‘Ik heb het idee dat die leerling zijn grens niet zo goed kan bewaken en over zich heen laat lopen.’ Dat is voor mij het seintje om de leerling een keer uit de les te vissen. Het liefst onder wiskunde natuurlijk! Door een kort gesprekje te voeren, peil ik hoe de leerling er zelf in staat. Mijn slotvraag is meestal: ‘Ben je bereid een intake te doen? Gewoon een beetje snuffelen aan weerbaarheidstraining?’. Ik probeer het laagdrempelig te houden. Meestal reageren de leerlingen positief!”

'Wie ben je?'

“Als ik denk dat een leerling er vol in moet – full metal jacket zeg maar – dan neem ik hem of haar mee naar het budo-zaaltje om de hoek. Daar zijn lekker veel spulletjes: matten, boksballen… Eerst zet ik ze voor een enorme spiegel met de opdracht: ‘Vertel maar eens wie je bent. Aan jezelf.’ Sommigen vinden het heel moeilijk om zichzelf aan te kijken. Vol aarzeling vertellen ze wie ze denken te zijn. Uiteindelijk komt er ontzettend veel naar buiten. Vaak vraag ik het ze nog een keer: ‘Wie ben je?’. Dan zakken hun schouders naar beneden of laten ze hun hoofd hangen.”

De kernvraag is: wie wil je zijn?

“Bij mijn volgende vraag leven ze juist op. ‘Kijk jezelf aan: wie wil je zijn?’ De eerste keer zeggen ze het vaak zacht. ‘Ik geloof je niet!’ reageer ik dan, om ze de tent uit te lokken. ‘Roep het!’ Dan beginnen ze te proclameren. ‘Ik wil mijn eigen grenzen bewaken! En ik wil niet dat mijn tas wordt afgepakt door die en die!!’ Dat is wat ik wil zien. Dan kan de training echt beginnen.”

Een nieuwe houding

“In de gesprekken komt veel naar boven, maar het moet afgewisseld worden met fysieke oefeningen. Dan zeg ik: ‘Bedankt voor wat je tot nu toe hebt verteld. Tijd om even te knallen!’ De boksballen krijgen er flink van langs! Hierdoor gaat een leerling zich fysiek weerbaarder voelen. Het doel is om leerlingen te laten denken: ‘Ik kan dit! Ik kan vet hard boksen, ik kan mezelf bevrijden en beschermen.’ Niet om vechtersbaasjes van ze te maken, maar zodat ze kracht gaan uitstralen. Zoals God ze bedoeld heeft! Ik zie gewoon hun houding veranderen: rechtere schouders, een frisse blik de wereld in… Zonder woorden zeggen ze daarmee: ‘Ik bewaak mijn grenzen. Op zo’n manier dat jij er niet overheen moet gaan.’ Ik vind het kicken als dat gebeurt!”

Het halen van de zwarte band heeft me geholpen

“Ook help ik leerlingen met faalangst. Zelf heb ik daar ook mee geworsteld in mijn puberteit en adolescentie. Ik liet me heel erg beïnvloeden door wat anderen over mij dachten en van mij vonden. Heel lang realiseerde ik me niet dat ik hierdoor eigenlijk het leven van een ander leefde. Dat herken ik nu ook bij mijn leerlingen: het willen voldoen aan de verwachtingen van anderen. Toen ik 16 was, trainde ik ontzettend hard om mijn zwarte band te halen. Dat heeft me uiteindelijk enorm geholpen om mijn grenzen te bewaken. Nu help ik mijn leerlingen ditzelfde te ontdekken.”

Vechtende wolven

“Vaak vertel ik een oud Indianenverhaal. Vet zweverig, toch? Hierin vertelt een opa aan zijn kleinkinderen dat er een gevecht in hem plaatsvindt. Een gevecht tussen twee wolven, elke dag opnieuw. De kinderen vragen welke wolf er wint. ‘Degene die ik te eten geeft.’ Zo leer ik mijn leerlingen het beste medicijn tegen faalangst: het oproepen van positieve gedachten en die continu proberen te vermeerderen. Faalangst draait om de vraag ‘Welke gedachten heb ik op dit moment?’. Ik help de jongeren hun gedachtes te kiezen of soms om te draaien. Ook hierbij gebruik ik fysieke opdrachten, zoals het doorslaan van een plankje. Zolang het plankje dun is, durven veel leerlingen het wel aan. Zodra het een dikkere wordt, neemt hun vertrouwen af. Ik laat ze zien welke gedachtes hen in de weg kunnen zitten en hoe ze daarmee kunnen dealen. Ja, ik heb een prachtige job!”

Volg ons