Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley

EO BEAM

3 mei 2018

Opdat ook wij niet vergeten

Een jaar of vier geleden mocht ik meelopen met de officiële dodenherdenking in het pittoreske Dronten. Nu ben ik nogal een oorlogs-junkie en ik was dan ook ontzettend trots en vereerd. Vooral omdat de Drontense herdenking jaarlijks honderden mensen aantrekt. Eén van de redenen hiervan is de groep Airgunners die ieder jaar aanwezig is: Engelse piloten die in de Tweede Wereldoorlog vochten en waarvan velen in Dronten (toen nog water) zijn neergestort. Een paar jaar geleden schreef ik een column over mijn avond bij deze herdenking.

Daar sta ik dan, met klamme handjes mijn koffie weg te slurpen. Lichtelijk trots kijk ik naar het bevrijdingsspeldje dat bij binnenkomst op mijn jas is gespeld. Wanneer ik opkijk valt het me al snel op dat ik één van de weinige jongeren ben op deze dodenherdenking. Afgezien van de paar jonge veteranen die in een groepje bij elkaar staan, merk ik dat ik toch wel opval tussen de wat oudere mensen om mij heen. Meteen schiet er door mijn hoofd: ‘Waar zijn mijn leeftijdsgenoten?’ Het verbaast me. Het enthousiasme waarmee ik hier heen ging lijkt in één klap verdwenen. “Wat doe ik hier”, denk ik bij mezelf, “alsof deze wijze volwassen mensen zitten te wachten op een 20-jarige stukjesschrijver”.

Heel lang sta ik gelukkig niet alleen, ik kom al snel wat bekenden tegen. Wanneer ik hen vertel wat ik hier kom doen ontvang ik positieve reacties: “Wat goed dat je dit als jong persoon uitdraagt!” Mijn onzekerheid maakt al snel plaats voor betere, enthousiaste gedachten. Terwijl ik de grote zaal in kijk, weet ik de Airgunners er al snel tussen uit te pikken. Ze zijn oud en sommigen van hen zijn slecht ter been. Maar de voornaamste reden dat ik ze zo snel herken is het uniform, en de trots waarmee ze het dragen. Wanneer ik me bedenk wat deze mannen voor ons betekend hebben, word ik alleen maar nerveuzer. Ik sluit me aan bij de mensen die ik ken en kijk op een afstandje toe.

Wanneer de Airgunners en de militairen op het plein arriveren, wordt er hard geklapt. Omdat ik er zelf ook tussen loop, voel ik me een beetje ongemakkelijk, dus klap ik maar mee. Tijdens de twee minuten stilte probeer ik serieus na te denken over de mensen die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen, en de mensen die zoveel voor ons gedaan hebben. Het kippenvel strekt zich uit over mijn armen wanneer de vliegtuigen over het plein razen. Ik denk dat ik voor velen spreek als ik zeg dat dit moment iedereen nog een paar seconden langer stilhoudt. 

Ook op de weg naar de “after party”, wordt er voor onze helden geklapt. Dit keer glip ik uit de stoet, om aan de zijlijn mee te kunnen klappen.  Voor het laatst aangekomen in de beginzaal is het tijd voor een drankje. “Dit is mijn laatste kans”, denk ik bij mezelf. De grootste reden dat ik mee wilde doen, was zodat ik met een Airgunner aan de praat zou raken. De vraag is alleen: Hoe begin je een gesprek?

Ik kan me herinneren dat mijn buren vroeger twee Airgunners als gast in huis hadden. Als klein meisje van een jaar of 11, hing ik vol bewondering over de schutting om zo vrolijk Engels met de twee mannen te kunnen praten. Nu ik ouder ben en me daadwerkelijk realiseer wat deze mannen voor ons gedaan hebben, sla ik dicht.

Ik vier mijn verjaardag op de dag dat ik dood had moeten zijn

Ik raap al mijn moed bij elkaar, en na een kwartier de kat uit de boom gekeken te hebben, stap ik dan toch eindelijk op één van de mannen af. En gelukkig blijkt al snel dat mijn zenuwen nergens voor nodig waren. Vol passie vertelt Airgunner Ron Powers over zijn ervaringen als piloot in de oorlog. Ik hang aan zijn lippen. Zo vertelt hij over de keer dat zijn crew, waar hij al lange tijd mee vloog, zonder zijn weten op een nieuwe missie was geplaatst. Ron was kwaad, dit konden ze niet maken: “Ik wilde op dat moment zo graag mee, dit was mijn bemanning!”, zegt hij met verheven stem. Maar de bemanning was al weg en Ron kon niet meer mee.

Een paar dagen later kreeg hij te horen dat zijn hele crew uit de lucht was geschoten, zonder overlevenden. “Nu vier ik twee ik per jaar mijn verjaardag, één keer op de dag dat ik dood had kunnen zijn, en één keer op mijn echte verjaardag”, vertelt hij terwijl hij zijn biertje in de lucht houdt. De rest van de avond praat ik met de man, die uitgebreid verhaalt over zijn geschiedenis. Ik kan hem niet dankbaar genoeg zijn, en ik kan hem niet vaak genoeg zeggen hoe vereerd ik ben om zijn verhalen te mogen horen.

Na afloop fiets ik naar huis, mijn wangen nog rood van de spanning. De dodenherdenking is voor mij altijd een mooie ervaring geweest, maar vandaag was hij nog iets specialer. Ik hoop dan ook dat de mensen van mijn generatie en jonger dit ook zo ervaren, en dat ook zij inzien hoe groots de daden van onze oorlogshelden zijn. Opdat ook wij niet vergeten.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden