Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
11 september 2017

Ben jij een denker of een janker?

Wilke en Bas, beiden redacteur bij BEAM, hebben twee totaal tegenovergestelde karakters. Waar Bas zich met ziel en zaligheid in vriendschappen, werk en de liefde stort, is Wilke iemand die tien katten uit de boom kijkt. Ze houdt graag het overzicht en neemt geen onnodige risico’s. Op wie lijk jij het meest?

Bas: “Oké, ik heb een verhaal. Er was eens een gezin dat onderweg was naar een kerstdiner. Het sneeuwde zachtjes buiten, de thermoskan was gevuld met chocomel, vrolijke kerstliedjes schalden door de speakers van de auto … Wat is het eerstvolgende beeld dat in je opkomt?”

Wilke: “De eerstvolgende scène is iets verschrikkelijks. Het gaat helemaal mis. Ze rijden ergens tegenaan of een ravijn in. Iedereen is dood, behalve een kind. Die wordt wees en is superongelukkig …”

Bas: “Haha, heftig!”

Wilke: “Ja, ergens harteloos, maar het is oprecht mijn eerste gedachte. Ik ben niet moordlustig aangelegd, maar als iets heel goed gaat, ben ik altijd op mijn hoede. Als je op het topje van de berg loopt, kun je alleen nog naar beneden. Ik bereid mijn hart erop voor dat het minder mooi kan worden. Heb jij dat niet?” 

Bas: “Op het moment dat mijn leven een 10-plus is, denk ik niet na over al het slechte wat kan gebeuren. Dat kan heel fijn zijn, omdat je dan zonder beperkingen van het moment kunt genieten. Ik heb ook het idee dat die eigenschap ervoor zorgt dat ik weer sneller onder aan de berg beland. Ik ga dan bijvoorbeeld springen om proberen te vliegen en wordt vervolgens gedesillusioneerd onder aan de berg wakker. Had ik beter kunnen blijven staan …”

Wilke: “Ik zou mezelf dan veel te naïef vinden. Toch word ik weleens geraakt in een kerkdienst en zou ik volop mee willen doen. Maar dat doe ik niet, ik vind het te heftig. Dat voelt wel als een beperking.”

Ik kan binnen twee weken een relatie hebben. Als het goed voelt, waarom niet?

Liefde

Bas: “Ik kan binnen twee weken een relatie hebben. Als het goed voelt, waarom niet? Zien we daarna wel verder.” 

Wilke: “Toen jij dat vertelde, dacht ik dat je gek was. Dat zou mij nooit gebeuren. Stel, ik leer iemand kennen. Dan ga ik over diegene nadenken, voor de situatie bidden, de voordelen en nadelen afwegen … Vaak verwatert dat verliefde gevoel dan weer. Ik wil het rustig aanzien en geen risico’s nemen. Geen overhaaste beslissing maken waar ik spijt van krijg. Ik ben niet onzeker en bang, maar voorzichtig.” 

Bas: “Ik kan achteraf wel balen dat ik zo snel een relatie aangegaan ben, ja. Maar ach, daar heb ik dan – een soort van – van geleerd. Ik accepteer het liefdesverdriet en probeer weer verder te leven, haha.”

Emoties uiten

Wilke: “Als ik jou of iemand stom vind, zou ik dat niet meteen zeggen. Ik denk er eerst over na of zoiets zinnig is om uit te spreken. Ik reageer niet snel uit emotie.

Bas: “Emoties kan ik heel slecht uitschakelen. Ik reageer recht vanuit het hart. Als mensen bijvoorbeeld voor de zoveelste keer iets van mij vragen, kan ik zo uitschreeuwen: ‘Ik ben geen hoer!’ Daar baal ik dan achteraf van, omdat de ander het niet verdiende.”

Wilke: “Grappig, ik vind het moeilijk om kwetsbaar te zijn. Ergens zou ik het ook wel willen: meteen als ik iets voel, dat laten zien. Ik wil dat mensen zien wie ik echt ben. Zonder toneelspel.”

Bas: “Eigenlijk zou jij soms zonder schild willen leven en ik met.”

Wilke: “Ja, dat!”

Ik heb niet altijd honger, maar toch weet ik dat ik een maag heb. Zo is het ook met God: als ik hem niet voel, kan ik alsnog geloven dat hij er is.

Vriendschappen

Wilke: “Ik denk dat jij duizend vrienden hebt, die je ergens altijd spreekt. Als we iemand willen interviewen die een half been heeft, weet jij wel iemand. Jij vindt dat leuk: al die mensen kennen.”

Bas: “Haha zeker, je kunt nooit genoeg nieuwe mensen kennen. Voor jou klinkt het meer als een taak.”

Wilke: “Haha, dat is het ook een beetje. Het zit niet in mijn karakter. Ik heb twee of drie goede vriendinnen die ik bijna dagelijks spreek. Aan hen vertel ik alles. Dat vind ik lastig, maar doe ik wel. Al denk ik dat ik alleen op een eiland ook best gelukkig zou zijn.”

Bas: “Bij een weekend alleen thuis word ik al een soort van psychisch gestoord. Dan verwaarloos ik mezelf totaal: niet omkleden, slecht eten, gekke gedachten hebben. Zo’n eiland lijkt mij echt verschrikkelijk!”

Geloof

Bas: “Voor mij is geloof een gevoel, ik moet God ervaren. Op momenten dat ik God niet echt ervaar, weet ik ook niet goed of hij bestaat. Dat vind ik wel lastig, dat hij alleen bestaat binnen mijn gevoel, want als ik alleen op mijn verstand afga, dan vind ik God veel te groot om te bevatten.”

Wilke: “Voor mij is geloven meer dan weten en voelen. Ik heb niet altijd honger, maar toch weet ik dat ik een maag heb. Zo is het ook met God: als ik hem niet voel, kan ik alsnog geloven dat hij er is; als ik God niet meer zou ervaren, betekent dat verder niets voor mijn geloof. Ik zie het op gevoelsniveau ervaren van God meer als een extraatje voor mijn geloof.”

We vullen elkaar aan. Jij zet de basis neer en ik borduur daarop voort.

Werk

Wilke: “Wij worden door onze leidinggevende ook wel ‘de tandem’ genoemd. In brainstorms denk jij vooral in mogelijkheden. Ik kan plannen realistisch maken, zonder ze af te breken. Ik ben altijd de monitor: houd alles in de gaten, of ideeën wel haalbaar zijn. Ik heb het al voorbereid, jij niet. Toch komt er bij allebei veel uit.”

Bas: “Ja, we vullen elkaar aan. Jij zet de basis neer en ik borduur daarop voort; bouw roze muren met een blauw dak. En jij zorgt voor het cement, zodat het idee ook uitvoerbaar is.”

Wilke: In het begin moest ik wel aan ons verschil wennen. Stel, je had mijn karakter, maar je gedroeg je nog steeds als je nu doet, dan zou je lui zijn. Maar jij bent anders, jij werkt op een andere manier. Dat moest ik eerst ontdekken. Nu weet ik dat onze kracht heel ergens anders ligt. We versterken elkaar juist.”

Bas: “Klopt, ik kon over jou denken: wat een streber! Nu besef ik dat we samen ervoor zorgen dat we harder kunnen fietsen!”

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden