
Leestijd: 5 min
Voor sommige dingen heb je een tweede persoon nodig. Je hebt mensen nodig om dagjes mee weg te gaan, om samen mee ergens te gaan eten, om mee op vakantie te gaan. Als al je vrienden al vakantieplannen hebben, is je enige optie de hele zomer Netflix kijken op je kamer. Tenminste, dat dacht ik, totdat iemand mij een hele simpele vraag stelde.
Ik kijk de vrouw tegenover me verbaasd aan. Ik heb haar net verteld dat ik de komende zomer eigenlijk zonder ouders op vakantie wil, maar dat al mijn vrienden al plannen hebben.
“Nou, eh..” begin ik. Waarom zou ik niet alleen gaan? Dat kan toch niet, is de eerste gedachte die in mij opkomt. Maar waarom dat dan niet zou kunnen, daar weet ik geen duidelijke reden voor. Ik ben oud en verstandig genoeg om voor mezelf te zorgen, en thuis vind ik het ook altijd fijn om een dagje alleen door de stad te lopen. De straten van Utrecht en Arnhem ken ik inmiddels uit mijn hoofd, dus waarom zou ik niet iets nieuws opzoeken?
Rond etenstijd ben ik onderweg naar het huis van mijn ouders. Normaal zou ik bij wijze van avondeten in de trein even een frietje wegproppen. Vandaag is dat anders. Ik sta tegenover een Aziatisch restaurant, naast het station. Even oefenen, zeg ik in mezelf, en ik loop naar binnen.
Ik verwachtte dat iedereen in het restaurant me aan zou staren. “Wat een raar meisje”, zouden ze tegen elkaar fluisteren. “Alleen uiteten, dat doe je toch niet?” Dat gebeurt niet. Iedereen is te gefocust op zijn eigen eten om op mij te letten. Ook als ik de controle over mijn eetstokjes verlies, lacht niemand me uit. Aan de bar zitten nog een paar mensen alleen te eten. Ik bedenk me dat ik hun ook niet raar vind, dus waarom zouden andere mensen mij wel raar vinden?
De zomer daarop vertrek ik in mijn eentje naar Brussel. In het hostel ontmoet ik jongeren die ook alleen op vakantie zijn. De eerste avond vertelt een meisje uit Australië me haar hele levensverhaal. De volgende dag gaat zij verder op haar backpacktocht door Europa. Zelf blijf ik gewoon in Brussel. Elke dag verken ik een nieuw stukje van de stad, en doe ik alles wat ik wil.
Er is niemand die geen zin heeft om naar de musea waar ik heen wil te gaan. Niemand die geen wafels wil, of protesteert om de eettentjes die ’s avonds uitkies. Als ’s avonds alles dicht gaat en ik nog niet naar mijn kamer wil, is er naast het hostel een skatebaan, waar ik kan toekijken hoe de Belgische jongeren zich uitsloven. Ik ben elke dag van ’s ochtends tot ‘s avonds op pad, en ik merk na een paar dagen al niet meer dat ik alleen ben. Uiteindelijk is de vakantie waarvan ik verwachtte dat hij naar en eenzaam zou worden juist heel tof!