Ga naar submenu Ga naar zoekveld

“Mijn vader rijdt drie keer heen en weer om ons gezin naar de camping te brengen”

3 februari 2018 · Leestijd 4 min

Als iemand Carlein (16) vraagt of ze broers of zussen heeft, beginnen ze na het antwoord meestal te lachen. Of geloven ze gewoonweg haar antwoord niet. Want 24 broers en zussen is wel heel erg veel…

“Ik heb 6 stiefbroers en –zussen, 9 halfbroers en –zussen en 9 echte broers en zusjes. Een aantal zijn het huis uit, maar we wonen nog altijd met zijn veertienen – met mijn ouders erbij. Dat is over het algemeen best gezellig. Natuurlijk is het niet altijd feest, maar dat is nergens zo, toch?”

“Ik haal mijn broers en zussen, hoor”
“Als ik vroeger buiten speelde en ik had ruzie, dan zei ik gewoon dat ik mijn broers en zussen erbij haalde. Dat werkte altijd prima, haha. Daar schrokken andere kinderen altijd wel van. Had ik nergens meer last van. Iedereen zet of zette die kaart weleens in. Mijn oudste broer zei er alleen nooit bij dat hij alleen maar jongere broertjes en zusjes had. ”

Een caravan, twee grote tenten en drie bijzettentjes
“Op vakantie gaan is altijd een onderneming. Elk jaar gaan we naar het Beloofde Land in Voorthuizen. Mijn vader rijdt drie keer. De eerste keer met caravan en auto. Deels volgeladen met spullen, deels met kinderen. Daarna nog een auto met kinderen en spullen en de laatste keer haalt hij de rest van de kinderen op. We hebben altijd dezelfde drie plekken. Daar staat ons kampement: een caravan met voortent, twee grote tenten en een stuk of drie bijzettentjes.”

Een weekje wennen
“Dat doen we een keer per jaar en dan blijven we meteen vier weken. Verder gaan we eigenlijk nooit. We zijn een keer naar de Betteld in Zelhem geweest. Drie van ons hebben autisme en het duurde ongeveer een week voordat ze gewend waren, dan heb je nog maar drie weken over, dus doen we het altijd zo.”

Vooroordelen
“Ik merk dat er veel vooroordelen zijn over een groot gezin. Sommigen denken dat ik weinig kleren heb en dat de kleding die ik heb kapot is. En dat er altijd ruzie thuis is. Dat klopt allemaal niet. Een inloopkast heb ik niet, maar ik heb genoeg kleding. Zonder gaten erin. En natuurlijk is er altijd wel iemand humeurig, maar het is niet zo dat we altijd ruzie hebben met elkaar. Het werkt ook andersom: er is altijd wel iemand melig.”

Ongeloof
“Veel mensen geloven me niet als ik zeg met hoeveel we zijn. Ik begin zelf ook meestal te lachen, omdat ik weet hoe anderen gaan reageren. Pas als ze merken dat ik voet bij stuk houd, merken ze dat het echt is. Gelukkig was het voor mijn vriendje niet nieuw. Hij komt uit zelf uit een gezin van tien kinderen.”

Samen eten
“’s Avonds eten we altijd met zijn allen. We hebben twee grote tafels. De regel is dat er één iemand per tafel aan het woord mag zijn. Heel soms is iedereen echt heel druk, dat is weleens vervelend. Dan is het een kippenhok waar iedereen door elkaar schreeuwt. Na het eten doen we altijd een rondje waarin iedereen vertelt wat hij of zij die dag heeft gedaan. Dat duurt altijd wel eventjes. Meestal zitten we een uur aan tafel, maar dat is fijner dan 14 keer achter elkaar vertellen wat je hebt meegemaakt.”

Mensenkennis
“Doordat ik zoveel broertjes en zusjes heb, heb ik veel mensenkennis gekregen. Ik kan met alle leeftijden omgaan – mijn oudste halfbroer is 28, mijn jongste zusje 3. Daarbij heeft bijna iedereen wel iets: ADHD, ADD, autisme, PDD-NOS. Vorig jaar zat ik met een meisje met autisme in de klas. Mijn klasgenoten wisten niet wat ze met haar aan moesten, maar ik kan goed met haar overweg.”

Later
“Of ik zelf later ook zo’n groot gezin zou willen? Dat kan ik niet zeggen. Je weet niet hoe het loopt. Wat God wil. Maar als ik mag kiezen, hoop ik in ieder geval op meer dan twee kinderen. Twee vind ik best zielig. Stel dat ze elkaar dan niet mogen? Dan hebben ze niks aan elkaar.”

Geschreven door

Anna Neeltje

Misschien ook wat voor jou

Volg BEAM op TikTok!

Voor video's van inspirerende jongeren die licht willen verspreiden! 💛💡