Ga naar submenu Ga naar zoekveld

'In Gods huis zijn veel kamers': huh, wat betekent deze bijbeltekst?

22 juni 2021 · Leestijd 7 min

Jezus zegt dat hij een kamer voor elk van ons maakt in het huis van zijn Vader, maar waar staat dat huis? En: wanneer verhuis je naar jouw kamer?

Waar hoor ik eigenlijk bij? Ik hoor niet altijd bij de christenen, want daar zitten van die mafkezen tussen. Ik hoor niet altijd bij de Nederlanders, want nou ja, echt overal heb je mafkezen. Ik hoor niet altijd bij de volwassenen, want ik voel me weleens kinderachtig. Dus … waar hoor ik eigenlijk bij? Toch wíl ik wel graag ergens bij horen. Het lijkt me bijvoorbeeld heel fijn om zomaar een kerk te kunnen binnenstappen en dat daar al je vrienden zijn en je er helemaal thuis bent. 

We zijn groepswezens. Vroeger leefden we allemaal in een stam; een paar families, zo’n 150 leden. Je verhuisde regelmatig, maar dat gaf niets, want iedereen kende elkaar en jullie gingen samen op pad. Interactie zit in onze genen. Je voerde wat handel met een paar naburige stammen, trouwde misschien met de leukste jongen of meid uit een andere stam, maar ging om met een vaste club, daar hoorde je bij en that’s it. Dus het is niet zo raar dat we ons tegenwoordig zo vaak eenzaam en vreemd voelen. Wij zoeken een stam – zo zijn we geprogrammeerd – maar wij hebben die niet echt meer. Waar hoor je bij?  

Een logeerfeestje voor iedereen

Jezus geeft weer een te gek antwoord. Het is een van zijn laatste dagen hier op aarde – ze gaan hem bijna doodmartelen – en zijn studenten willen graag bij hem blijven. Dan zegt hij: “Maak je niet ongerust, in het huis van mijn Vader zijn veel kamers. Ik ga daar naartoe om een plek voor jullie te maken.” (Johannes 14) 

Laat ik dit eens heel letterlijk opvatten. Jezus is een timmerman en hij zegt dat zijn Vader een joekel van een huis heeft. Hij gaat voor iedereen een eigen kamer bouwen. Dat heeft hij als timmerman vaak genoeg gedaan, een aanbouwtje met een extra kamer was heel gewoon in die tijd, tien aanbouwtjes kon ook prima. Dit wordt dus een huis met ontzettend veel aanbouwtjes. Wanneer die allemaal klaar zijn, kan iedereen komen logeren! Hij zegt er nog net niet bij dat jij je zwemspullen mag meenemen … 

Maar ja, wáár staat dat huis? Gods huis is … de tempel. Dat was het grootste en duurste gebouw van Israël in Jezus’ tijd en nergens was God zo dichtbij als in dat gebouw. Die tempel is er niet meer, maar God is nog steeds overal. Er is ook een plek voor jou, zegt Jezus. Oftewel, Gods hart is ontzettend groot. Daar passen eindeloos veel mensen in, van alle kleuren, soorten en maten. Jij ook. Jezus maakt wel een aanbouwtje dat helemaal bij je past.  

Waar hoor je dus bij? Waar ben je thuis? Bij God, hier en nu. God is niet alleen iets ver weg in de toekomst, God is nu bij jou, waar jij bent. En daar, waar jij bent, is een plek voor jou en ben je bij God.  

De route

Hoe vind je God dan, vragen zijn studenten vervolgens. Wat is de route naar het huis van die Vader van jou, Jezus? Waar vind ik die geweldige logeerplek? Op een uitnodiging voor een feestje moet toch ook een adres staan? Nou, zegt Jezus: “Ik ben de weg …” (vers 6) 

Hm … Dat is best gek gezegd. Wanneer zeg je nu dat iemand ‘de weg’ is?! Ik ken een oude man die altijd in zijn voortuintje zit, halverwege de route naar school, wanneer ik mijn zoontje wegbreng of ophaal. Iedereen kent hem daar, iedereen groet hem; hij groet iedereen, woont er langer dan alle andere buurtbewoners, en kent alle verhalen. Hij zit niet gewoon op de Rembrandtlaan, hij ís de Rembrandtlaan. Zo is Jezus ook de route naar God. God hoeft je niet te vinden, hij is hier allang, maar als je God beter wilt leren kennen, zul je ontdekken dat niemand die route zo goed kent als Jezus. Hij woont er langer dan iedereen, kent alle verhalen, heeft iedereen gezien … Hij ís gewoon die route. Of jij zijn naam nu kent of niet.  

Een wachtwoord onderweg

Als christenen zijn we vaak toch weer aan het indelen: jij bent een ‘echte’ christen, jij niet; jij gelooft net wel genoeg om in de hemel te komen, jij niet. Wij zijn groepswezens, we willen een eigen stam en dat indelen voelt heel lekker. Maar ja, als jij er net buiten valt, voelt dat indelen juist ontzettend rot en eenzaam.  

Zo hebben we dat zinnetje van Jezus ook wel uitgelegd – “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Johannes 14:6) – en je moet precies dit-en-dat geloven en dan kom je in de hemel. Pf, dat staat er helemaal niet! Het gaat over God kennen, en Jezus is daarin de route. Dus als je God wilt kennen, dan begin je niet met ingewikkelde redeneringen, het lezen van een boek, of het luisteren naar de preek van een voorganger, maar je begint bij Jezus. Hij kent zijn Vader door en door, dus als je naar hem kijkt, als je de verhalen over hem tot je laat doordringen, als je met mensen omgaat die iets van zijn karakter hebben, dan ontdek je uiteindelijk het meest over God.  

Daarom kunnen andere mensen die Jezus nooit bewust hebben gekend, ook God ontdekken. Ik bedoel, Abraham heeft Jezus nooit ontmoet, toch kende hij God. Die oude man op de Rembrandtlaan viel me de eerste keer ook niet op, maar ik kwam wel door die straat. Heel veel mensen die Jezus niet bij naam kennen, zijn veel dichter bij God, dan mensen die wel vrome dingen zeggen maar hypocriet leven. Een weg kan iedereen gaan. Daar hoef je geen vrome woorden of wachtwoorden voor te kennen.  

Waar ik bij hoor? Ik kan me soms eenzaam en verloren voelen, maar ik hoor sowieso bij God. Hier en nu. De plek waar ik nu ben, is een aanbouwtje aan Gods huis. Hij heet mij welkom op de plek waar ik nu ben. Daar mag ik logeren en genieten en iets moois betekenen.  

Tekst: Reinier Sonneveld

Bestel deze week een exclusief BEAM T-shirt met deze Bijbeltekst erop! Let op: LIMITED EDITION. Scoor 'm hier!