
Leestijd: 7 min
Ben je ook wel eens boos? Dan weet je dat er veel soorten boosheid zijn. Deze Denkstof staat stil bij het verschil tussen egoïstische en heilige boosheid. Heilige boosheid komt van God en kan jou de energie geven om iets te veranderen of recht te zetten in vriendschap of onrechtvaardige situaties.
Jeruzalem, 2000 jaar geleden. Je bent in de tempel, het huis van God. Tienduizenden pelgrims krioelen hier, en die willen allemaal iets van God ervaren, en jij bent er een van.
Maar precies op deze dag is Jezus er ook. En hij gaat me toch door het lint... Hij gooit tafels met wisselgeld omver, rent naar de duivenkooien en trekt ze open – de vogels fladderen alle kanten op. Hij maakt een zweep van touw en jaagt de schapen en runderen het plein af, dwars door de mensenmassa heen, de steegjes van de stad in.
Paniekerig graaien de bankiers hun muntjes bij elkaar en honderden ogen staren naar deze boze man. Jezus schreeuwt het uit: ‘Weg met dit alles! Dit is het huis van mijn vader, maar jullie maken er een markt van!’ Je hoort hier te bidden, niet pelgrims uit te buiten!
Ik kan soms echt boos worden. Slome wanna be chauffeurs, auto’s die eindeloos op de linkerbaan blijven hangen, terwijl ik haast heb en erlangs wil. Ik ben superblij met mijn kinderen, maar soms raak ik flink chagrijnig over hun ‘gezeur’. Zulke boosheid zegt natuurlijk meer over mij dan over die anderen. Ik ben dan blijkbaar te gestrest, heb te weinig tijd voor mijzelf genomen. Alle extra vragen om aandacht zijn dan ‘teveel’. Vandaar dat korte lontje.
Maar als Jézus boos werd, was het terecht. Het was heilig, iets van God. Hij kwam op voor mensen die God zoeken. Die pelgrims werden zwaar afgezet. Ze moesten, dat was verplicht, hun Romeinse munten wisselen voor speciale joodse tempelmunten. Met natuurlijk een lompe wisselkoers.
En als je dan totaal gefrustreerd probeert te gaan bidden – blaat er net een schaap in je oor of sist er een hande- laar dat hij een aanbieding heeft ‘speciaal voor jou’, ‘heel goedkoop’... En dan zie je overal ook nog eens mensen smoezelen met verbeten koppen. Juist op dit tempelplein werden terroristische aanslagen gepland tegen de Romeinen...
Dit maakte Jezus boos, maar op een heilige manier. Het is oneerlijk wat er gebeurt en hij grijpt in. Dat doet boos- heid. Je ziet onrecht, je stroomt vol met energie en je gaat er iets aan doen.
Jezus is in Jeruzalem en het is de tijd rondom Pesach. Het was de gewoonte om met het Pesachfeest
naar Jeruzalem te trekken. Jezus deed dit als tiener ook al en zette deze traditie van harte voort. Het Pesachfeest herinnerde aan vrijheid uit slavernij en van de overheersing. Misschien nog wel het best te vergelijken met onze 4+5 mei-vieringen. Een combi van herinneren, herdenken en vieren.
Veel Joden gingen dan naar de tempel om God een offer te brengen. Het was natuurlijk veel handiger om terplekke een offerdier (schaap, vogel, geit of koe) te kopen, dan die helemaal mee te sjouwen.
Lees wat er dan gebeurt in Johannes 2:13-17.
“Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in run- deren, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen.
Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’”
Een tweede fragment over heilige boosheid van Jezus. Dit keer uit het ooggetuige verslag van Marcus.
Lees Marcus 10:13-16.
“De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.”
Jezus ‘wond zich er over op’ dat zijn leerlingen kinderen verhinderden om bij hem te komen. Hier kun je met recht zeggen dat dit een understatement is. De grondtekst zegt hier dat Jezus woest is.
Matthijn Buwalda heeft met: ‘Schreeuwen naar de hemel’ of ‘Waar bent u?’ verschillende nummers afgeleverd waarin hij hardop vragen stelt en soms ook boos durft te zijn op God. Misschien mooi om zo’n nummer met elkaar te luisteren.
Gary Chapman (bekend van De vijf talen van liefde), heeft een aantal jaar geleden ook een boek geschreven over boosheid ‘De andere kant van de liefde’. In dit boek leert hij boosheid op een productieve manier te gebruiken. Hij werkt nog sterker uit wat het verschil is tussen heilige en onheilige (in zijn taal: terechte en onterechte) boosheid en vertelt stapsgewijs hoe die boosheid op een goede manier in te zetten is.
Een groep van ongeveer 15 songwriters heeft zich een aantal dagen toegelegd op het schrijven van liederen over gerechtigheid. De naam ‘Schrijvers voor Gerechtigheid’ was snel een feit. Het resultaat is een cd voor kerken met 15 liederen over gerechtigheid met onderwerpen als uitbuiting, vervuiling, armoede, oorlog. Maar ook hoop, het Koninkrijk van God, de Kerk en omzien naar elkaar.