Ga naar submenu Ga naar zoekveld

GASTCOLUMN: Ik ben een blauwe aardappel

26 november 2020 · Leestijd 4 min

Er bestaan blauwe aardappels. Ja, je leest het goed. De binnenkant en de smaak zijn echter precies hetzelfde als die van witte piepers. Toch durft men ze vaak niet te eten, want: ze zijn blauw. Ze krijgen geen mogelijkheid om geproefd te worden, of hun knapperige blauwbruine schilletje te laten zien. De aardappels worden bij voorbaat subtiel aan de kant geschoven. Helaas bloemenvaas. Vroeger voelde ik mij ook een blauwe aardappel. Eentje die werd beoordeeld op fysieke kenmerken.

Van sport word ik heel mijn leven al gelukkig, maar door mijn geringe lengte (147 centimeter én een half) werd ik bij korfbal vaak weggestopt in een laag team. Dit alles onder het magische mom van ‘De selectie is voor talent, de recreatie voor vriendjes en vriendinnetjes.’

Excuseert u mij even. Dat ik toevallig een scoliose en een nekvergroeiing heb, betekent niet dat ik van plan was om als een zandzak op het veld te staan en een beetje te keuvelen over het nieuwe kapsel van Zac Efron, terwijl mijn tegenstander een doelpunt maakte. Ik wilde winnen en goed spelen. Hoe ouder ik werd, hoe lastiger het werd om mezelf te bewijzen tussen alle lange leeftijdsgenoten. Mijn techniek was bovengemiddeld, mijn lengte alleen niet. Op mijn 13e kwam er een plek vrij in de selectie en mocht ik met een teamgenoot een paar weken om dit plekje trainen. Een trainingssessie waarvan de uitkomst vanaf het begin eigenlijk al vaststond.

Oneerlijk

Na keihard trainen kwam de coach namelijk tot de verrassende conclusie dat ik in drie weken geen veertig centimeter was gegroeid. Haar woorden staan in mijn geheugen gegrift: “We kiezen voor L. Want ze is langer.” Mijn hart brak. Mijn ogen prikten. Mijn teamgenoot was niet beter, maar langer. Het liefst wilde ik de coach eigenhandig met een mooi boogje door de korf gooien. Dat deed ik natuurlijk niet. In plaats daarvan fietste ik huilend naar huis.

Het hele proces voelde ontzettend oneerlijk. Ik was namelijk niet beoordeeld op mijn kwaliteiten en capaciteiten als korfballer. Had de coach gezegd dat mijn doorloopballen op mislukte pirouettes leken, was er niets aan de hand geweest. Dan was ik voorzien van constructieve (en pedagogisch onverantwoorde) feedback en een nieuw doel om naar te werken. Maar waar kon ik nu aan werken? Minder klein zijn? Moest ik mijn training uitbreiden met een weekendcursus ondersteboven-met-een-bloempot-aan-de-dakgoot-hangen?

De valse hoop die ik had gekregen, deed pijn. De hoop om beoordeeld te worden op vaardigheden was wederom met noppenschoenen de grond ingetrapt. Ik stopte met korfbal.

Terug naar die blauwe aardappels. Volgens uitgevoerde experimenten blijkt dat mensen die blind zijn, de aardappels zonder aarzelen opaten. Zij zagen immers geen verschil. Elke aardappel kreeg een eerlijke kans om gegeten te worden en in theorie beoordeeld te worden op relevante aardappel-eisen.

Tafeltennis

Ik werd uiteindelijk als blije, blauwe aardappel geoogst. Op mijn 18e begon ik met tafeltennis. Per toeval kwam ik een advertentie tegen voor een Paralympische Talentdag. Ik had toch niets te verliezen, dus meldde ik mij aan.

De bondscoaches van het Nederlands Paratafeltennis keken naar mijn sportieve en technische capaciteiten en zagen potentie en talent in mij. Annemarijn: een sportief TALENT? Het waren twee woorden die ik nog nooit in sportieve context had gehoord in combinatie met mijn naam. En lukken die Paralympische Spelen niet? Dan is dat helemaal goed, want dan heb ik het eindpunt zelf bereikt, nadat ik op het startpunt een eerlijke kans kreeg.

Het beoordelen van situaties of mensen hoort bij het (over)leven. Soms doen we het liever niet, maar als het dan tóch moet, hoop ik van harte dat we stoppen met het beoordelen van elkaars irrelevante schilletjes. Zolang we daarmee doorgaan, belanden we pas echt in de puree.

Geschreven door

Annemarijn