
Leestijd: 4 minDoor Daniëlle van den Brun
‘Als Jezus terugkomt, zal de Olijfberg in tweeën splijten en de doden opstaan’ (Zacharia 14:4), fluistert mijn moeder in mijn oor terwijl we op die desbetreffende Olijfberg staan en uitkijken over Jeruzalem. Het is de tweede dag van de rondreis ik samen met mijn moeder en zus maak door Israël. Hoorde ik dat nou goed? Ik sta op de plek waar, over onbepaalde tijd, de allervetste entrance ooit gaat komen van Jezus himself. Dat deze profetie (voorspelling) ooit uit gaat komen, klinkt bijna als een sprookje, iets dat onmogelijk is.
Één op 100,000,000,000,000,000. Dat is hoe groot de kans is dat één persoon acht profetieën kan vervullen. Deze kansberekening, die je hopelijk zelf nooit hoeft uit te rekenen bij Wiskunde A, werd gemaakt door wiskundige Peter Stoner. Fun fact: Jezus liet geen acht profetieën uitkomen, maar 324. DRIEHONDERVIERENTWINTIG! Hij zal geboren worden uit een maagd, op een ezel Jeruzalem binnenrijden, verraden worden door een vriend en zo kan ik nog wel even doorgaan. De eindconclusie van meneer Stoner was dan ook: De kans dat één persoon 324 profetieën kan vervullen is oneindig klein. Het is…. onmogelijk.
Toen ik dit voor het eerst hoorde tijdens een preek jaren geleden was het voor mij zo’n enorme bevestiging van de grootheid van God. Alleen Hij kan het onmogelijke, mogelijk maken. De dingen waar de slimste wiskundigen hun hoofd over breken, zijn voor God een eitje. God is briljant en daar op de olijfberg voelt het alsof ik me dat voor het eerst écht besef.
Terwijl ik op de Olijfberg sta, kijk ik uit over de honderden Joodse graven die op de berg liggen. Stuk voor stuk mensen die geloven dat ze zullen opstaan als Jezus terugkomt. Zij geloven in het onmogelijke en ik met hen.
