Ga naar submenu Ga naar zoekveld

COLUMN: Hoe een onbekende mij uit het niks ‘achterlijk’ noemde

8 maart 2021 · Leestijd 4 min

Het is pas maandag… Deze ochtend nam ik me voor om een kopje koffie te halen en zo deze week rustig op te starten. In gedachten verzonken, stond ik te wachten op mijn koffie to go in de Leeuwardse binnenstad. Ik merkte dat iemand dichtbij mij kwam staan; iets te dicht naar mijn zin. Ik twijfelde dan ook of ik er iets van zou zeggen, maar besloot dat niet te doen. Het was maandag en vroeg in de ochtend; laten we lief zijn.

“Moet jij niet naar school?” Ik kijk opzij en zie dat de onbekende vrouw het tegen mij heeft. “Of wil je achterlijk blijven?” Totaal overrompeld kijk ik de vrouw aan en hoop ik dat ze in de lach schiet. Dit doet ze niet, waardoor ik niet weet wat ik moet reageren. Ik vraag haar waarom ze denkt dat ik achterlijk ben. Haar ogen glijden afkeurend over mijn lichaam, waarna ze concludeert: “Omdat je er zo uitziet.”

Met tranen in mijn ogen snel ik naar huis

Ik weet niet hoe snel ik daar weg moet komen, voordat ik in huilen uitbarst. “Pardon?! Nou, bedankt. Fijne dag nog,” zeg ik, waarna ik – zonder om te kijken – naar buiten loop. Lekker begin van de week… Onderweg naar huis herhalen deze woorden zich in mijn hoofd. Ik zie er dus achterlijk uit, volgens een totaal onbekende vrouw. Met tranen in mijn ogen snel ik naar huis, nadenkend over welke dingen ik had kunnen reageren. Ik had ontzettend veel lelijke dingen terug kunnen zeggen, maar deed dat niet. Daarnaast voelt het stom dat dit me zo raakt. Ik ken die vrouw helemaal niet en weet zelf beter… Toch?

Wij zijn als mensen geneigd om te blijven malen over zo’n belediging

Ik heb geleerd dat woorden kracht hebben. Tijdens een kerkdienst vertelde de spreker ooit dat tegenover elke lelijke opmerking, tien complimenten staan. Dit betekent dus dat wanneer ik iets lelijks tegen jou zeg, jij minstens tien complimentjes moet krijgen, om weer in evenwicht te kunnen komen. Wij zijn als mensen namelijk geneigd om te blijven malen over zo’n belediging. Dat is iets wat erg bij mij is blijven hangen: een gemene opmerking kan zóveel meer invloed hebben dan dat het soms lijkt.

Misschien had zij gewoon haar dag niet

Na de haatopmerking van de mevrouw in de winkel, merkte ik dat ik direct ging nadenken over wat er dan verkeerd aan mij is. Daar schrok ik van, want zo wil ik niet over mezelf denken. Sterker nog: zo hóef ik niet over mezelf te denken. Ik vroeg God om rust en om de pijn van die opmerking weg te nemen. Daarna haalde ik diep adem en benoemde een paar dingen waar ik dankbaar voor ben en waarom ik juist niet achterlijk ben. Nu voel ik me een stuk beter.

Ik wenste de vrouw een fijne dag, waar ik – als ik er langer over nadenk – toch blij mee ben. Haar wil ik namelijk niet raken zoals zij dat deed bij mij. Misschien had zij gewoon haar dag niet. Ik laat het in ieder geval mijn week niet beïnvloeden. Het is pas maandag!

Stagiaire Danielle schreef een column over het zijn van een parel in Gods hand. 

Geschreven door

Thamara