Ga naar submenu Ga naar zoekveld

COLUMN: God leerde mij hoe leuk ik eigenlijk ben

29 januari 2021 · Leestijd 5 min

Vroeger op de middelbare school deed ik ontzettend mijn best om leuk gevonden te worden. Ik ben echt een – probeer niet te kokhalzen – mensenmens. Mensen maken mij blij en ik vind het heerlijk om met anderen in gesprek te zijn. Vroeger vond ik het vooral fijn als mensen graag met mij in gesprek wilden zijn en ik ze een stapje verder kon helpen.

Ik kan me nog goed herinneren dat mijn moeder een keer een telefoongesprek tussen mij en een vriend hoorde. Toen ik ophing, zei ze: “Pfoe, je lijkt wel een therapeut!” Ik vond toen dat ze zeurde, omdat ik gewoon een vriend probeerde te helpen. Toch kwam ik erachter dat er een soort patroon ontstond in mijn ‘vriendschappen’: ik hielp hen altijd met alles. Het maakte niet uit of ik zelf moe was of niet lekker in mijn vel zat, ik was bereid een stukje opzij te zetten voor mensen die me nodig hadden.

Blijkbaar krijg je niet altijd terug wat je geeft

Op zestienjarige leeftijd raakte ik overspannen. In die tijd stopte ik met school, omdat ik simpelweg te moe was. Daarnaast liep ik een half jaar bij een psycholoog die me hielp mijn leven weer terug op de rit te krijgen. Ik moest noodgedwongen met mezelf aan de slag en had geen ruimte meer om anderen te helpen. Voor mij betekende dit dat ik ‘nee’ moest zeggen tegen mensen die mij om hulp vroegen. Dat is een van de moeilijkste dingen die ik ooit heb gedaan. Ik bleek het namelijk nodig te hebben dat anderen mij nodig hadden. Ik was bang dat mensen bij me weg zouden gaan als ik niet iets bijzonders aan hun leven kon bijdragen en in sommige gevallen was dat ook zo. Blijkbaar krijg je niet altijd terug wat je geeft.

Daar stond ik dan… Vanaf de zijlijn toe te kijken hoe iedereen het leuk had, behalve ik

Ik had veel moeite met het accepteren van Thamara; ik vond mezelf te veel, mijn hoofd zat overvol met gedachten en als ik in de spiegel keek, leek het net alsof er elke week een nieuwe onderkin bij groeide. Daarom dacht ik, als ik mezelf niet lekker kan voelen, kan iemand anders dat wel voor me doen. Nou, mooi niet dus. Jongens vonden mij niet leuk genoeg om verder mee op te trekken en meiden van school en studie, hadden het leuk met elkaar en gaven mij geen extra aandacht. Daar stond ik dan… Vanaf de zijlijn toe te kijken hoe iedereen het leuk had, behalve ik.

Ik vroeg God of Hij me wilde leren om met plezier in de spiegel te kijken

Dit moest duidelijk anders, want dit hele verhaal gaat over ‘ik’, maar waar is God in dit plaatje? Nou, dat vroeg ik me dus op een gegeven moment ook af. Het enige waar ik me mee bezig hield, was hopen dat anderen mij zouden bevestigen en zouden zeggen hoe leuk ik ben. Maar als ik mezelf niet eens leuk vind, hoe kan iemand anders me daar dan van overtuigen? Niet. Dus besloot ik een stapje terug te doen en God te zoeken. Ik vroeg Hem of Hij de juiste mensen op mijn pad wilde sturen. Niet twintig leuke mensen, maar een paar fantastische mensen, die net zoveel energie in mij steken als ik in hen. Ik vroeg God of Hij me wilde leren om met plezier in de spiegel te kijken.

Ik leerde hoe leuk ik eigenlijk ben

Ik besloot me te focussen op God en op een paar vriendinnen. Dat was heerlijk, want ik kon gewoon mezelf zijn. Niemand verwachtte iets van mij en wat ik investeerde, kreeg ik ook weer terug. Door gesprekken met de juiste mensen en met God, werd ik aan het denken gezet over mezelf en leerde ik hoe leuk ik eigenlijk ben. Dat anderen mij niet hoeven te bevestigen, omdat ik nu weet dat ik bereid ben om de moeilijke dingen in mijn leven aan te pakken en om er iets moois van te maken wat bij mij past.

Het is God en ik; meer heb ik niet nodig

Ik ben dankbaar voor de mensen om mij heen die net zoveel energie steken in mij als ik in hen. Ruim een jaar geleden heb ik de leukste jongen van de wereld ontmoet die mij ook niet nodig heeft en dat is goed. Ik ben gelukkig met mij. Het is oké om me niet altijd lekker te voelen, maar ik kom daar wel uit samen met God. Het is God en ik. Meer heb ik niet nodig.

Eerder schreef stagiair Thamara een column over haar relatie met haar zusje. Thamara: "Mijn zusje heeft epilepsie, maar staat vaker op dan dat ze valt!"

Geschreven door

Thamara