
Leestijd: 6 minDoor Rosan den Dikken
‘Wow, wat nu?’, dacht Charissa in eerste instantie toen ze de positieve zwangerschapstest in haar handen zag. ‘Later kwam het besef: ik krijg een kindje.’ In die periode was ze veel bezig met roken en drinken. God speelde nauwelijks een rol. Maar door de komst van haar dochter veranderde alles…’
‘Toen ik op de middelbare school zat, deed ik veel wat niet mocht van mijn ouders. Omdat ik niet zo’n goede band had met hen, was ik vaak weg van huis. Als ik over de toekomst dacht, stelde ik mezelf voor op een grote boerderij met mijn eigen paarden. Ook dacht ik wel aan kindjes, rond mijn twintigste bijvoorbeeld. Het geloof had niet per se een rol in dat plaatje. Op dat moment ging ik op zondag naar de kerk, maar de rest van de week deed ik er niks mee.’
‘Vorig jaar januari kwam ik erachter dat ik zwanger was van mijn toenmalige vriend. We hadden ongeveer vijf maanden een relatie. Ik merkte op een gegeven moment dat ik heel snel moe en misselijk was. Ook werd ik ineens niet meer ongesteld. Uiteindelijk besloot ik om samen met een vriendin een test te doen. Ik wilde uit de onzekerheid en gewoon weten of ik zwanger was of niet. Ik deed de test en al vrij snel zag ik: ik ben zwanger. Eerst moest ik lachen en ik dacht: wow. Het kwam nog niet helemaal binnen dat ik echt een kindje kreeg. Later dacht ik wel: oeh, wat nu? Wat moet ik doen?’
‘Op dat moment stond ik niet stil bij wat ik vanuit de kerk had meegekregen: seks is iets voor in het huwelijk. Ik vond het op lichamelijk gebied wel vrij snel gaan, maar ergens overkwam het me. Het was moeilijk om te stoppen toen we eenmaal begonnen waren. Achteraf had ik misschien eerder mijn grens aan moeten geven.’
‘Voor een lange tijd heb ik mijn zwangerschap voor mezelf gehouden. Ik deelde het eerst met mijn vriend die toen ook zestien was. Na een tijdje vertelde ik het aan mijn ouders en de rest van mijn omgeving. Mijn ouders reageerden heel liefdevol en zeiden: “Je weet dat het niet de bedoeling is, maar we gaan je wel helpen.” Anderen zeiden dat ik ook kon kiezen voor een abortus. Voor mij voelde dat niet als een optie. Wat me nog steeds raakt, is dat sommige mensen er zo makkelijk over deden. Als ik nu naar mijn dochtertje kijk, kan ik me niet voorstellen dat het anders was gelopen.’
‘Alle opmerkingen over abortus zette me aan het denken. Ik onderzocht wat het eigenlijk inhield en ik schrok. Blijkbaar heeft een baby bij 21 dagen al een hartslag, dat is bij vier weken. En vaak weet een vrouw dan nog niet eens dat ze zwanger is. Ook verdiepte ik me in de manier van waarop ze de baby weghalen en wat ik daar las vond ik vreselijk. Met een pil worden baby’s langzaam uitgehongerd… Ik las dat er per dag zo’n honderd vrouwen abortus plegen. Die cijfers raakten me en ik vroeg om hulp, want dit wilde ik niet. Gelukkig waren er veel mensen die mij wilden helpen met de voorbereidingen. En zoals ik net al zei, ben ik heel blij met mijn keuze. Het feit dat mijn dochtertje er ook niet had kunnen zijn, kan ik niet aan. Ik vind het wel heel verdrietig om te bedenken dat er zoveel vrouwen zijn die, soms door onwetendheid, wel deze keuze maken.’
‘Door mijn zwangerschap is mijn leven compleet veranderd. Ik moest stoppen met mijn ongezonde gewoonten, bedenken waar ik het kindje liet opgroeien en er kwam een hoop geregel bij kijken. Gelukkig ben ik echt een doener dus toen ik eenmaal gewend was aan het idee dacht ik: oké, we gaan ervoor. Ik kocht kleertjes, maakte het huis van mijn ouders klaar voor haar komst en bereidde me mentaal voor op dat wat ging komen. In de periode dat ik zwanger was, kreeg ik veel nare opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd op school. Mensen zeiden dingen als: “Je hebt een miskraam, je baby heeft Down… ” Zo ontstonden er allemaal roddels. Dit maakte me wel verdrietig.’
‘Toen ik twintig weken zwanger was, ging het uit met mijn vriend en stond ik er alleen voor. Dat was wel heel erg schakelen. Gelukkig waren er heel veel mensen uit de kerk die me wilden helpen. Daar ging ik nog steeds wel heen. In die tijd begon ik ook met bidden. Ik was bijvoorbeeld heel bang voor de bevalling. Elke avond heb ik gebeden dat het goed zou gaan en dat ik de pijn aankon. Uiteindelijk kijk ik daar ook positief op terug en zie ik door de zwangerschap heen zoveel dingen die God mij heeft gegeven. Mensen gaven me spullen, geld en cadeaus. En het grootste cadeau is natuurlijk mijn lieve kindje, Liva. Als ik naar haar kijk, besef ik hoe groot Gods kracht is. Hij heeft haar gemaakt, in mijn buik. Zo bijzonder.’
‘Als ik foto’s van mezelf terugkijk, zie ik hoe erg ik veranderd ben. Ik kijk gelukkiger en bén gelukkiger. Ik heb God leren kennen door mijn zwangerschap. Eerst zag ik Hem als een muur die niet terugpraatte. Nu is Hij als een Vader en Vriend voor mij. Als ik het moeilijk heb praat ik met God. Als ik heel blij ben praat ik met God. Als ik me verveel praat ik met God. Ik deel alles met Hem.’
‘Zelfs in mijn gezin heeft het iets moois gebracht. Vroeger had ik geen goede band met mijn ouders, maar nu is mijn moeder mijn beste vriendin. Ik ben erachter gekomen wat echte vrienden zijn en wie ik ben. Het is zo bijzonder hoe God mijn kindje heeft gebruikt om zoveel mooie dingen te brengen. Zonder haar was me dit misschien allemaal niet overkomen. Daar dank ik Hem elke dag opnieuw voor.’
