
Leestijd: 8 min
Misschien heb je wel eens âs nachts in bed gedacht: wat als mijn vader of moeder overlijdt? Voor Annemieke (19) werd dit werkelijkheid: haar vader stierf aan een hartinfarct, waar zij bij was. Zij vertelt hoe dit ging en hoe ze zich in de moeilijke tijd daarna staande houdt.
Annemieke: âHet was een weekend in de zomer van 2019 en mijn vader voelde zich niet zo lekker. Hij is toen naar de dokter geweest, maar die zag niks geks. Ook uit de bloedtest de dinsdag erna kwam niks. Die dinsdag zaten we met het gezin te eten. Nadat we het gebed eindigden met âAmenâ zei mijn vader opeens: âHet gaat nu echt niet goedâ en vervolgens zakte hij in elkaar. We vingen hem op, en legden hem samen op de grond. Toen ben ik snel bij de buren om hulp gaan roepen. Iemand heeft 112 gebeld en binnen no-time stonden de hulpdiensten op de stoep. Er gebeurde van alles en ik dacht alleen maar: âWat gebeurt er? We willen gewoon onze nasi opetenâ Ze hebben hem toen geprobeerd te reanimeren en ook naar het ziekenhuis gebracht, maar in al die tijd heeft hij geen enkele hartslag meer gehad. Hij was dus al overleden.â
Toen haar vader naar het ziekenhuis werd gebracht wist Annemieke nog niet dat hij al overleden was. âMijn moeder zei gelijk al dat het echt niet goed ging, maar ik dacht eerst nog dat er niks ernstigs aan de hand was. Toen we in het ziekenhuis aankwamen zei de arts dat hij al overleden was en dat we nog mochten kijken als we dat wilden. Het bizarre was dat mijn andere broer en zus al die tijd niks wisten, omdat zij op vakantie waren. We moesten ze gaan bellen met het bericht âpapa is net overledenâ, en dat is wel heel aangrijpend. Ook was het heel moeilijk dat we toen nog niet wisten wat er aan de hand was. Uiteindelijk bleek dat hij een hartinfarct aan de achterkant van zijn hart heeft gehad. Omdat het aan de achterkant was, had de dokter het eerder niet gezien.â
âIk was erg in paniek, en de avond ging echt als een waas aan me voorbij. Mijn zus zei in de auto naar het ziekenhuis al: âMet zân vijven is het ook goedâ, en toen dacht ik: âDoe even normaal, we zijn met zân zessenâ Toen begon ik te beseffen dat het echt niet goed was. Pas later bedenk je dat je vader niet bij je bruiloft zal zijn of nooit je kind zal zien. Ik ben kort na het overlijden bijvoorbeeld begonnen met rijlessen, en mijn vader en ik hielden altijd heel veel van autoâs. Als je dan voor het eerst in die auto stapt, denk je wel: âWaar is papa dan?â Dat zijn de momenten dat het extra hard naar je toekomt.â
Hun liefde voor autoâs was niet het enige wat Annemieke gemeen had met haar vader. âDe band met mijn vader was heel goed. Ik was thuis echt papaâs kindje. Als ik iets wilde hebben, moest ik bij mijn vader zijn. Ik ging ook vaak met hem mee naar zijn werk, dan gingen we vrachtwagens kijken. Als we op vakantie gingen zat ik vaak voorin om met hem te praten en te zorgen dat hij wakker bleef. Hij was wel echt mijn vriend thuis.â
Annemieke was dus erg dol op haar vader, hoe ga je dan met zoân verlies om? âIn ons gezin gaat iedereen er natuurlijk anders mee om. De een praat er veel over, de ander schiet snel vol of krijgt last van angsten en nachtmerries. Op een gegeven moment had ik het verhaal van het overlijden van mijn vader zo vaak verteld, dat ik het soms zonder emotie vertelde. Dat vond ik best wel eng. Ik kon er wel vrij makkelijk over praten met vrienden en familie. Mijn openheid komt voor sommige mensen hard aan, maar andere mensen vinden het juist fijn dat ze er daardoor alles over kunnen vragen. Toen ik weer naar school ging merkte ik dat er veel klasgenoten niet echt wisten wat ze met me aan moesten, en dat zeiden ze ook wel. Ik vond dat best wel lastig, dat mensen heel verschillend reageren. Ik vond het het fijnst als ik er gewoon over kon beginnen, en dat mensen dan ook doorvragen en het gesprek aangaan.â
Dat mensen niet weten hoe ze ermee om moeten gaan, leidt soms tot vervelende dingen. âIk heb nooit echt directe vervelende reacties gekregen van mensen. Ik had wel eens dat iemand stuurde dat ze met mee meeleefde, en twee minuten later een story postte dat ze op het strand lag en aan het feesten was. Het is wel begrijpelijk, maar tegelijkertijd werd ik ook zo boos. Niet op diegene, maar op het feit dat iedereen mag doorleven en dat ik dit moet meemaken. We zouden zelf ook op vakantie gaan twee dagen later, en dat ging natuurlijk niet door. Het gebeurt ook wel eens dat mensen op de sterfdag iets zeggen als âHeel veel sterkte vandaagâ. Dat voelt voor mij soms een beetje vervelend, want het is niet alleen op die dag dat ik ermee zit.â
Dat het nu al twee jaar geleden is dat Annemiekes vader overleed, betekent niet dat de pijn minder is. âAan het begin was het vooral heel heftig, omdat het net was gebeurd. Ik merkte dat anderen heel anders reageren wanneer je zegt âMijn vader is drie weken geleden overledenâ of âMijn vader is twee jaar geleden overledenâ. Ik heb in die tijd geleerd dat je het geen plek kan geven, maar je moet er wel mee om leren gaan. Nu het langer geleden is, krijgen we natuurlijk ook minder kaarten en reacties. Soms vind ik dat wel lastig. Ik hoef niet elk moment van de dag een gesprek, maar je wilt ook niet dat het vergeten wordt. Het gevoel blijft namelijk elk jaar hetzelfde. Het hele jaar door mis ik hem, maar de momenten waarop dit het meest is, is wanneer we als gezin of familie iets hebben. Bijvoorbeeld bij een bruiloft, belijdenis of een mijlpaal in je opleiding.â
Als het Gods plan is om mijn vader van zijn stoel af te laten vallen, dan ben ik het niet helemaal eens met dat plan
âIk was niet per se boos op God, maar vroeg me meer af waarom dit moest gebeuren. Je hoort altijd over het plan van God, maar als het Zijn plan is om mijn vader gewoon van zijn stoel af te laten vallen, dan ben ik het niet helemaal eens met dat plan. Ik kan niet boos op God worden. Sommige mensen hebben dat wel, maar ik kon dat gevoel niet krijgen. Ik had alleen zoiets van: âWaarom zorg je er nou voor dat we allemaal verdrietig zijn en dat hij er niet meer is?â Ik was teleurgesteld en verdrietig en begreep niet waarom dit moest gebeuren.â
Ondanks deze vragen heeft Annemieke gezien dat God juist helpt. âIk heb toen mijn vader overleden was niet echt Gods aanwezigheid specifiek ervaren, of antwoorden gekregen op mijn gebed. Het bidden schoot er vaak ook een beetje bij in, omdat ik best moe was als ik naar bed ging en niet meer zoveel wilde nadenken. Soms was het best lastig dat als we thuis gingen bidden en Bijbellezen dat we soms moesten huilen. Soms denk je dan ook: âLaat het maar evenâ, want elke keer moeten huilen ben je ook een keer zat. Ik haalde vooral veel troost uit muziek. Ik speelde bijvoorbeeld op de piano en zong veel liederen die papa mooi vond. Ook luisterden we thuis veel naar christelijke muziek waar we kracht uit haalden. Op een gegeven moment hoorden we mijn moeder iets bijzonders zeggen toen er iemand op visite was. Ze zei dat ze van God kracht vroeg voor zes weken om alles te overzien, maar dat ze moest leren dat God kracht gaf voor elke dag, manna voor iedere dag. Wij moesten dat elke dag weer opnieuw vragen aan God. We mochten als gezin ervaren dat Hij ons elke dag droeg.â
Annemieke heeft dit zelf ook ervaren. âIk heb zelf niet steeds weer opnieuw om kracht gevraagd, maar ik heb het wel gekregen. Ik ben niet helemaal in elkaar gestort, maar alles wel blijven doen en geprobeerd wat lukte. Achteraf denk ik wel: âStel je voor dat er iemand zo dichtbij overlijdt, en dat je dan geen geloof hebt; dan moet dat zo leeg voelenâ. Wij weten dat hij op een betere plek is, maar als je dat niet hebt is het hier gewoon klaar. Dankzij mijn geloof heb ik hoop kunnen houden!â
Lees ook: Matthijs heeft botkanker en vertelt over zijn naderende dood: âElke dag krijg ik van Hemâ