Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Annes zus Eva was depressief: ‘Ik voelde me schuldig toen ik op kamers ging en haar thuis achterliet’

26 januari 2022 · Leestijd 6 min

Stel je voor: Je verhuist ver weg van je vrienden en familie en je kan niet echt je draai vinden. Als klap op de vuurpijl word je ook nog eens depressief. Het overkwam Eva (20) en haar zus Anne (22) zag het allemaal gebeuren. Anne: “Het was lastig om erachter te komen waar Eva mee zat, ik moest echt gigantisch aan haar trekken voordat ze zich open stelde.”

Eva: “Toen ik depressief was voelde me heel erg eenzaam en verdrietig. We waren van verhuisd en dat was voor Anne en mij ver weg van onze vrienden en familie. We konden daar onze draai niet echt vinden. Anne ging na een jaar op kamers in Rotterdam en ik had eigenlijk geen vrienden in de omgeving. Ik was dus heel erg op mezelf aangewezen. Ik zag dat mijn vrienden gewoon doorgingen zonder mij en dat deed me best veel pijn. Ook deed ik een opleiding die ik niet leuk vond. Door al die dingen kwamen de depressieve gevoelens. Ik dacht dat ik die gevoelens niet kon uiten naar anderen, omdat je die voor je dient te houden. Ik stopte mijn gevoelens dus weg.”

Wat is een depressie?

Je bent depressief wanneer je voortdurend somber bent en dat langer dan twee weken duurt. Je hebt nergens zin meer in en er is niks wat je op kan vrolijken. Het kan zijn dat je veel gaat eten of juist heel weinig. Ook kan je last hebben van vermoeidheid, slapeloosheid en concentratieproblemen. Sommige mensen met een depressie hebben gedachtes van zelfdoding. 

Bron: PsyQ

Gesloten

Anne: “Het was lastig om erachter te komen waar Eva mee zat, want ze is erg gesloten. Toch zag ze er toen wel heel verdrietig uit. Ik heb ook een jaar in onze nieuwe woonplaats gewoond en het is daar best eenzaam als je er niet bent opgegroeid. Ik kon me dus goed indenken dat ze zich eenzaam voelde en dat zag ik ook aan haar. We hadden er een keer een gesprek over en ik moest echt gigantisch aan haar trekken voordat ze zich open stelde.” Eva: “Ik wilde het eerst niet zeggen, omdat ik wilde dat mensen mij zagen als de blije Eva. Ik vond het lastig om mijn pijn te delen omdat ik niet wilde dat mensen zich zorgen om mij zouden maken. Op een gegeven moment kwam Anne er toch achter. Ze stelde er vragen over en ze heeft me gedwongen om het tegen mijn ouders te zeggen.”

Als Anne me niet had gepusht, was ik nooit gegaan

Eva

Om haar zus zo verdrietig te zien, was niet makkelijk voor Anne. “Ik voelde me machteloos, omdat ik haar voor mijn gevoel achterliet. Ik probeerde regelmatig te bellen en te vragen hoe het met haar ging. Ik heb haar ook erg gepusht om naar de huisarts en psycholoog te gaan.” Eva: “Anne heeft mij ook naar de huisarts gesleept omdat ik dat niet durfde. Ik vond dat echt doodeng. Als Anne me niet had gepusht om de huisarts te bellen, was ik nooit gegaan. Anne ging de eerste keer mee en daardoor voelde ik me een stuk meer op mijn gemak. Via de huisarts kwam ik bij de praktijkondersteuner terecht. Het ging daar goed, maar ik miste nog wel wat. Daarom werd ik doorverwezen naar een psycholoog. Anne heeft me daar wel bij geholpen, maar uiteindelijk ben ik zelfstandig naar de psycholoog gegaan.”

Boksen

Inmiddels gaat het stukken beter met Eva. Eva: “Ik heb nu totaal geen last meer van mijn depressieve gevoelens. Natuurlijk heb ik wel dagen dat het minder gaat, maar ik heb niet meer zulke sombere gedachtes als eerst. Nog steeds vind ik het lastig om over mijn gevoelens te praten, maar ik ga nu wel sneller naar anderen met mijn problemen. Ik heb geleerd dat het oké is om je gedachtes te delen met iemand die je vertrouwt. Het maakt niet uit als anderen weten dat het niet goed gaat met je, omdat zij je dan juist kunnen helpen.” Anne: “Het was heel duidelijk dat de omstandigheden Eva vooral depressief maakten. Toen ze eenmaal ook in Rotterdam ging wonen, ging het wel beter met haar.” Eva: “Dat hielp inderdaad! Mijn vrienden wonen hier gewoon in de buurt. Ik hoef maar op te bellen en dan zijn ze er zo. Ook heb ik nu een leuk baantje en ik boks veel, dat helpt ook heel erg.”

Zus als psycholoog

Naast het in Rotterdam wonen, werken en sporten, helpt praten met Anne ook. Anne: “Ik studeer zelf psychologie en kon Eva daardoor ook goed uitleggen hoe een depressie werkt en wat ze kan doen.” Eva: “Ik vond het heel fijn dat ik door Anne al een beetje wist wat ik kon verwachten van de psycholoog. Ze had me bijvoorbeeld over cognitieve gedragstherapie verteld en dat ging ik ook doen bij de psycholoog. Sowieso ben ik heel blij dat Anne mij in mijn depressie geholpen heeft. Ik denk bijvoorbeeld niet dat ik zelf aan de bel had kunnen trekken.” Anne: “Ik vind het supermooi dat ze dat zegt, maar uiteindelijk heeft Eva het zelf gedaan.”

Ik had altijd in mijn achterhoofd: Het gaat niet goed met Eva

Anne

Als je een zus hebt die depressief is, kan het best lastig zijn om daar niet in meegezogen te worden. Anne: “Ik werd niet zozeer meegezogen, maar ik had wel altijd in mijn achterhoofd: het gaat niet goed met Eva. Ik wilde er voor haar zijn, dus ik hield me daar wel veel mee bezig. Aan de andere kant had ik ook mijn eigen leven en daar probeerde ik ook op te focussen. Daarnaast wist ik door mijn studie al wel hoe je met mensen met een depressie om moet gaan. Hierdoor kon ik er zelf wel goed mee omgaan.”

Do's & don'ts

Misschien ken jij ook wel iemand in je omgeving die depressief is. Wat moet je niet zeggen tegen iemand en wat juist wel? Anne en Eva hebben een paar goede tips!

Don'ts

  1. ‘Het komt wel goed’ Eva: “Dit werd heel vaak tegen mij gezegd, maar het is zo lastig om te horen als je je zo slecht voelt.” Anne: “Ja, het is echt een dooddoener!”
  2. ‘Ik ben depressief’ Anne: “Sommige mensen zeggen dit wanneer ze even een dip dagje hebben. Die mensen hebben echt geen idee wat het inhoudt om depressief te zijn.”
  3. Oplossingen Anne: “Sommige mensen zeggen dingen als: ‘Het is toch mooi weer?’, of: ‘Je hebt toch lieve vrienden?’ Daarmee bagatelliseren ze eigenlijk het probleem.

Do's

  1. Sporten Anne: “Dit is heel goed voor mensen met een depressie. Je zou bijvoorbeeld samen kunnen gaan hardlopen.”
  2. Blijf met hem of haar omgaan Anne: “Het lijkt soms alsof die persoon het niet wil, maar het is juist heel belangrijk.” Eva: “Ik vond het heel fijn dat Anne mij regelmatig uitnodigde om te komen eten. Ik bleef namelijk veel thuis, maar hierdoor kwam ik toch even buiten de deur en had ik een gezellig praatje met Anne.”

Geschreven door

Lotte

Misschien ook wat voor jou