
Leestijd: 4 min
Tweevoudig wereldkampioen én Olympisch kampioen wielrennen Anna van der Breggen gaat morgen opnieuw voor goud in Tokyo. "De fiets en het geloof zijn niet los van elkaar te zien. Ik heb het idee dat er altijd bij mij iemand meekijkt. Als een overkoepelende vader. Dat fijne gevoel dat er méér is. Wereldkampioen of niet, het gaat om wie je bent. Niet alleen de beste willen zijn, maar ook aan je familie denken, oog hebben voor het leven ernaast.”
“Ja. God heeft met ieder mens een plan. Ik hield er vroeger nooit rekening mee dat ik professioneel wielrenster kon worden. Het is langzaam zo gegaan, het was geen droom die ik van kinds af aan had.”
“Ik denk dat God dat alleen weet. Als ik soms twijfel over wat ik doe, dan heb ik wel het vertrouwen dat God me hierheen heeft gestuurd. Hij zal dan ook wel een weg voor mij zoeken. Tijdens het wereldkampioenschap in Spanje in 2014 had ik echt het idee: ik ben goed in vorm, ik kan wereldkampioen worden. Toen vielen we tijdens de ploegentijdrit. Op dat moment denk ik: Wat is het nut hiervan? Waarom doe ik dit eigenlijk allemaal? Ik heb dat WK niet gereden, maar verder heb ik een hele goede winter gehad. En het jaar erop won ik veel wedstrijden.”
“Nee, ik denk niet dat Hij ervoor zorgt dat wij vallen. Maar voor jezelf heb je soms een plannetje en bedacht dat de dingen wel zo en zo zullen gaan. Dan begrijp je niet waarom het anders gaat. Uiteindelijk denk je: Is dit slecht voor me geweest? Nou, volgens mij niet.”
“Ja, maar zo is het vaker … Ik denk ook weleens: waarom gaat alles zo goed, zoals ik het wil? Wat zit daarachter? Wat moet mij dat brengen? Wat moet ik later worden? Dat antwoord heb ik nog niet. Soms maak je dingen mee waardoor je denkt: misschien wel hierom. Misschien wel omdat wij dit gesprek kunnen hebben.”
Anna van der Breggen, stellig: “Nee. Ik heb eerder het gevoel dat ik soms God in de steek laat. Omdat ik zo bezig ben met goed te zijn in wat ik doe, in het fietsen. Dan ga ik weer eens een keer naar de kerk, of ik bid weer eens een keer, en dan denk ik soms: oh, hoe lang is het geleden dat ik dit deed? Maar andersom: nee. Ik geloof dat God er altijd is. Ook al ga ik hard onderuit.”
“Niet zo letterlijk, ik vraag wel: ‘Mag ik weer wat vaker aan U denken, wilt U erbij zijn en mij dat ook laten voelen.’ Het voelt ook niet goed als ik mezelf alleen maar push om goed te zijn. En uiteindelijk hou ik dat ook niet vol.”
“Haha, dat is een vraag waarvan jij ook wel weet dat die niet te beantwoorden is.”
Bron: AD.nl / EO Magazine
Beeld: ANP