Scheldwoorden uit de Bijbel
26 mei 2020

HÉ, JIJ DAAR, MUURPISSER: 7 bijbelse scheldwoorden

Je zou het misschien niet denken, maar ook in de Bijbel klinken af en toe onaardige woorden. Stoot je keihard je scheenbeen of is jouw broer je aan het pesten? Met deze zeven bijbelse scheldwoorden kom je lekker origineel uit de hoek.

1. KAALKOP!

Dit vind je terug in 2 Koningen. Het klinkt onschuldig, maar het verhaal is dat bepaald niet. Een groep kinderen scheldt de profeet Elisa uit voor kaalkop, wanneer hij op reis is naar Betel. Vervolgens komen er twee berinnen uit het bos die een groot aantal kinderen aanvallen. Dit valt in de categorie ‘lastige bijbelverhalen’. Kijk dus een beetje uit als je deze gebruikt.

2. BUFFEL VAN BASAN!

Deze klinkt zo lekker vanwege de alliteratie, oftewel beginrijm. David gebruikt ’m in Psalm 22 om zijn vijanden aan te duiden. Basan is een gebied op de Golanhoogte in Israël en komt regelmatig voor in de Bijbel.

3. ADDERENGEBROED!

Als Jezus echt boos wordt op de farizeeën, noemt hij ze in Matteüs 3 “stelletje slangen” (BGT). In oudere vertalingen staat er dan “adderengebroed”. De slang komt er sowieso niet zo best vanaf in de Bijbel, dus die farizeeën weten heel goed wat Jezus bedoelt.

4. LUIE HOND!

Jesaja vindt dat de leiders van Israël er een potje van maken: ze beschermen het volk niet en doen waar ze zelf zin in hebben. Ze zijn “luie honden” die “alles opvreten en nooit genoeg hebben” (56:10-11, BGT). In oude vertalingen klinkt het nog beter: “vraatzuchtige hond”!

5. GEWITTE WAND!

Hè, wat? Nou, precies wat er staat: een witgeverfde muur. Deze opmerkelijke verwensing roept Paulus tegen de hogepriester Ananias in Handelingen 23. Je vindt ’m in de Statenvertaling. In moderne vertalingen staat er “schijnheilig”. Paulus vindt dat Ananias zich beter voordoet dan hij is: een lelijke muur met een dun laagje witte verf.

6. MENSENDREK!

Lang leve die goede, oude Statenvertaling! Hier staat natuurlijk “poep van mensen”, maar ouderwets klinkt-ie beter. Afkomstig uit een opmerkelijk stuk in Ezechiël 4, waarin God wil dat de profeet een koek bakt op een vuur dat brandt op “mensendrek”. Ezechiël wil dat niet, omdat het onrein is, waarna God zegt dat het ook met koeienpoep mag.

7. MUURPISSER!

Oké, dit woord vind je niet letterlijk in onze vertalingen, maar wel in de grondtekst. Je ziet dat nog terug in de eerste Statenvertaling uit 1637. Daar wordt in 1 en 2 Koningen gesproken over “die aen de wandt pist”. Daarmee worden de zonen van Jerobeam en Achab bedoeld, over wie de profeten niet bepaald enthousiast zijn.

Gelukkig zijn er ook genoeg complimenten in de Bijbel te vinden!

Die lees je in het nieuwste BEAM Magazine 'SPEAK LIFE'. Vraag hier een gratis proefnummer aan of join the club en word BEAM-lid!

Illustraties: Jinke Koning

Lees meer

Volg ons