Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
5 december 2017

''De priester zei: 'Jij bent homo'"

Stel je voor: je zit net in klas drie van de middelbare school. Je haalt goede cijfers, let goed op in de les en je helpt tijdens de kerkdiensten die voor en door jouw school worden georganiseerd. Totdat je te horen krijgt dat jij homo bent. Je mag niet meer helpen in de kerk en je wordt van school gestuurd. En dat terwijl jij geen idee hebt wat een homo is.

Het overkwam Moses. Drie jaar geleden vluchtte hij uit het christelijke Oeganda en sindsdien woont hij in Nederland. Na 15 jaar kan hij weer naar de kerk: ‘Ik bid elke dag dat God de ogen opent van de priesters in Oeganda en dat Hij hen leert om niet te preken over haat maar over liefde.’

‘Wij hebben jouw hulp niet meer nodig’

‘’In mijn dorp waren twee scholen. Ze stonden naast elkaar, de katholieke meisjesschool en de katholieke jongensschool. De twee scholen samen organiseerden elke woensdag een mis voor de studenten en ik mocht de priesters vaak helpen. Dat deed ik graag, het was mijn manier om te laten zien dat ik God wilde dienen.’’

 

Toen ik vroeg waarom ik niet meer mocht helpen vertelde hij dat hij geen homo’s in zijn kerk wilde.

‘‘Op een dag wilde de priester opeens met mij praten. Ik was bang dat ik wat fout had gedaan en dat hij boos op mij was. Hij zei simpelweg dat de kerk mijn diensten niet meer nodig had. Toen ik vroeg waarom ik niet meer mocht helpen vertelde hij dat hij geen homo’s in zijn kerk wilde. Ik wist niet eens wat een homo was, laat staan dat ik ooit de gedachte had gehad dat ik er eentje was.’’

‘‘De kerk vertelde aan mijn leraren dat ze dachten dat ik homo was en dus kreeg ik vaak straf. Ik had nog steeds geen idee waarom. Door de straffen die ze mij gaven, de discussie die ze met mij hadden, de dingen waarvan ze mij beschuldigden leerde ik wat het betekende om homo te zijn. Langzaam besefte ik dat de priester gelijk had: ik ben gay.’’

Radeloos

‘‘Ik kreeg van de kerk een studiebeurs om naar de middelbare school te gaan, maar die namen ze van mij af. Ze wilden geen geld uitgeven aan een homo. School was voor mij heel belangrijk; mijn vader overleed toen ik jong was en ik was de kostwinner van ons gezin. Geen opleiding zou betekenen dat ik mijn moeder en mijn broertjes en zusjes niet meer kon onderhouden. Ik was radeloos.’’

‘‘Net voor kerst werd ik gebeld door een van de priesters in mijn kerk. Of ik langs wilde komen en kerst met hem wilde vieren. Tijdens het eten vertelde hij dat hij hoorde dat ze mijn beurs hadden afgepakt en hoe erg hij het vond. Hij benadrukte dat het niet erg was om homo te zijn en hij beloofde mijn beurs te betalen totdat ik mijn middelbare school had afgerond.’’

De andere priesters en mijn leraren deden zo naar tegen mij, in Zijn naam.

‘‘Een tijdje ging dat goed, totdat de andere priesters erachter kwamen dat hij degene was die voor mijn opleiding betaalde. Ze zetten hem onder druk en hij kon mij niet meer helpen. Maar hij gaf niet op. In plaats van geld bracht hij kippen naar mijn moeder, zodat wij de eieren konden verkopen. Hij kocht varkens voor ons, zodat wij het vlees konden verkopen. Met het geld wat we daarmee verdienden kon ik weer naar school. Hij zorgde ervoor dat ik mijn opleiding kon afronden en daar ben ik hem heel dankbaar voor.’’

‘’Hij zorgde er ook voor dat ik het vertrouwen in God niet verloor. De andere priesters en mijn leraren deden zo naar tegen mij, in Zijn naam. Het was voor mij zo moeilijk om mijn geloof niet los te laten, maar hij liet mij zien waar het Christendom echt voor staat.’’

Een gezamenlijke vijand: de homo

‘‘Het werd steeds moeilijker om homo te zijn. Er kwam steeds meer aandacht voor homoseksualiteit in de media, mensen begonnen het te zien als een groot gevaar. De christelijke kerken, de moskeeën, de andere godsdiensten van Oeganda sloegen de handen ineen. Ze hadden een gezamenlijke vijand gekregen: homoseksuelen.’’

‘‘Ze gingen deur aan deur met homoseksuele pornografie. Ze lieten de beelden zien aan de vaders en moeder en vertelden over het grote gevaar van homoseksualiteit. We zouden besmettelijk zijn, een vloek voor de gemeenschap. Ik had inmiddels de boerderij helemaal overgenomen, maar opeens wilde niemand meer iets van mij kopen. Ik was vervloekt door God en ik was erop uit om alle jonge jongens ook homo te maken.’’

 

Als ik bleef zou ons gezin geen eten meer hebben.

‘‘Mijn moeder wist dat ik homo was, al veel eerder dan dat ik het wist. Ik wilde het nooit toegeven, maar ze wist het en ze vond het niet erg. Ze houdt van mij zoals elke moeder houdt van haar kinderen. Maar ze moest een keuze maken. Als ik bleef zou ons gezin geen eten meer hebben. En dus vertrok ik in mijn eentje naar Nederland.’’

Out, proud én christen

‘‘Na vijftien jaar kan ik weer naar de kerk. Naar een kerk waar de mensen mij accepteren en begrijpen, waar ik mij veilig voel. Elke avond bid ik voor mijn thuisland. Ik vraag God of hij bij de priesters in Oeganda wil zijn, of hij hun ogen wil openen zodat ze kunnen prediken over liefde in plaats van haat. Ze vergeten waarom Jezus op aarde is gekomen. Hij kwam hier voor de liefde.’’

‘‘Ik heb een verblijfsvergunning, een woning en een baan. Ik ben ‘out en proud’ én een christen. Ik ben gelukkig. Natuurlijk mis ik mijn familie, maar ik weet zeker dat God een plan heeft met mij hier in Nederland. Met mijn stichting: Uganda on the move, doe ik wat ik kan om jongeren die in hetzelfde bootje zitten als mij te helpen en te getuigen van Gods liefde.’’

Heb jij ook een heftig, ontroerend of bijzonder verhaal dat je met ons wilt delen? Wij zijn goede luisteraars! App dan gerust naar 0683673700, of mail naar [email protected]

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden