Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
24 mei 2017 Reageer

"Mijn leven voelt als een gevangenis"

Eefje (21) heeft al acht jaar een angststoornis en durft haar huis niet uit. Als ze dit toch probeert, krijgt ze een paniekaanval en kan ze niets meer. Samen met Wesley zoek ik haar thuis op in Klundert, Brabant. Wesley (22) was extreem bang voor de dood, zo bang dat hij nachtenlang op zijn sokken door de stad rende om van zijn paniek af te komen. Inmiddels heeft hij zijn angst beter onder controle en is zijn laatste paniekaanval zes maanden geleden.

Wesley en Eefje hebben elkaar nooit eerder ontmoet, maar lijken direct een band te hebben. Ze begrijpen elkaar. Ik vraag me af hoe dat werkt met een angststoornis: begrijpen mensen je dan?

Wesley: “Stel, ik breek mijn arm, dan heb ik gips en snapt iedereen wat er aan de hand is. Een angststoornis is anders. Ze maakt je onzichtbaar ziek en dat is echt heel vervelend.”

Eefje: “Mensen zijn altijd verbaasd als ik vertel dat ik een angststoornis heb. ‘Huh, maar jij bent altijd zo vrolijk en sociaal!’ zeggen ze dan. Eerst schaamde ik me ontzettend en wilde ik dat zo min mogelijk mensen ervan afwisten. Nu heb ik de stoornis al zo lang, dat het bijna ‘normaal’ is.”

Ik rende ’s nachts op mijn sokken uren door de stad

Wat was je eerste ‘wat ik heb, is niet normaal’-moment?
Eefje: “Op mijn veertiende ging ik in de kerstvakantie met het gezin naar het strand en durfde ik de duinhelling niet over. Mijn vader snapte dit niet en overtuigde me toch het strand op te gaan. Eenmaal op het strand heb ik als een idioot staan gillen en krijsen. Omdat ik zo bang was, voelde het alsof ik doodging. Dit was de eerste keer dat ik besefte dat er echt iets goed mis was.”

Wesley: “Ik rende ’s nachts op mijn sokken uren door de stad. Als ik een paniekaanval heb, komt er een oerkracht in me los. Zelfs mijn ouders kunnen me met geen mogelijkheid tegenhouden. Ik wil niet opvallen en gek lijken, maar op zo’n moment kan ik niet stoppen met bang zijn. Dat is ook het verschil tussen ‘af en toe bang zijn’ en een angststoornis hebben: de angst stopt niet."

Wesley vertelt Wilke over paniekaanvallen

Op de vraag hoe Wesley zichzelf kalmeert tijdens een paniekaanval, reageert hij heel resoluut: “Niet. Ik weet: deze stoornis gaat nooit weg, hiermee sterf ik. Als ik in het woordenboek de definitie van ‘stoornis’ opzoek, zie ik dat het iets chronisch is. Ik moet er altijd rekening mee houden en bijvoorbeeld niet diep gaan filosoferen over de dood, dan raak ik in paniek.”

Eefje: “Jij zegt dat je er nooit meer vanaf komt. Ondanks dat ik er nu middenin zit, heb ik wel het idee dat ik er vanaf kan komen. Ik weet dat jij niet in een God gelooft, maar ik geloof dat God me kan genezen zodat ik zonder deze extreme angst kan leven. Als ik een paniekaanval heb, gaat er heel veel langs me heen. Mensen kunnen dingen tegen me zeggen, vaak komt het niet aan. Ik probeer mezelf af te leiden en aan iets anders te denken, ook vraag ik of God me wil helpen. God geeft rust. Tegelijkertijd vind ik op God vertrouwen heel moeilijk, want die angststoornis heeft hij nog niet weggenomen.” 

Op welke manier beïnvloedt de angst je leven?
Eefje: “Mijn leven voelt soms als een gevangenis. Ik moet met kleine stapjes proberen vooruit te gaan, ik vind het moeilijk om dat vol te houden. Ik ben in overleg met een psycholoog in klas 2 gestopt met school. Het ging niet meer, terwijl ik juist een leerling was die het leuk vond om presentaties en spreekbeurten te houden. Ook ben ik in die tijd veel vriendinnen verloren, ik hoorde niet meer bij het clubje. Op het moment dat ik niet meer naar school ging, ben ik een jaar opgenomen in een kliniek. Dat heeft me geholpen, tegelijkertijd heeft dat jaar net zo veel weer kapotgemaakt.”

Wesley zit ondertussen heftig te knikken. “Ja, ik had dat ook! Ik ben tien weken opgenomen geweest. Mijn ouders zeiden: ‘Het is beter dat je dit doet, dit is misschien je laatste kans.’ Uiteindelijk is het ook voor mij niet goed geweest. Het heeft me beschadigd. Ik verbleef op de lichtste afdeling, maar ik heb echt heftige dingen gezien op de zwaardere afdeling. Ik had veel meer aan mijn eigen psycholoog buiten de kliniek.”

Eefje: “Ik heb op een gegeven moment tegen mijn ouders gezegd dat ik echt niet meer terug wilde naar de kliniek, maar mijn ouders wisten thuis ook niet wat ze met me moesten. Ze doen nog steeds wat ze kunnen. Ik houd veel van ze en ben ze heel dankbaar. Soms voel ik me schuldig omdat ik hun leven zo ontzettend lastig maak.”

Wesley: “Tijdens een paniekaanval zie ik mijn ouders als vijanden die me tegenhouden zodat ik niet naar buiten kan. Ondanks dat mijn ouders niet altijd de juiste keuzes maken, doen ze dit echt uit liefde. Ik heb ze vergeven en de band met mijn ouders is zelfs beter geworden. Natuurlijk had ik liever geen angststoornis gehad, maar ze heeft me ook veel gebracht. Als ik zou mogen kiezen, zou ik deze situatie misschien zelfs weer kiezen. Dat klinkt idioot, hè? Ik heb mijn beste vrienden door mijn stoornis leren kennen en heb een verhaal te vertellen, want ook met deze stoornis kan ik een goed leven hebben.”

Eefje, zou jij er ook weer voor kiezen? “Ik vind dat heel lastig. Op dit moment kan ik dat sowieso nog niet zeggen. Ik merk dat ik nog hoop heb op genezing. Mijn leven is niet minder waardevol omdat er een angststoornis in voorkomt.”


BEELD: GOEDFOLK

Dit artikel doen we je cadeau vanuit het BEAM Magazine met het thema 'Fear Not!' 
Benieuwd naar het magazine? Vraag een gratis proefnummer aan.

Reacties

Wanneer je cookies in de categorie Overig accepteert vind je hier NPO Selected.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden