Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
17 april 2017 Reageer

GASTCOLUMN: De kunst van het ongelukkig zijn

Stel. Je neemt ontslag. Je zegt de huur op. Doet al je spullen weg. Je kust je familie en vrienden vaarwel, verlaat je comfortabele leventje en vliegt naar een derdewereldland om je daar een jaar lang in te zetten. En dan sta je opeens drie maanden later weer in Nederland. Stilgezet tot de max.

Eigenlijk is alles in mijn leven me voor de wind gegaan. Ik groeide op in een leuk gezin, in één van de rijkste landen van de wereld. Ik heb nog nooit een maaltijd hoeven missen, mijn ouders zijn niet gescheiden, we gingen minstens twee keer per jaar op vakantie. Ik werd niet gepest op school, had leuke vriendinnen, ik kon - zij het met wat zweet - naar het vwo en slaagde zonder herkansingen. Mijn studie vond ik niet super leuk, maar ik haalde elk tentamen in één keer. Ik werd ingeloot om in Australie te studeren, kon elk weekend een leuk reisje maken.

Na mijn afstuderen had ik direct een baan op niveau. Nooit zat ik ook maar een maand zonder werk. Ik kon en mocht me optimaal ontwikkelen. Eerst in de marketingwereld, later bij de krant en toen ik dat weer zat was: bij BEAM. Ik ontmoette een leuke knaap en trouwde daarmee. Oké, ons eerste huwelijksjaar was bikkelen, maar al vrij snel kwamen we er samen uit tijdens een reis door Zuid-Afrika. We bezochten heel wat mooie landen en steden, samen of met onze lieve familieleden en vrienden. Mijn leven was goed, gelukkig, geslaagd. Haast zonder tegenwind.

En toen besloten die leuke knaap en ik om ons mooie, geslaagde leventje op te zeggen voor een jaar vrijwilligerswerk in Haïti. Gewoon, omdat het kon. Een jaar lang zouden we ons inzetten in die gekke, afthanse eilandstaat in de Caraïbische Zee. Om daarna ons fijne, veilige leventje zoals we dat altijd gekend hadden weer op te pakken. In no time hadden we een overweldigende achterban gekregen en konden we vertrekken.

Een dag nadat we aankwamen, voelde ik pijn in mijn onderrug die doorstraalde naar mijn been. Het werd erger en erger. De enige MRI-scan van het land bevestigde mijn vermoeden: een hernia. Nachten lag ik wakker van de pijn, dagen moest ik plat. Niets hielp. Ik zou naar Nederland moeten voor herstel. En net toen we dachten dat het niet erger kon, overleed mijn schoonvader heel plotseling. We hebben gebeden tot we een ons wogen, maar de hemel leek van ijzer. 

Elke dag is een strijd en soms weet ik niet waarom ik mijn bed uit zou komen

En dus zijn we nu allebei weer 9000 kilometer Noordelijker. Moe, gebroken, verslagen. Door veel te veel tegenwind. Met heel veel vragen en één die er hoog bovenuit torent: Waarom??! Ja ja, ik weet het: als christen ben je echt niet verzekerd van een fijn, zorgeloos leventje. Maar moest dit nou allemaal gebeuren? Zoveel ‘ongeluk’, overdrijven we niet een beetje? Ik ben boos. Op de omstandigheden. Op God. Lekker dan, geef je je leven op, krijg je dit. Pijn, verdriet, verlies, alles. Zitten we dan op de bank, zonder doel, zonder vooruitzicht, zonder toekomst. En nu?

Ik zou willen dat nu de ommezwaai in het verhaal komt. Dat ik weer gezond rondhuppel en dat de tranen van rouw zijn gedroogd. Dat we weten hoe morgen eruit ziet. Maar dat is niet zo. Elke dag is een strijd en soms weet ik niet waarom ik mijn bed uit zou komen. De hemel lijkt nog steeds van ijzer, wanhoop wint het vaak van hoop en ongeluk van geluk. Ik heb geen idee waar dit allemaal goed voor is.

Het mooie aan ongelukkig zijn is dat we er andere mensen bij nodig hebben

Het antwoord op die grote waaromvraag zal nog wel even uitblijven. Toch heb ik in de tussentijd al twee kleine deeltjes van dit antwoord ontvangen. Deel 1 komt van Claudia de Breij, die in magazine &C zegt: Waarom zegt iedereen ‘Waarom ik? Waar heb ik dit in godsnaam aan verdiend?’ als hij een ziekte krijgt, maar denk je als mens niet op dagelijkse basis: Waarom ik? Een gezond kind, een mooi huis, geen honger, waar heb ik dit in godsnaam aan verdiend?’ Ahum.

Deel 2 komt van hoogleraar psychiatrie Dirk de Wachter in het programma Sophie in de mentale kreukels. Ik citeer: “De westerse mens is geobsedeerd met leukigheid. Facebook staat vol met foto’s van vakantie, feestjes en leukigheid. Het moeilijke van het leven wordt altijd weggestopt want we moeten altijd succesvol zijn.” Ik kijk rond in het huis dat we een paar dagen na aankomst in onze schoot geworpen kregen. Naar de lieve en bemoedigende kaartjes, appjes, mailtjes, reacties, cadeautjes om ons leed te verzachten. “Maar de kunst van het leven is ongelukkig zijn”, gaat Dik de Wachter verder. “Het mooie aan ongelukkig zijn, is dat we er andere mensen bij nodig hebben. De liefde verschijnt in het kwetsbaar kunnen zijn. Je herkent je vrienden in de moeilijke momenten. Het is dan dat je ontdekt wat mensen waard zijn.”

Met oprechte tegenzin kan ik hier maar één ding op zeggen: Amen.

TEKST: CHARLOTTE VAN EGMOND

Reacties

Wanneer je cookies in de categorie Overig accepteert vind je hier NPO Selected.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden