Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
25 februari 2017

COLUMN: Ik ben homo

“Pap, mam, ik moet jullie iets vertellen.”

O, kak, daar gaan we. Wat als ze… Nee nee, onzin. Ik blijf hun zoon. Maar, toch. Opa en oma zal ik ze nooit maken. Iets wat ze wel dolgraag willen worden. Ach wat, ze weten al dat ik een bloedhekel heb aan kinderen. Nou ja, pap zegt dat die koterhaat wel overtrekt als ik ouder word en een vrouw vind. Ga ik hem nu alsnog teleurstellen. Definitief ditmaal. Zou die zo ook over homofilie denken? Dat het maar even is. Een tijdelijke gedachtegang, een soort modetrend.

Je hoort het wel eens: homoseksualiteit is een ziekte. Van die onwetende wezentjes zeggen dat. Het slag mensen die zelf nog nooit het kloppen van hun eigen hart hebben gehoord. Negen jaar weet ik het en dan zou ik al die tijd ziek zijn? M’n reet! Maar toch, alleen ik weet het nu. De starende oogbolletjes boven de afkoelende aardappelpuree dadelijk ook. En dan volgt de rest. Ik kan nog zeggen dat ik ‘een leuk meisje’ heb ontmoet. Komen ze verder toch niet achter. Nee, Teun. Die schone schijn heeft lang genoeg geduurd. Nu, nu, nu…

Dit speelde ongeveer af in het hoofd van een dierbare vriend (christelijk ja), vlak voordat hij de buitenwereld over zijn werkelijke geaardheid vertelde. Ik heb overigens een broertje dood aan het gebruik van uit de kast komen. Het impliceert een soort eenvoud: je zit erin en plots kom je eruit. Het alles-of-niets-principe. In realiteit gaat er een heel emotioneel proces aan vooraf, voordat iemand openlijk durft te zeggen dat hij of zij meer voelt voor hetzelfde geslacht. Het is niet een kwestie van de kastdeur openen en ‘Tada, ik ben homo’.Geen kast dus. Nou ja, of er moet een heel Narnia-doolhof achter die deur zitten in plaats van wat ongedragen vodden, dan benadert het spreekwoord nog enigszins de werkelijkheid.

Tot zover het kwebbelen over kasten. Heb het liever over de totstandkoming van Teuns binnenste aan de buitenwereld. Voor de zekerheid noem ik desbetreffende vriend Teun (jammer eigenlijk, dat het toch verstandiger is om een gefingeerde naam te gebruiken). Hij is opgegroeid in een conservatieve omgeving, daar waar homoseksualiteit toch lichtelijk taboe is. Dit taboe en de sociale ongewenstheid van homo-zijn dwongen hem ertoe om niet toe te geven aan de voorkeur van zijn hart. Teun wist het rond zijn twaalfde, maar durft er pas negen jaar later openlijk voor uit te komen. Wat ronduit belachelijk is.

Hijzelf kan er niets aan doen. Teun is slachtoffer van onze perfectie-maatschappij, die een knap uiterlijk, intelligentie en hetero-zijn prefereert. ‘Homofilie is voor BN’ers of andere mensen die uniek/hip willen doen’. Ik heb deze kortzichtigheid in vele varianten voorbij horen komen. Natuurlijk wordt homoseksualiteit meer en meer geaccepteerd, maar het kan vele malen beter. Sinds mijn leeftijdsgenootjes namelijk wisten hoe je woordelijk kon kwetsen, werd voor al het afwijkende homo of gay geventileerd. Ook mijn (vanaf jonge leeftijd) dichtende en schrijvende lichaam kreeg het veelvuldig op de trommelvliezen geslagen.

Zelfs zo vaak, dat ik op den duur ging twijfelen aan mijn eigen gevoelens: Ik ben toch hetero? Ja. Of nou ja, denk ik wel. Maar als de rest wat anders zegt, hebben zij dan geen gelijk? Hmm, zou kunnen. Wellicht ben ik er zelf nog niet achter. Laat ik voor de zekerheid nog een keer naar mannen kijken. Puur om te zien of ik er toch wel liefde bij voel.

Het deed mij niets: de mannetjes. Ondanks mijn schrijverij, kletspraatjes en huppelloopjes. Tenminste, die redenen haalde men altijd aan om een homo-sticker op mijn voorhoofd te plakken. Ik blijk helemaal hetero. Helaas. Kan er niets anders van maken. Net zoals homo’s evenmin een keus in geaardheid hebben. Het is geen modetrend of ziekte, maar een onlosmakelijk deel van iemand.

Aan Teun verandert (voor mij) niets. Blijft dezelfde prachtgozer van weleer. Nog meer respect voor hem gekregen. Een dergelijk geheim zolang bewaren en er toch nog ogenschijnlijk goed onder leven, meer dan bewonderenswaardig. Ik kijk Teun aan. De opluchting straalt uit zijn ogen, alsof het daadwerkelijke leven thans begint. Zijn buiten en zijn binnen het evenwicht hebben hervonden. Teun is wie hij wil zijn, en blijven. Nu ook voor de buitenwereld. Teun is Teun en Teun is gelukkig. Welk wezen kan daar - in wiens naam dan ook - iets op tegen hebben?

“Ik ben homo!”

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden