8 maart 2021

COLUMN: De Japanners leerden mij hoe ik met Gods schepping om moet gaan

“Arigato gozaimasu," mompel ik naar de winkelbediende als ik mijn banaan in ontvangst neem. Dat betekent dankjewel in het Japans. De 7/11 supermarkt in Tokio waar ik tijdens het Japandeel van mijn twee maanden durende Azië-backpackreis dagelijks mijn eten haal, is ideaal. Maaltijden warmen ze voor je op. Daardoor hoef ik voor mijn avondmaaltijd niet naar het hostel om te koken, maar verorber ik in de buitenlucht in een parkje mijn sushi met rijst en groenten.

Minder ideaal is het vele plastic wat ze hier gebruiken. Zo is mijn enkele banaantje verpakt in plastic. Dit pakketje doen ze in een plastic tasje en dit plastic tasje doen ze samen in een groter plastic tasje waar mijn plastic flesje water bijkomt. Ik ben al gauw vijf minuten bezig om mijn banaantje te ontdoen van alle verpakkingen voordat ik ‘m in mijn mond kan stoppen.

En daar dient zich dan een nieuw probleem aan: waar laat ik al dat plastic vuilnis? Gedurende mijn reis door Japan was dit een dagelijkse struggle. Geen vuilnisbak te zien op straat. Japanse vuilnisbakken zijn schaars. Op de meest afgelegen parkeerplekken staan frisdrankautomaten, maar voor een simpele prullenbak moet je soms kilometers lopen. Op treinstations is er vaak maar één te vinden, in de metro geen een.

Ik merkte dat ik de schuld vaak naar een ander schoof

Wat doen Japanners met hun vuilnis? Je zou verwachten dat bij gebrek aan publieke vuilnisbakken, rotzooi overal op straat wordt gegooid. Het tegendeel is waar, de straten zijn brandschoon! Japanners nemen afval mee naar huis. Ze nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen troep en zorgen dat deze nergens blijft slingeren. Voor mij als toerist soms best onhandig, maar ook gaaf om wat van te leren. Het maakt mij bewust hoeveel plastic troep ik verbruik op een dag. Van een bekertje koffie ‘s ochtends op het station, een verpakt broodje op de universiteit, tot een leeg pakje kauwgom op de weg terug.

Mijn week in Tokio was daarom best leerzaam, het maakte mij bewust hoe ik met Gods schepping omga. Niet voor niets ben ik aangesteld als rentmeester van deze prachtige planeet. Te beginnen met mijn eigen troep, is een stap in de goede richting. Ik merkte dat ik de schuld vaak naar een ander schoof. Ik foeterde op de Japanners als ik drie kwartier met een bruine schil in mijn hand rondliep. Soms had ik de neiging om het dan maar op straat te gooien, maar omdat het overal brandschoon was, durfde ik dat ook weer niet. In feite zou ik bij het kopen van spullen al bewust moeten zijn, dat ik daar op een gegeven moment ook weer vanaf moet.

Want wat heb ik weinig spullen nodig om van te leven. Ik reis nu zes weken met twee rugzakken en ik vind het fantastisch! Omdat ik zo weinig keuze heb in mijn garderobe, hoef ik nooit lang na te denken over wat ik aantrek en ben ik binnen no time ready om naar een volgende plek te trekken. Misschien is dat het grootste inzicht van mijn trip: minder consumeren, dan hoef ik ook minder weg te gooien.

Lees meer

Volg ons