Wie is Jezus?
7 januari 2021

Wie is Jezus? | De man die niets kan uit zichzelf

Jezus. Als christenen hebben we het vaak over hem en willen we hem volgen. Maar wie is hij eigenlijk? In deze rubriek duiken we in verschillende karaktereigenschappen en kanten van Jezus. Deze week: Jezus als zoon van God.

Voordat Jezus werd geboren op aarde, kenden de mensen God als JHWH. De Almachtige. Een God die je ontmoette in de tempel. En wiens naam te heilig was om uit te spreken of zomaar op te schrijven. Dus toen Jezus op aarde rondliep en die heilige God ineens zijn Vader noemde, deed hij nogal een uitspraak. Voor de gelovigen uit die tijd, was het een compleet nieuw concept. Maar het mooie is: God is altijd al Vader geweest, ook toen de mensen hem nog niet zo zagen.

Heilig verwekt

Dat Jezus een kind van God is, blijkt wel uit de manier waarop hij werd verwekt. In Lucas 1 lezen we hoe Maria zwanger wordt van Jezus: “De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.’”

De weg en de bestemming

De eerste keer dat Jezus in de Bijbel spreekt over God als zijn Vader, is als hij 12 jaar oud is. Je kent het verhaal wel: Jozef en Maria zijn Jezus kwijt en vinden hem uiteindelijk in de tempel in Jeruzalem. Geschrokken vragen ze aan hun kind wat hij hun heeft aangedaan. “Maar hij (Jezus) zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ Maar ze begrepen niet wat hij zei.” (Lucas 2:49) En dat was precies de reden dat Jezus naar de aarde kwam: om de mensen te vertellen over de hemelse Vader.

In Johannes 14:6 staat een superbekende uitspraak van Jezus: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.” Theoloog en voorganger Derek Prince (1915-2003) merkte in deze tekst iets interessants op. “In deze uitspraak zitten twee centrale elementen: de weg en de bestemming. (…) Jezus is de weg. Maar wat is de bestemming?” Derek Prince verbaasde zich erover dat zoveel christenen ‘op de weg’ zijn, maar nooit arriveren op hun bestemming. Hij doet er zelfs een vrij radicale uitspraak over: “Het feit dat Jezus ‘de weg’ is, betekent niets als die weg geen bestemming heeft.” En die bestemming? Dat is de Vader.

Wat doet de Vader?

In alles wat Jezus doet en zegt, kijkt hij eerst naar de Vader. Kijk maar eens naar Johannes 12:49: “Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken.” Een paar hoofdstukken verder zegt Jezus zelfs dat hij niets kan doen zonder zijn Vader. Johannes 5:19: “Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.”

Sommige gelovigen zien dit bijvoorbeeld terug de genezing van een zieke man bij het bad van Betzata/Bethesda, vlak vóórdat hij dit statement over zijn Vader maakt. De man bij het bad was al achtendertig jaar ziek. Jezus wist dat en stelde een vrij gekke vraag: “Wilt u gezond worden?”. Hierna geneest hij de man. Supermooi! Maar we lezen ook dat er bij het bad ‘een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden’ lag. Waarschijnlijk allemaal mensen die op dat moment niet werden genezen (want: ‘Jezus was al verdwenen omdat daar zo veel mensen waren’, Johannes 5:13). Waarom genas hij hen niet? Omdat hij alleen doet wat hij de Vader ziet doen. Iets wat voor ons soms lastig te begrijpen is…

Een soortgelijke situatie doet zich voor als Petrus en Johannes langs een verlamde man lopen die bij de tempelpoort lag. De man bedelt om geld, maar Petrus geeft hem iets beters: “In de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.” En de man werd genezen. Opnieuw is dit waanzinnig mooi! Maar tegelijkertijd ook vreemd: want deze man lag daar elke dag. Op een plek waar Petrus en Johannes – en Jezus waarschijnlijk ook – regelmatig langsliepen. En tóch vindt de genezing pas op deze ene dag plaats. De dag waarop de hemelse Vader hen het seintje gaf?

Wat doet de Zoon?

Het belangrijkste doel van Jezus als Zoon was (en is) om aan ons bekend te maken wie zijn Vader is. Zelfs vóór hij aan het kruis ‘Het is volbracht’ zegt, noemt hij in Johannes 17:4 dat zijn taak erop zit: “Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt.” Of, in de Bijbel in Gewone Taal: “Vader, het werk waarvoor u mij gestuurd hebt, heb ik gedaan en afgemaakt.” Er was een Zoon nodig om ons te laten zien dat God een Vader is.   

En het mooie is: dankzij Jezus kunnen wij ook rechtstreeks bij de Vader komen. Onze Vader. Dat verschil wordt heel duidelijk na Jezus’ opstanding. Vóór zijn dood zegt hij dit tegen de mensen die hem volgden: “Ik noem jullie niet langer dienaren, ik noem jullie vrienden. Want dienaren weten niet alles van hun heer. Maar aan jullie heb ik alles bekendgemaakt wat ik van mijn Vader gehoord heb.” (Johannes 15:15, BGT) En vlak ná zijn opstanding, geeft hij hun een andere titel: “Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.” (Johannes 20:17) Jezus – onze Grote Broer - maakt ons zonen en dochters van de Allerhoogste. Dankzij hem zijn wij allemaal kinderen van de Vader!

Lees meer

Volg ons