11 november 2020

Joël (14) en zijn moeder halfdood gevonden in bos op de Veluwe: "Waar is God?"

Na een heftig voorval tussen Joël en zijn stiefmoeder Saar, moest hij samen met zijn biologische moeder halsoverkop het huis verlaten. Toen gebeurde er iets dat ze niet hadden zien aankomen. Joël: "We hadden het bijna niet overleefd."

“Al zolang ik me kan herinneren woon ik samen met mijn ouders, Bram en Hannah, en de nieuwe vrouw van mijn vader, Saar, in één huis. Niet ideaal, maar we kunnen geen eigen huis betalen, dus dit was de beste oplossing. Er waren wel wat problemen tussen mijn moeder en de nieuwe vrouw van mijn vader. Ze deed totaal niet aardig tegen mijn moeder. Als mijn moeder wat vroeg, deed ze net alsof ze niet bestond.”

Dan zwierven we een aantal dagen op straat

“Vroeger is mijn moeder wel eens weggestuurd door Saar. Dan zwierven we een aantal dagen op straat. Toch kwamen we altijd weer terug bij mijn vader en haar.”

Halfbroertje Iden

“Toen Saar en mijn vader een kindje kregen, veranderde er iets in huis. De sfeer was ongezelliger en zij was steeds vaker boos op mij. Ik mocht in het weekend bijvoorbeeld altijd rond half 11 naar bed, maar nu moet ik om 9 uur al naar boven.”

Je lacht mijn zoon uit en dat accepteer ik niet

“Een paar weken geleden moest ik lachen om mijn halfbroertje Iden. Hij had namelijk al zijn eten over de tafel uitgesmeerd. Saar werd zo ontzettend boos dat ze rood aanliep en de aders in haar voorhoofd zichtbaar werden. Ze schreeuwde tegen me, iets wat ze nooit eerder had gedaan: “Je lacht mijn zoon uit en dat accepteer ik niet!” Ze droeg aan mijn vader op om ons weg te sturen. Dat vond hij lastig, maar hij deed het toch. Ik hoorde mijn moeder die nacht nog huilen en smeken of we toch mochten blijven.”

Vluchtroute

“Blijkbaar had het niet geholpen, want diezelfde nacht maakte ze me wakker. ‘We moeten gaan,’ fluisterde ze. Mijn vader stond bij de deuropening met een rugzakje met crackers en vitaminewater, want hij wilde ons niet met lege handen wegsturen.”

We schaamden ons verschrikkelijk

“Mijn moeder wilde per se naar het grote bos dat dichtbij lag. Het was een regenachtige nacht en door corona mochten we niet rondhangen op openbare, droge plekken zoals de stationshal. We schaamden ons verschrikkelijk. Vrienden had mijn moeder niet in de buurt wonen en onze familie wilde niets meer met ons te maken hebben, nadat Bram een nieuwe vrouw had en wij daar waren blijven wonen. Ze wilde in het bos beschutting zoeken onder de bladeren van de bomen. Ik weet nog dat we steeds verder het bos in liepen. Daar zochten we een plekje.”

Verdwaald

“Ongemerkt waren we blijkbaar heel ver het bos ingelopen, want de volgende ochtend konden we de weg terug niet meer vinden. Het regende nog harder dan de dag ervoor en de regen had alle sporen uitgewist. In alle haast hadden we we onze telefoons niet kunnen meenemen en ook onze winterjassen moesten thuisblijven. Die hingen aan de andere kant van het huis en daar konden we niet meer bij. Al snel kregen we het ijskoud en we konden hadden dus geen telefoon om Google Maps te gebruiken of de alarmdiensten bellen."

Ik had geen energie meer

“De regenachtige dagen gingen voorbij. ’s Ochtends ging mijn moeder op zoek naar een uitweg tussen alle bomen en plassen. Vroeger liepen we in de zomer wel eens door het bos, maar door het slechte weer was het pad nauwelijks begaanbaar en mijn moeder wilde niet zo ver weglopen in de angst mij ook kwijt te raken. ’s Middags probeerde ze van de gevallen bladeren een soort deken te maken, zodat we het ’s nachts minder koud zouden hebben. Na een paar dagen werd de laatste cracker aangebroken. Mijn moeder wilde graag dat ik die opat om aan te sterken. Maar ik merkte dat ik bijna geen energie meer had. Ook bij mijn moeder was dit te merken. Ze keek zo bezorgd uit haar ogen."

Aftakeling

“Soms merkte ik dat ze afwezig was, want ze reageerde niet op alles wat ik zei. ’s Nachts hoorde ik haar weleens huilen. Ze werd dan ’s ochtends wakker met rode ogen die ze snel wegwerkte door er wat water uit een plas in te wrijven.”

Ik voelde me zo’n slechte moeder

“Op een gegeven moment was ik zo uitgeput en uitgehongerd dat ik niet meer zo scherp was. Vaag zag ik dat mijn moeder zich verplaatste en tegen een boom ging zitten die verder weg was van mij. Ze draaide haar hoofd weg van mij en staarde de verte in. ‘Ik kon het niet aanzien dat je het zo slecht had, ik voelde me zo’n slechte moeder, vertelde ze me later. We sliepen allebei toen dat we werden gevonden door de politie. Er schenen zaklampen in mijn oog en ik hoorde iemand schreeuwen: ‘hier liggen twee mensen!’ Een tijdje later zag ik nog meer mensen, ze hadden water mee en een paar dekentjes. Ik voelde me te zwak om iets te zeggen, maar vanbinnen voelde ik zoveel blijdschap en dankbaarheid."

“God redt!”

“Intussen ben ik alweer een paar dagen thuis. Binnenkort krijgen we onze eigen sociale huurwoning. Het was zo heftig om mee te maken. We hadden het bijna niet overleefd. Gelukkig was mijn moeder sterk en bleef ze bidden tot God of Hij ons kon helpen. Ik geloof dat Hij ervoor heeft gezorgd dat de politie ons heeft gevonden en daar ben ik hem voor altijd dankbaar voor.”

BEAM vertaalt in deze serie met een knipoog Bijbelverhalen die vandaag de dag zeker viral zouden zijn gegaan. Komt het je misschien bekend voor? 

Lees meer

Volg ons