17 mei 2020

GASTCOLUMN: Vrijheid als een rood plastic vorkje

Een tijd terug was ik in gesprek met een vriend. Met een tent op vakantie gaan zonder enige reservering of planning, gaan en staan waar je wilt, het voelt voor hem als pure vrijheid. Ik werd niet meteen blij van het idee: een heel eind rijden, vervolgens op zoek naar een camping, blijkt de camping vol en uiteindelijk slaap je bij gebrek aan beter in de auto op een koude vage parkeerplaats.

Mijn behoefte aan controle en zekerheid zal daarvoor nog aardig geboetseerd moeten worden. Bovendien betwijfelde ik of het woord “vrijheid” wel passend was in deze context.

Echter had ik volgens mijn vriend Van Dale ongelijk, terwijl ik ondertussen negentien jaar in vrijheid leef. In die negentien jaar heb ik al aardig wat boeken gelezen die zich afspelen in oorlogstijd en tóch betrap ik mijzelf erop dat ik mijn Vader zelden dank voor de vrijheid waarin ik leef. Vlak voor Bevrijdingsdag komt het dan weer binnen: “O ja, ik leef in vrijheid!”. Ik sta er te weinig bij stil en hier schaam ik mij voor. Alsof vrijheid het rode plastic vorkje is bij mijn frietje met; handig dat het erbij zit, maar ik kan ook zeker zonder.

Vervolgde christenen

Zelfs in mijn woordenboek worden er meer woorden gebruikt om “vrijgezellenfeest” te beschrijven dan het begrip “vrijheid”, welke onder elkaar staan. Diezelfde vrijheid maakt dat wij kunnen gaan en staan waar wij willen. Zonder oorlog én met vrijheid van meningsuiting. Wij kunnen zelfs op de hoek van de straat bidden als we zouden willen, terwijl Open Doors vorig jaar nog meldde dat naar schatting één op de negen christenen wereldwijd wordt vervolgd.

Ook al was het vakantie-idee van mijn vriend niet direct wat voor mij. Het gesprek heeft mij wel doen beseffen dat ik mijn vrijheid te veel zie als het rode plastic vorkje. Ik moet vaker danken voor de vrijheid die ik ervaar. Desnoods, tot mijn verdriet, ter herinnering met een post-it op mijn nachtkastje.

TEKST: AMBER KETZ

 

Lees meer

Volg ons