4 februari 2020

De groenten met je vlees!

Met mijn linkerhand aan het stuur en mijn mobiel in m’n rechterhand fiets ik de heuvel af. De heuvel die ik elke dag op én af rijd; een bult die ik blind kan fietsen. En dat doe ik dus ook. Al trappend typ ik ‘moeders’ een berichtje. Op het moment dat mijn vingers op “versturen” willen drukken, doemt er plots een vrouw met rollator op. Gedeeltelijk weet ik haar te ontwijken, maar de rechterkant van mijn stuur haakt in haar zij. Gezamenlijk landen we op het schurende asfalt…

Deze column staat in het nieuwe BEAM Magazine. Vraag hier gratis proefexemplaar aan.

Ik wil haar zeggen dat het fietspad geen plek is voor fossiele brandstoffen. Mijn mond staat al klaar om te roepen. Maar dan zie ik haar van pijn vertrokken gezicht. Mijn gevoel van haat verandert in besef van schuld. Zij mag dan op de verkeerde plek lopen: ik had gemakkelijk uit kunnen wijken. Deze knul was te laat, omdat hij zo nodig fietsend zijn moeder wilde berichten. Let wel, de moeder die al vaker heeft gewaarschuwd voor het gevaar van fietsen met mobiel in de hand. Bovendien is laatstgenoemde nu verboden.

Waarschuwingen

Sinds dit incident kijk ik tijdens het fietsen nooit meer op mijn telefoon. Ik had daar blijkbaar eerst wel een aanleiding (lees: aanrijding) voor nodig. Waarom wil ik eigenlijk niet luisteren naar waarschuwingen? Waarom moet ik eerst een oude vrouw omkegelen, voordat ik luister naar mijn moeder? Waarom moeten we eerst vallen, om te beseffen hoe mooi staan is? Dat kan toch ook zonder te vallen?

Het is tijd om mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Afwachtend lanterfanten, omdat ik momenteel geen last heb van het broeikaseffect, waterverspilling en de dood. Dat is hetzelfde als niet groeten, omdat de ander “dat ook niet doet”. Blijkbaar mis ik een tastbare begroeting van het aankomende ravijn (of de oude vrouw) en rijd ik er daarom recht op af. Zodra die begroeting er eenmaal is – in de vorm van een val, overstroomde straten, schaars drinkwater, of een aanrijding – ben ik plots wel bereid mijn gedrag aan te passen…

Vervuiling

Op het moment dat ik val, waardeer ik het staan. Als ik echter voor de val aan de rem trek, hoef ik toch niet altijd te vallen? Neem vlees. Ik weet dat het hartstikke vervuilend is. Zeker 80 procent van mijn dagelijkse waterverbruik gaat op aan die ene hamburger tijdens het avondeten. Toch blijf ik vlees eten. Weet je waarom? Omdat ik niets merk van de gevolgen van mijn handelen; niets merk van de tientallen liters waterverspilling, van de zwaar vervuilende vleesindustrie en van de naderende afgrond. Niets merk van de aankomende val.

Het is tijd om mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Ik wil bijdragen aan het voorkomen van de val. Dus ben ik gestopt met vlees eten, omdat ik probeer te luisteren naar de waarschuwing. Ik hoop dat we een mogelijke val en de ernstige gevolgen van de landing kunnen voorkomen. Ik luister, omdat ik niet wil wachten op de groet, maar zelf wil groeten.

Doei vlees!

LEES NU: Gedicht: Wil je iets doen aan het klimaat? Helpt toch niets!

Deze column staat in het nieuwe BEAM Magazine. Vraag hier gratis proefexemplaar aan.

Lees meer

Volg ons