Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down Icon--npo3
Joyce genderdysforie
20 november 2019

Joyce: “Ik wil geen transgender zijn, maar gewoon een meisje!”

Joyce (21) ontdekte een paar jaar geleden dat ze zich vanbinnen veel meer een meisje voelt, terwijl ze in een jongenslichaam geboren is. Ze probeert zichzelf te accepteren, maar loopt er tegenaan dat anderen dan juist gaan oordelen. “God houdt zielsveel van mij. Waarom zijn vooral christenen dan zo hard?”

“Ik was geen gelukkig kind. In ons grote gezin was ik vooral gericht op – het helpen van - anderen, waardoor ik mijn eigen gevoel wegstopte. Destijds werd ik erg snel boos, zonder te weten waarom. Nu zie ik dat ik dat helemaal niet ben, maar dat ik simpelweg struggelde met mezelf. Een paar jaar geleden ging ik vanwege paniekaanvallen in therapie. Toen ik daar mijn gevoel toeliet, ontdekte ik hoe mijn gender in elkaar zit. Ik voel me meer vrouw dan man.”

Ze scholden me uit voor 'homo'

“Die ontdekking zorgde voor heel wat opluchting. Stiekem wist ik het eigenlijk al een beetje. Ik ben namelijk altijd anders geweest. Anderen scholden mij uit voor ‘homo’, omdat ze vrouwelijke trekjes in mij zagen. Ik wist zelf ook wel dat ik geen typische jongensdingen deed, zoals voetballen, maar het voelde ook niet als ‘homo-zijn’. Toen ik voor het eerst hoorde over het bestaan van transgenders, kreeg ik een enorme boost. ‘Dit is het! Eindelijk weet ik wat er aan de hand is!’ Dat gevoel duurde niet heel lang, omdat ik ook inzag wat voor grote gevolgen het zou hebben. Mijn relatie van drie jaar strandde, ik moest me anders gaan voorstellen en mensen zouden me niet zomaar meer accepteren voor wie ik ben.”

Onzeker

“Op sommige dagen ben ik onzeker en denk ik dat de genderdysforie niet waar is. Je accepteert namelijk niet van de een op de andere dag dat je transgender bent. Het kost heel veel tijd om erachter te komen en er vervolgens vrede mee te hebben. Is er geen vrede, dan ga je het ook niet erkennen. Die onzekerheid komt vooral door mijn opvoeding en het geloof. Ik ben opgegroeid in een streng christelijke kerk, waar negatief werd gesproken over bijvoorbeeld homoseksualiteit. Zulke woorden hebben onwijs veel kracht. Ze kunnen je omlaaghalen zonder dat je het doorhebt. Daardoor was er geen ruimte voor mijn gevoel. Veel mensen zeggen nu dat ze mijn vrouwelijkheid al hebben gezien toen ik klein was. Waarom werd daar niet over gesproken? Het is alsof ze het expres niet hebben willen zien. Ik denk dat ik veel gelukkiger was geweest als ik het eerder wist. Dan kon ik er iets mee doen.”

Therapie

“In mijn therapiesessies ga ik terug naar vroeger: hoe was ik als kind? Maar ook naar mijn lichaam. De laatste keer moest ik bijvoorbeeld verschillende lichaamsdelen een cijfer geven. Armen, benen, buik, gezicht... Het is best heftig om op die manier naar je lichaam te kijken. Ik vind het namelijk helemaal niet oké hoe ik eruitzie. Het klopt gewoon niet! Vooral mijn gezichtsbeharing vind ik lastig. Als ik naar m’n lichaam kijk, ben ik van buiten een jongen, maar vanbinnen voel ik me een meisje. Ik word constant geconfronteerd met iemand die ik niet ben. Daarom draag ik meisjeskleding, laat ik mijn haar groeien en gebruik ik make-up. Ondanks deze aanpassingen zie ik er helaas nog steeds een beetje uit als een jongen, maar ik voel me wel meer mezelf.

Ik kijk uit naar hormoonbehandeling

“Een officiële diagnose heb ik nog niet, die wordt binnenkort gesteld. Daar hangt enorm veel van af! Het duurt best lang voordat ze kunnen zeggen dat je transgender bent. Bij een gebroken been kun je met een röntgenfoto aantonen dat er iets mis is, maar met genderdysforie ligt dat ingewikkelder. Als ik de diagnose heb, kan ik beginnen met hormonen. Daar kijk ik enorm naar uit! Door de hormonen zal mijn lichaam meer gaan passen bij wie ik ben.”

Gezien en geaccepteerd

“Het feit dat ik nu open over mijn gevoel kan praten, is superfijn. Heel lang heb ik in een bubbel geleefd waar een vraagteken op stond. Die bubbel staat voor ‘wie ben ik?’. De zoektocht moet ik alleen doen, maar gelukkig zijn er nu mensen om me heen die me helpen en naar me willen luisteren. Dat is niet altijd zo. Mijn ouders konden er bijvoorbeeld heel moeilijk over praten, omdat ze dachten het daarmee goed te keuren. Dat vond ik wel heftig om te horen! In mijn ogen is het namelijk juist een vorm van interesse tonen. Mij zien in het proces.”

God accepteert me, waarom Zijn volgelingen niet?

“Richting God durfde ik er eerst niet over te beginnen. Ik was boos op Hem: waarom is het zo ingewikkeld? Waarom ik? Ik gaf Hem van alles de schuld. Nu zie ik het als schuld van de zondeval. God schiep de wereld perfect, maar de duivel gooide roet in het eten. God houdt hoe dan ook nog steeds zielsveel van me. Hij accepteert me, maar waarom doen zijn volgelingen dat vaak niet? Veel christenen zijn zo veroordelend naar mij, dat vind ik lastig. Want de wereld is toch gewoon gebroken? Waarom zijn we dan zo hard voor elkaar? We willen toch meer op Jezus gaan lijken?”

Veroordeling

“Ik ben bang voor het oordeel van christenen. Daarom ga ik ook niet meer naar de kerk. Maar ik mis het contact met andere gelovigen wel, helemaal met christenen die ook transgender zijn. Je deelt toch een bepaalde moraal en kijk op de wereld. Én je weet hoe lastig het is om geaccepteerd te worden door je omgeving. Genderdysforie is in de christelijke wereld echt een taboe. Ja, lotgenoten heb ik nodig. En dan niet om in het hokje ‘transgender’ te passen, want mijn grootste wens is om gewoon mezelf te zijn. Een meisje.”

Lees meer

Volg ons