3 oktober 2019

Dit is het verschil tussen 'loven' en 'prijzen'!

"Laten we gaan staan," kondigt de aanbiddingsleider aan. De gemeente staat. "Laten we de heer loven en prijzen," vervolgt hij. Ik snap de frase nooit zo goed. 
Je kan God loven, je kan hem prijzen. Maar als je in een absolute juichstemming bent, dan ga je hem loven én prijzen.
Wat is nu in vredesnaam het onderscheid tussen die twee?

Ik vind het al raar dat de frase überhaupt jargon is geworden, terwijl er een tautologie in zit. Weet je hoe zeldzaam tautologieën met werkwoorden zijn? Een voorbeeld: als ik naar een meisje toeloop, en haar vertel dat ik haar wil zoenen én kussen, dan zet ze het toch ook op een lopen? Dit soort taalfouten zijn echt ongebruikelijk.

Even terug naar het woord loven. Het bestaat als werkwoord, maar kan ook een stuk brood zijn. Wanneer een bakker op de markt zegt dat hij héél erg goed brood verkoopt, dan prijst hij zijn loven. Als hij ook nog roept dat de prijs echt heel goed is, dan looft hij zijn prijs. Ingewikkeld. Is dit dan lofprijs?

Want het woord lofprijs weet mij ook te frustreren. Misschien had ik het meisje van daarnet om een zoenkus moeten vragen. Er zijn ook kerken die aan lofprijs én aanbidding doen. De verwarring is compleet. Nog zoiets: stel nou dat ik een brood inpak, en iemand zegt dat ik dat goed heb gedaan. Is er dan sprake van looffolielof?

Onderzoektocht

In mijn zoektocht naar een bevredigend antwoord heb ik een etymologisch woordenboek opengeslagen. En tadaah. Er zijn logische antwoorden:

'Prijzen' komt van het Latijnse 'Pretium'. Het betekent zoveel als 'koopsom' of 'waarde'. Het woordje 'pretentieus' of  'pretendent' komt hier ook vanaf: iemand die zichzelf een bepaalde waarde toedicht. 'Prijzen' betekent dat je ziet hoe waardevol iets of iemand is. Het bijzondere hieraan is dat zinnen als 'een prijs behalen', 'iets op prijs stellen', ' een te hoge prijs' of 'god prijzen' allemaal hetzelfde 'prijs' gebruiken.

Lofprijs? Dat was eerst een zin.

Nu snap je ook waarom het Engelse 'Prize' en 'Praise' qua klank zo op elkaar lijken. In het oud-fries noemden ze een prijs ook wel een 'loovje'. Loven komt van het oudnederlanse 'louen'. Dat komt weer van het Latijn; laudate. Drie keer raden waar het woord lauwerkrans vandaan komt.

In de rechtbank kon je voor iemand louen. Het betekende zoveel als; getuigen of instaan. Door te 'louen' gaf je aan om bereid te zijn de prijs (tadaah) te betalen als je vals getuigde. Loven is meer dan alleen eer bewijzen. Het is instaan voor de waarheid die jij verkondigt. Daarom hebben de woorden 'belofte', 'gelofte' en 'verloving' allemaal de lof-klank in hun naam.

Lofprijs? Dat was eerst een zin. 'Louen met groten pryse';

Ik beloof plechtig dat God voor mij van grote waarde is.

Lees meer

Volg ons