19 september 2019

GASTCOLUMN | Gaan mijn niet-gelovige vrienden naar de hel?

"Tot de volgende, Elbert," zeg ik. We geven elkaar een knuffel en ik doe de deur achter hem dicht. Alle gesprekken die ik met hem heb duren kort. De klok zegt vaak iets anders, maar dat kan me niks schelen.
Tijd is veel leuker wanneer ze met een rotvaart gaat. Ik hoop dat het eeuwige leven ook iets is wat voorbijvliegt.

"Volgens mij gaat Elbert wel naar de hemel," zegt een huisgenoot. Hij kent Elbert zoals ik hem ken. Tolerant. Slim. Dromer. Iemand die graag over het leven nadenkt, of niet anders kan. Een vriendelijke kerel. 
Ik noem hem een vriend, al zie ik hem daar niet vaak genoeg voor. 
"Als zulke mensen de hemel niet halen, hoef ik niet naar binnen," antwoord ik. Elbert weet niet of hij in God gelooft. Een aarzelend kerkganger. Hij hoopt dat het bestaat, maar kan niks met zekerheid zeggen.

Plaatje van de hel

Ik heb een plaatje in mijn hoofd van de hel. Van een scherprechter die niet naar harten kijkt, maar enkel kijkt of diegene levensbeschouwelijk Christen was, op het moment van overlijden. 
En dan de mensen links of rechts stuurt. 
De rechterhelft rent naar de hemel. Misschien sprint je naar de gouden poorten. Misschien word je meegesleurd door de massa, terwijl je opzij kijkt naar de linkerhelft en tientallen gezichten ziet. Verbouwereerd, boos, verdrietig, bang, berustend.
 Misschien herken je wel enkele gezichten. Vrienden. Familie. Mensen die niet geloofd hebben. Niet op jouw manier.
 Mensen die worden veroordeeld tot eeuwige, bewuste marteling. 
Het plaatje maakt me bang.

Ik vind het moeilijk dat er mensen zijn die geloven dat het merendeel van de mensen in vlammen opgaat, maar niks voelen dan nonchalance.

Als dit een waarheid is die ik moet aanvaarden om mezelf Christen te noemen, vermoed ik dat ik de eindstreep niet haal. 
Wat ik nog moeilijker vind, is dat er mensen zijn die dit geloven, en niks met die overtuiging doen. Geen greintje bekeringsdrang. Ik vind het moeilijk dat er mensen zijn die geloven dat het merendeel van de mensen in vlammen opgaat, en niks voelen dan nonchalance. 
Dan ben ik blij dat het huis van God vele kamers heeft, want met hen hoef ik niet op de koffie.

Stel nou dat ik drie jaar geleden was gestorven. Was ik dan niet in de hemel gekomen? 
Ik wist ook niet of ik mezelf Christen noemde.
 En jij. Lezer. Als jij zegt dat je gelooft, of niet gelooft, wat is dan de kern van je geloof?

Wat geloof jij?

Geloof jij dat de aarde in zes keer 24 uur is geschapen?
 Geloof je dat er een hoger wezen bestaat?
 Geloof je dat de hemel gevuld is met mensen die net zo denken als jij?
 Geloof je dat jouw tradities dichter bij de waarheid liggen dan die van een ander? 

Wat is het geloof dat jou gered heeft?

 Ik denk dat Elbert gelooft. Hij weet niet of er een hoger wezen bestaat, maar hoopt dat de waarheid die Jezus' vertelde, echt was. 
Ik denk dat Stephen Hawking geloofde. In zwarte gaten die niemand ooit heeft gezien, maar wel kan beredeneren. Een atheïst die stomverbaasd stond van de schepping. 
Ik ken geen mens die geen geloof heeft. Gelovend in de liefde, in zichzelf. In nieuwe kansen en goede bedoelingen.
 Misschien komen deze mensen wel voor de hemelpoorten om te realiseren dat ze, dag aan dag, een stukje van God zagen. En dat, bij dit besef, elke knie buigt.

Ik hoop dat ik geloof. Dat ik zo dicht bij het hart van Jezus' kom, dat ik de eeuwige hemel zou willen opgeven om de aarde, gebroken en eindig te omarmen.

Lees meer

Volg ons