2 augustus 2019

GASTCOLUMN: Waarom ga ik eigenlijk naar de kerk?

De plek links van mij is leeg en de plek rechts van mij is leeg. Van achteruit de kerkzaal zie ik een zee van kleine eilandjes bestaande uit gezinnetjes, vriendengroepen, alleenstaanden en echtparen. Deze zondagmiddag is de kerkzaal vrij leeg, de ochtenddienst wordt altijd drukker bezocht dan de middagdienst en omdat anno 2019 steeds minder mensen naar twee diensten gaan op een zondag zorgt dat voor een halflege kerkzaal op de zondagmiddagen.

Omdat mijn vader naar een Afrikaanse kerk gaat, zat ik vaak met wat vrienden uit de gemeente. Jongeren met wie ik al jarenlang catechisatie heb gehad en heel wat soos-avonden mee heb versleten. Vrienden van wie ik weet hoe ze over bepaalde punten in het geloof denken en dit praktiseren. Sinds kort zijn deze vrienden helaas vertrokken, verhuisd naar andere steden, of naar een andere wijk in Amersfoort en hebben zich daar bij een andere gemeente aangesloten. Waar we vroeger samen op vaste prik na kerktijd koffiedronken en zondagavond een biertje in de soos, merk ik dat ik tegenwoordig na de dienst snel de kerk uitglip.

Het is natuurlijk echt niet zo dat ik met de andere mensen uit mijn gemeente geen klik of contact heb, maar je trekt toch naar mensen toe die met dezelfde dingen bezig zijn in het leven. De ouderen praten met de ouderen, de gezinnen met de gezinnen en de jongeren met de jongeren. Nu mijn vaste groep is weggevallen, begin ik mij soms af te vragen of ik hier nog wel op mijn plek zit. De diensten zijn prima, we hebben een goede dominee, soms een bandje en vriendelijke mensen, maar toch heb ik het gevoel alsof er iets mist. Dan loop ik zondagochtend weer de kerk uit met het gevoel van “Zo dat hebben we ook maar weer gehad!” in plaat van “Wow, ik heb net met honderden andere mensen God mogen ontmoeten en de week mogen beginnen met Hem!”.

Je zit niet voor jezelf in de gemeente, maar voor je broeders en zusters.

Toen ik belijdenis deed, weet ik nog dat er werd stilgestaan bij het feit dat ik ja zei tegen deze gemeente. En dat ik nu niet meer kan vertrekken zonder goede reden, omdat ik door God in deze gemeente was geplaatst om ook anderen tot hulp te zijn. “Je zit niet voor jezelf in de gemeente, maar voor je broeders en zusters”. Een mooie gedachtegang en iets wat ik ook zeer fijn vind in mijn gemeente: er wordt veel gedaan aan omzien naar elkaar. Maar toch knaagt er iets, als ik het gevoel heb dat ik Gods licht harder kan laten schijnen in een andere gemeente, omdat ik mij daar meer gesterkt voel in mijn geloof zou ik dan niet zomaar mogen vertrekken?

Door het vertrek van mijn vrienden ben ik gedwongen na te denken waarom ik zondags naar de kerk ga. Om mijn broeders en zusters te ontmoeten, God te prijzen, en gesterkt te worden in mijn geloof om zo weer de week door te kunnen komen. Daarom hoop ik dat God het niet erg zal vinden als ik in de toekomst wellicht voor een andere gemeente kies. We zijn toch met zijn alle één grote gemeente namelijk het lichaam van Christus? Ik geloof niet dat God onderscheidt maakt tussen een christen van de PKN of een baptistengemeente. Zolang je hem liefhebt en hem met een oprecht hart wil dienen geloof ik dat je bij hem mag komen, op een plek waar jij je prettig voelt en jij het hardst zijn liefde kan laten zien. Om zo met zijn allen vol goede moed te wachten tot Hij ons komt halen en ons te werkelijk een gemeente te laten voelen.

Lees meer

Volg ons