Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down Icon--npo3
12 juli 2019

"Als ik in God zou geloven, zou er niet zoveel veranderen"

In Kletsen met een (niet)christen gaat de christelijke BEAM-filmrecensent Jort in gesprek met de niet-gelovige Jacoline, Jacco voor vrienden. Vorige keer dronken ze chocomel (met slagroom!) en spraken ze over de ervaringen met de kerk en andere christenen. Dit keer gaat het gesprek over het geloof zelf.

Wie zonder zonde is...

Jort: Hoe zie jij Jezus? Wat was dat voor iemand? 

Jacco: Als iemand die intens probeerde om het goede te doen. Die niet oordeelde en anderen liefhad. Dat is althans wat ik altijd uit de verhalen over hem gehaald heb. Het mooiste vind ik het verhaal waarin Jezus zegt dat wie zonder zonde is de eerste steen mag werpen. 

Jort: Waarom spreekt dat je zo aan? 

Jacco: Omdat je eigenlijk nooit het recht hebt om zomaar iemand te veroordelen. Er zijn altijd wel dingen die je zelf niet goed hebt gedaan. Veroordelen is iets dat je heel makkelijk doet en iedereen doet het in meer of mindere mate. Ik weet dat ik zelf ook mensen “veroordeel” voor bepaald gedrag. Als ik zeg dat ik mensen dom vind die in de bioscoop door de film heen praten... Ja, dat is ook een soort oordeel.  

Jort: Dan moet je maar niet door de film heen praten verdorie!  

Jacco: Ja klopt en als je dan gewoon door blijft praten, dan zal ik ook wel blijven oordelen. Maar ga zeker bij serieuzere zaken eerst eens na wat je zelf doet voordat je een ander gaat beschuldigen. Ik vind dat wel een goed uitgangspunt.  

Vergeven en vergeten

Jacco: Hoe zie jij je geloof eigenlijk?  

Jort: Ik zie God als het perfecte ‘goed’. Dat betekent dus ook dat Hij geen enkele vorm van kwaad kan tolereren. Nu dat is nogal vervelend voor ons mensen, want we zijn niet in staat om altijd het juiste te doen. Dat weet ik zelf maar al te goed. Op eigen kracht ga ik niet de toegang terug tot God bereiken. Daarvoor schiet ik gewoonweg tekort.  

Dat is dus waar je bij de kern van het christendom uitkomt, namelijk hoe je die kloof tussen God en de mens moet gaan overbruggen. Dan kom je bij Jezus uit. Bij God die zelf mens is geworden om het kwaad in ons over te nemen en de straf daarvoor zelf te ondergaan. Zo kunnen we weer terug bij God komen. Voor mij is dit heel vanzelfsprekend, maar ik ben wel heel benieuwd hoe zoiets op jou overkomt. Klinkt dat raar?  

Jacco: Het klinkt best zwaar. Reken je jezelf die fouten ook zwaar aan? 

Jort: Nee, juist niet. Het klinkt misschien zwaar, maar ik vind het een hele bevrijdende levenshouding. Ik zou het veel zwaarder vinden als ik erin zou geloven dat ik na de dood op een soort weegschaal gezet wordt en mijn goede en slechte acties tegen elkaar afgewogen worden. Daar zou ik pas van in de kramp schieten. Nu weet ik dat ik om vergeving kan vragen voor alles wat ik heb gedaan en wat ik ooit ga doen.  

De kernvraag is hoe je God ziet. Zelf zie ik God als een persoon met wie ik een relatie heb.

Jacco: Maar denk je dan niet dat dat juist mensen kan aansporen om slechte dingen te doen? Want ja, het maakt toch niet uit wat ik doe?  

Jort: Leuk dat je dat zegt, want daar maakte Paulus zich ook zorgen om. Hij schreef ooit een brief naar een kerk waar ze dachten dat hoe meer ze zondigden, hoe meer God ze kon vergeven en hoe groter Zijn genade was. Die kerk kreeg een gepeperde brief terug, dat dat toch echt niet de bedoeling was.  

Jacco: Hoe voorkom je dan dat mensen het geloof wel als vrijbrief gaan gebruiken?  

Jort: Uiteindelijk kan je alles misbruiken, maar ik denk dat de kernvraag is hoe je God ziet. Zelf zie ik God als een persoon met wie ik een relatie heb. Niet op dezelfde manier zoals we nu een één-op-één gesprek voeren, maar wel heel concreet. In een relatie geef je om de ander en probeer je geen dingen te doen waar je de ander pijn mee doet.  

Daarom probeer ik het goede te doen, maar ik weet tegelijkertijd dat het een lat is die ik nooit zal kunnen halen. Voor mij voelt het als een ‘best of both worlds’ geval. Je probeert een leven te leiden dat goed is, omdat je geeft om de persoon om wie het gaat. Tegelijkertijd is het niet einde oefening als je tekortschiet.   

Stem uit de hemel

Jort: Wat zou er voor jou voor nodig zijn om in God te gaan geloven?  

Jacco: Ja, dan kom je al snel op leuke antwoorden uit zoals: er moet een wonder gebeuren.  

Jort: Dus stel, je zit zo op de fiets naar huis. Ineens bam! Spotlight en een stem. “Jacoline, Ik ben wel echt hoor.” 

Ik zou geen dingen aan God gaan vragen voor mijzelf.

Jacco: Dan zou ik zoiets denken als, “Oké, er is dus wel een God, en hij heeft zojuist tegen me gesproken”, maar in principe zou er dan niet zoveel veranderen. Misschien dat ik dan zou gaan bidden of zo. Waarschijnlijk zou ik God dan vragen om kracht voor mensen die het moeilijk hebben. Of om meer vertrouwen in zichzelf zodat ze zich zelfredzamer voelen. Als God hen dan een beetje hulp zou kunnen geven, zouden zij hier vervolgens zelf op voort kunnen bouwen. Al zou ik geen dingen aan God gaan vragen voor mijzelf.  

Jort: Vragen zoals? 

Jacco: Troost bijvoorbeeld. Ik vind dat al in andere dingen. En wie weet wordt dat inderdaad door een god veroorzaakt. Dat zou heel goed kunnen. Maar ja, afgezien van dat er een naampje zou bestaan en dat dat dan bewezen is, denk ik niet dat dat verder zo’n grote invloed zou hebben op waar ik voor zou staan. 

Chocomel in de kerk

Jacco: Zeg, zou ik een keertje mee kunnen naar jouw kerk? Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe dat is.  

Jort: Ja tuurlijk! Dan ga ik regelen dat we een keertje chocomel na de dienst hebben!    

Volg ons