Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down Icon--npo3
20 juni 2019

"Ik ben verslaafd aan zonnen"

Het zweet druipt van mijn rug, er ontstaan druppels op mijn voorhoofd en bovenlip. Ademhalen wordt steeds moeilijker en mijn arm steeds zwaarder. Dit houd ik niet lang meer vol. Ik wil opgeven, maar ik moet door, ik móet.

Dit is niet het begin van een horrorfilm, dit ben ik zogenaamd in mijn meest “relaxte” stand: zonnebadend. Terwijl mijn bezwete zonnebrand-vingers de letters van het magazine in mijn lamme hand uitvegen, check ik de rand van mijn bikini. Ben ik al bruin genoeg? Maar ‘genoeg’ komt niet voor in zomerwoordenboek. 

Een zware verslaving is er niks bij. Of nou ja, het ís een verslaving. Eenmaal in de schaduw of het zwembad kan ik weer rustig ademhalen, opluchting. Compleet onzinnig natuurlijk, jezelf comfort ontzeggen voor een bruin laagje. Onzinnig en onveilig. Opmerkingen als “Rood wordt morgen wel weer bruin!”, en “Ik verbrand eigenlijk nooit”, zijn gevaarlijker dan ze lijken (want ook als je nooit verbrand: smeer). 

En dat allemaal voor een kleur die er binnen een maand weer af is. Waar mensen één keer een complimentje over maken, waar je wellicht één Instagram-post aan wijdt. Wát een prestatie. Ieder jaar probeer ik me te bedenken dat de struggle het resultaat niet waard is. Dat het ook teveel kan. Dus probeer ik dit jaar mijn (al dan niet spierwitte) lijf eens iets vaker naar de schaduw te slepen, zodat het niet écht eindigt in een horrorverhaal.

Lees meer

Volg ons