Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu
24 juni 2018

Olivier is de snelste zwemmer ter wereld met één been

Olivier (20) had als kleine jongen al zichtbaar zwemtalent. Op zijn 11e kreeg hij in Nederland een ongeluk met zijn paard en verloor daardoor een half been, waarna hij een jaar moest revalideren.

“Ik woonde een aantal jaren in Jakarta vanwege mijn vaders werk en won daar negen lintjes bij mijn eerste zwemwedstrijd. In Nederland pakte ik het zwemmen weer op. Ik ging naar een hoger niveau en deed mee aan de Friese kampioenschappen voor de ‘Speedos’ (kleine kinderen). Als 9-jarige zwom ik daar mijn eerste gouden medaille en ontdekte dat ik goed was in zwemmen. Het werd mijn lievelingssport.”

Negen operaties

“Op mijn 11e kreeg ik een ongeluk met mijn paard, waardoor ik negen operaties nodig had. Ik moest weer stap voor stap leren lopen. Mijn doel was om weer deel te kunnen nemen aan de maatschappij, daarom wilde ik op twee benen kunnen staan. Toen ik mijn prothese bijna aan kon, moest ik toch weer geopereerd worden. Het bot in mijn geamputeerde been bleek nog te groeien.”

“Na maandenlang gerevalideerd te hebben, miste ik het zwemmen enorm. Mijn clubgenoten wilden graag dat ik terugkwam. De eerste keer zwemmen was behoorlijk wennen. Het zwemmen zorgde ervoor dat ik mijn energie kwijt kon. Ik bleek uiteindelijk zo goed te zijn dat ik mijn persoonlijke records overtrof. Ik haalde gouden medailles tussen valide personen en merkte dat ik kon presteren. Het was vet om van valide mensen te winnen.”

Ik was de eerste gehandicapte die mee mocht trainen

Passie voor zwemmen

“Rond mijn 14e jaar moest ik elke ochtend om kwart over vier uit bed om te trainen. De coach haalde mij op en na twee uur trainen, moest ik weer naar school. Het waren pittige tijden, maar die had ik wel over voor de nationale kampioenschappen. Ik moest er vroeg uit en weer vroeg naar bed. Het was mijn levensstijl, en dat heeft mij zo ver gebracht. Ik had er discipline voor. Op school begrepen mijn vrienden wel waarom ik trainde op hoog niveau. Ik had elk weekend wedstrijden en moest daarvoor trainen.”

“Later kwam ik bij het Regionaal Trainingscentrum terecht. Ik was de eerste gehandicapte die mee mocht trainen en een fulltime programma deed. Het was een hele mooie ervaring. Het ging goed en daardoor mocht ik naar het Nationaal Trainingscentrum tussen de invalide zwemmers. Een half jaar geleden ontdekte ik dat ik de snelste zwemmer ter wereld ben tussen de éénbenigen. Dat geeft een fantastisch gevoel! Ik ben trots op mezelf als andere mensen trots op mij zijn. Vaak krijg ik het gevoel alsof ik iets uitzonderlijks heb gedaan. Het is een fijn als mensen positief over je kunnen zijn. Als ik dan op het podium sta met 4000 man voel ik mij heel blij worden. Dat gevoel valt niet te beschrijven en moet je echt zelf ervaren.”

Paralympische Spelen

“Als ik geen ongeluk had gehad, had ik vast meegedaan aan de Olympische Spelen op valide niveau, maar dat kan ik natuurlijk nooit weten. Ik heb zeven jaar lang getraind voor de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro. Het moment zelf was overweldigend. Ik heb daar een zilveren plak gewonnen en ben tevreden naar huis gegaan. Het verschil tussen de Paralympische Spelen en Olympisch Spelen is redelijk klein. We trainen even hard en komen beiden voor ons land uit, dat is iets wat elkaar verbindt. Bij de Paralympisch heeft iedereen een handicap en een eigen verhaal. Je bent niet zomaar op de Paralympische Spelen. Ieder die tegen je racet is mentaal erg sterk. Ook zijn er minder Paralympisch dan olympische spelers.”

Ander bioritme

“Als ik mezelf moet vergelijken met vrienden merk ik dat we een ander bioritme hebben. Ik sta vroeg in de ochtend op, ga trainen daarna naar school, daarna weer trainen, avondeten en naar bed. Het is een strak schema en er zit weinig rust tussen. Er wordt veel structuur en discipline van je gevraagd. Mijn vrienden staan afwisselend op en beginnen de dag vaak rustig. Bij mij zit er nauwelijks afwisseling in.”

“Ik studeer nu en ga af en toe naar een feestje. Doordat ik vroeg op moet, houd ik rekening met hoe laat ik het maak. Voor de rest mis ik weleens uitjes, maar daar tegenover staan andere werelddelen waar ik trainingskampen kan volgen. Ik zorg ervoor dat ik veel eiwitten binnen krijg zoals kwark, shakes, melk en eieren. Ik drink bewust geen energydrank en eet niet te vaak vette happen zoals frikandellen en kroketten. Ik let consequent op de calorieën die ik binnen krijg. Er waren tijden bij dat ik 4000 kcal binnen moest krijgen. Normaal heeft iemand er maar 2000 nodig.”

Wel gaat het wat minder met mijn zwemcarrière

Toekomst

“Mensen vragen soms: "Ben je misschien een ander persoon geworden en ben je anders naar de wereld gaan kijken?’ Ik vind dat ik nog steeds mezelf ben, maar misschien kijk ik nu iets meer naar de mooie dingen om mij heen. Het ongeluk blijft een vervelende situatie. Ik ben blij hoe ik ermee om heb leren gaan en dat het goed met mij gaat.”

“Van zwemmen heb ik mijn werk gemaakt. Het is fijn om mijn prothese uit te kunnen doen en het water te gebruiken om te bewegen. Dat geeft een vrij gevoel. Ik ben nu heel erg gelukkig. Wel gaat het wat minder met mijn zwemcarrière, door wat issues bij de KNZB. Dat belemmert of ik door wil gaan met zwemmen of naar een andere zwemvereniging in Amersfoort ga. Mocht ik niet verdergaan, dan leg ik de focus op mijn studie in de foodworld.”

Foto's door: Mathilde Dusol

Volg ons