Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu
Judith marine officier
3 mei 2018

Judith is officier bij de marine: “Ik ben voorbereid om te vechten.”

“Wat wil je worden als je later groot bent?” De meeste antwoorden varieerden van dolfijnentrainster tot brandweerman. Voor de 24-jarige Judith was het antwoord net even anders: ze moest en zou bij Defensie werken. Inmiddels is het haar gelukt en werkt ze als logistiek officier op een marineschip. Een leidinggevende rol op een gevechtsschip, die in een wereld vol mannen niet altijd even gemakkelijk is.

Een stoere kinderdroom

“Vroeger ging ik vaak samen met mijn vader en broers naar open dagen van Defensie. Daar werd je geschminkt, mocht je van een tokkelbaan; ik vond het prachtig. Toen ik VWO ging doen, heb ik deze droom in eerste instantie wat losgelaten. Ik kon wel meer met dat niveau dacht ik. Totdat ik bij de officiersopleiding terecht kwam. Met VWO kun je daar een bacheloropleiding doen en stroom je gelijk in als officier. Dit moest ik wel doen. Voordat ik aan deze opleiding begon heb ik eerst het EH basisjaar gedaan om aan mijn geloof te werken, zodat ik sterker zou staan. In 2012 ben ik begonnen met de opleiding en inmiddels ben ik een half jaar aan het werk bij de marine.”

Collega's worden vrienden, of je dat nou wil of niet

Leven aan boord

Judith marine officier

“Van de 180 mensen aan boord zijn er 20 vrouw. Het grote aantal mannen heeft zo zijn voor- en nadelen. Omdat ik ben opgegroeid in een mannengezin, ben ik dat directe wel gewend. Dat kan ik juist wel waarderen. Mannen zeggen waar het op staat, waar vrouwen meer de neiging hebben om ergens omheen te draaien. Daarentegen blijft het natuurlijk een mannenwereld waarin de mannenhumor veel voorkomt en er niet veel over gevoelens gesproken wordt.

Gelukkig heb ik hier mijn weg wel in gevonden, en er is altijd wel iemand aan boord bij wie ik mijn ei kwijt kan op momenten dat ik dat nodig heb. Gelukkig maar; aangezien we soms weken met elkaar opgescheept zitten wanneer we op oefening of uitzending gaan. Dan werken we niet alleen met elkaar, maar moeten we ons ook samen vermaken. Je collega’s worden daarom ook een soort vrienden van je, of je dat nou wil of niet.”

Relatie op het water

“Ik heb mijn vriend bij Defensie ontmoet, dus hij weet hoe deze wereld is. Inmiddels werkt hij niet meer bij Defensie, maar we wisten beiden waar we aan begonnen. Omdat ik veel weg ben en doordeweeks op de kazerne woon kunnen we elkaar niet veel zien. Maar van elk moment samen genieten we dubbel. Over een paar weken ga ik een half jaar weg. Natuurlijk is dat een lange tijd, ik zal hem ook ontzettend missen. Gelukkig bezoeken we verschillende havens en probeert hij op bezoek te komen. Hij gunt me dit, want hij weet hoe graag ik dit wil. Daarnaast is het vertrouwen tussen ons heel groot. Hij weet hoe ik ben met die mannen, dat heeft hij met eigen ogen gezien.”

Marine officier

Niet vechten voor de vrijheid

“Eerlijk gezegd heb ik niet het gevoel dat ik vecht voor de vrijheid van Nederland. We draaien natuurlijk wel missies, maar deze zijn niet specifiek gericht op dit doel. Toch ben ik er wel op voorbereid dat we ooit ingezet kunnen worden om hiervoor te moeten vechten. We doen daarvoor ook oefeningen waarbij we oorlogssituaties simuleren. Tijdens die oefeningen besef is me ook geregeld dat wanneer wij worden geraakt het allemaal heel snel kan gaan. Dit maakt me wel eens bang. Toch weet ik dat het leven voor mij hierna niet ophoudt, dus dat geeft rust.

Tegelijkertijd mogen we ook blij zijn dat vechten voor Nederland op dit moment niet nodig is. We mogen zo ontzettend dankbaar zijn voor de vrijheid die we hebben, dat is absoluut niet vanzelfsprekend. Vier en vijf mei hebben voor mij dan ook wel een andere lading. Ik heb waarschijnlijk dezelfde trainingen en opleidingen gedaan als de mannen die toen gesneuveld zijn. Het enige verschil is dat zij wel gingen en wij (nog) niet. Ik realiseer me daardoor wel extra goed wat zij voor ons betekend hebben. Het is belangrijk dat we ons dat blijven beseffen.”

Juist in een wereld waar je het niet verwacht, wordt mijn geloof sterker

Respect voor de christen

“Over het algemeen is het best oké om christelijk te zijn in deze wereld. Natuurlijk zijn er wel eens heftige discussies, waarbij er meerderen tegenover je staan om je te overtuigen van het tegendeel. Maar door de jaren heen heb ik gezien dat ik met deze discussies niet veel verder kom. Ook wanneer ik alle antwoorden zou hebben, zal ik mijn collega’s niet over de streep trekken richting het geloof. Ik heb geleerd dat ik gewoon mezelf mag zijn bij de marine, dat ik naast mijn collega’s moet gaan staan en dat ik mijn leven met hen mag delen zodat God door mij heen kan werken. Juist door anders te durven zijn en vast te houden aan je eigen principes, heb ik gemerkt dat dit bij de meeste collega’s respect oproept.

Ik ben nu op een nieuw schip geplaatst, waar ik voor mijn gevoel weer opnieuw moet beginnen. Maar omdat ik de focus voor mezelf minder heb gelegd op het moeten uitdragen van mijn geloof, sta ik hier een stuk ontspannener in dan voorheen. In eerste instantie kom ik daar om mijn werk te doen, en wanneer ik in alles dichtbij God leef en dichtbij mezelf blijf, geloof ik dat Hij door mij heen kan werken.”

Met God het schip op

“Aan boord heb ik ontdekt dat ik God juist dichterbij kan ervaren dan wanneer ik thuis in mijn christelijke omgeving ben. Ondanks het feit dat je aan boord altijd mensen om je heen hebt, kan ik me daar op sommige momenten best eenzaam voelen. Ik slaap samen met iemand op een hut, wat ook meteen mijn kantoor en de plek is waar ik ’s avonds ontspan. Je bent daar altijd een soort van opgesloten. Je kunt niet zeggen: “Ik trek de deur achter me dicht en ga in mijn chill-outfit rondlopen”.

Toen ik een langere periode weg was, miste ik het ook heel erg om met andere mensen te zijn, en om over God te kunnen praten. Op dat moment realiseerde ik me dat ik juist met God zélf kon praten. Ik verlangde heel erg naar zijn aanwezigheid en begon christelijke muziek te luisteren en meer te bidden. Ik wilde juist meer doen om bij Hem te komen. Dan ging ik gewoon vroeg naar bed en deed ik mijn gordijntje dicht, zodat ik lekker Bijbel kon lezen, of ik schreef mijn gebeden op. Als ik zie wat ik toen allemaal opschreef, realiseer ik me dat ik daar heel dicht bij God was. Juist in een wereld waar je dat niet verwacht, wordt mijn geloof veel sterker.”

Lees hier wat de bijbel zegt over vrijheid!

Wilde je stiekem tóch dolfijnenstrainster of brandweerman worden? Lees onze stukken daarover!

Volg ons