Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
5 april 2018

Loes Adegeest: “Als ik niet zo goed was geweest zou ik alleen fietsen als de zon scheen.”

Een torenhoge discipline, een enorme drive en een grote liefde voor je sport: topsporter word je niet zomaar. De 21-jarige Loes wijdt haar leven aan wielrennen en schaatsen. Voor haar is dit het belangrijkste in haar leven en ze heeft er dan ook alles voor over. Maar hoe ziet het leven van een topsporter in spé eruit?

Bewust een lagere opleiding

Een hart voor sporten, dat heeft Loes overduidelijk. Ze traint zo’n vijftien uur per week, wat varieert van een uurtje per dag tot trainingen van zes uur achter elkaar. “Dat laatste doe ik niet heel vaak, meestal train ik ongeveer drie of vier uur op een dag.” Een enorme toewijding dus. Toch vindt Loes het ook belangrijk om een opleiding te volgen, maar dan wel één die ze makkelijk kan combineren met haar passie. “Ik studeer forensisch onderzoek op het Saxion in Enschede. Dit is een hbo-opleiding en daar heb ik bewust voor gekozen. Ik heb daarvoor vwo gedaan en deze opleiding kost me eigenlijk geen moeite. Zo houd ik meer tijd over voor mijn trainingen. De meeste tijd gaat echt naar het fietsen. Zolang ik mijn tentamens maar haal, vind ik dat prima.”

Sommige mensen beoefenen een sport voor de lol, ik zou dat niet kunnen.

Competitief met bordspellen

Naast de enorme hoeveelheid tijd die Loes in het fietsen steekt, is ze ook regelmatig op het ijs te vinden. Het beoefenen van verschillende topsporten tegelijk brengt ook keuzes met zich mee. Zo heeft Loes vorig jaar besloten om te stoppen met het langebaanschaatsen. “Ik haalde er geen plezier meer uit. Dan wordt het steeds lastiger om die trainingen op te brengen. Marathonschaatsen doe ik nog wel graag, dat vind ik gewoon een leuker spelletje. Bij langebaanschaatsen lag de druk heel hoog, want je hebt in principe maar twee minuten om te presteren. Alles moet kloppen. Daar had ik moeite mee.” Deze prestatiedrang heeft er altijd al in gezeten bij Loes. “Als ik mijn ouders moet geloven was ik vroeger ook al zo. Ik moet ook altijd winnen bij bordspelletjes. Sommige mensen beoefenen een sport voor de lol, prima natuurlijk, maar dat zou ik niet kunnen. Ik moet echt die top bereiken.”

Zonder plezier geen top

De liefde voor sport begon bij Loes al op jonge leeftijd. “Toen ik klein was ben ik begonnen met schaatsen, maar uiteindelijk ontwikkelde ik een steeds grotere liefde voor fietsen.” Haar drijfveer ligt dan ook vooral in het genot dat ze uit de sport haalt. “Ik vind het gewoon heel leuk om te doen. Natuurlijk is het wel eens rottig als je door de regen moet fietsen, maar als de zon schijnt vind ik het geen probleem om zes of zeven uur achter elkaar op de fiets te zitten.” Volgens Loes is die liefde dan ook het belangrijkst. “Zonder plezier hou je het gewoon niet vol. Het helpt natuurlijk ook dat ik er vrij snel achter kwam dat ik er goed in ben. Als ik niet goed was geweest en steeds achteropraakte was ik allang gestopt. Dan ging ik alleen fietsen als de zon scheen.”

Hoog, hoger, hoogst

Dankzij alle moeite die Loes in haar trainingen stopt heeft ze al heel wat bereikt. “Op de baan heb ik de tweede plek behaald op het NK. Op de weg heb ik vorig jaar ook wat mooie wedstrijden gereden. Daarnaast ben ik tweede geworden in een UCI-wedstrijd, dat is een internationale wedstrijd. En een toprit op het NK tijdrijden voor rensters zonder contract.” Hoewel dit al heel wat lijkt, kan het volgens Loes altijd meer. “Ik wil dit jaar graag de stap naar een profploeg maken. Op dit moment zit ik bij een clubteam. We rijden wel veel dezelfde wedstrijden als de profs, maar niet op hetzelfde niveau. Ik wil wel een stapje hoger. Uiteindelijk is het ook mijn doel om op een WK te staan. Ik kan nog lang genoeg mee, dus ik denk dat ik genoeg kan verbeteren."

Volg ons