Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down
10 January 2018

"Mijn familie wil me dood omdat ze denken dat ik homo ben"

Iedereen die Nadal (19) op straat tegenkomt, mag hem vermoorden. Waarom? Omdat zijn vader denkt dat hij homo is en hem een schande voor de familie noemt. “Mijn vader zei tegen me: je bent mijn zoon niet meer.”

“Mijn leven in Irak was goed. Ik had alles: een appartement, genoeg geld, een auto, een baan als automonteur en veel leuke vrienden. Op een dag liep ik bellend over straat, toen mijn iPhone door een motorrijder uit mijn handen werd gejat. De dief heeft mijn foto’s vervolgens online verspreid. Op één foto had ik een arm om een vriend van mijn geslagen. Toen mijn familie die foto zag, zeiden ze: ‘Je bent een schande voor onze familie.’ Een vriend van mij waarschuwde me: ze gaan je arresteren.

Toen mijn vader me zag, sloeg hij me en zei hij: ‘Je bent homo, dus je bent mijn zoon niet meer. Ik wil je nooit meer zien, ga hier weg.’ Ik probeerde hem ervan te overtuigen dat hij ongelijk had, maar dat had geen enkele zin. Mijn broer wilde niks meer met me te maken hebben en mijn moeder kon niets beginnen tegenover mijn vader. Ik vluchtte naar een vriend, maar mijn paspoort lag nog thuis. Ik belde mijn 10-jarige broertje, bedacht een smoesje waarom ik mijn paspoort nodig had en vroeg of hij het mee wilde nemen naar school. Toen ik hem ontmoette op het schoolplein, wist hij niet dat dit misschien wel de laatste keer was dat we elkaar zouden zien.  

Niet meer naar buiten
Mijn oom stelde een officieel document op waarin ik vogelvrij werd verklaard. Iedereen die mij op straat tegenkwam, mocht mij vermoorden. Ik vluchtte naar Turkije, waar ik een paar vrienden heb. Ik had niks bij me, alleen mijn paspoort. Na een week hoorde ik dat mijn oom me achterna was gereisd. Als hij mij zou vermoorden, zou dat goed zijn voor zijn status en kon hij leider van zijn clan worden. Ik kon niet meer naar buiten: naar de markt of een restaurant gaan was al te gevaarlijk. Ik belde een bekende en kon voor 800 euro een bootje nemen van Izmir richting Griekenland.

Naar de markt of een restaurant gaan was al te gevaarlijk

Het was nacht toen ik door de mensensmokkelaars werd gebeld: ‘Neem een taxi en kom naar de kust’. Met een paar families werden we in een vrachtauto gepropt, waarin normaal gesproken vlees wordt vervoerd. Het was stikheet en we kregen bijna geen zuurstof. Een paar Syrische gasten begonnen te vechten en baby’s huilden. In een boot van 9 meter lang werden 55 mensen gepropt; de mensenhandelaren gingen zelf niet mee aan boord. Op zee viel de motor steeds uit, omdat het slangetje dat olie naar de motor pompt kapot was. Gelukkig had ik tape mee – daarmee had ik mijn telefoon om mijn arm geplakt – en kon ik het slangetje repareren.

Eenmaal op het Griekse eiland Samos werden we opgepikt door auto’s die ons naar het vluchtelingenkamp brachten. Ik dacht: eindelijk, ik ben in Europa, ik ben veilig. Maar het werd een verschrikkelijke dag. Niemand respecteerde ons. Ik had drie dagen niks gegeten, maar in het kamp was alleen water. Ik werd heel ziek, ging naar het ziekenhuis, maar werd weer naar buiten gestuurd en moest daar op een bankje wachten.

De hele nacht werken
Het kamp is meer dan verschrikkelijk. Het is overvol, de hygiëne is slecht, er is niet altijd schoon drinkwater en mensen slapen in tentjes of buiten. Het voedsel is niet eens goed genoeg voor dieren en de politie respecteert ons niet omdat we Arabisch zijn. Ik heb mezelf Engels aangeleerd, zodat ik als vertaler kan werken. Elke avond word ik gebeld door families die vertaling nodig hebben in het ziekenhuis en werk ik de hele nacht door. Ik slaap van 07:00 tot 15:00 uur en ga dan naar de dokterspost in het vluchtelingenkamp om de hele middag en avond te vertalen. Ik heb zelf geen familie meer, maar ik zie de mensen in het kamp als mijn familie. Of ze nou uit Irak komen of Syrië.

Dromen over de toekomst kan ik nog niet, dat is op deze plek onmogelijk. Hier ben ik bezig met overleven. Ik wil gewoon een plek vinden waar ik veilig ben. Ik snap nog steeds niet waarom mijn familie me dood wil hebben, ik heb niks verkeerds gedaan. Maar ik ben niet boos. Ze weten gewoon niet wat ze doen. Ook al ben ik alles kwijt, ik probeer positief te blijven. Mijn energie komt uit mijn hart. Ik wil mensen helpen. Dan voel ik me goed en kan ik mijn eigen problemen even vergeten.”

De jongen op de foto is niet Nadal. Uit veiligheidsredenen is een andere naam voor hem gebruikt. BEAM redacteur Charlotte sprak Nadal afgelopen zomer, toen ze voor Stichting Bootvluchteling op Samos werkte. Die stichting is nu niet meer actief op Samos, wel op Lesbos. 

Volg ons