Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
Ik vluchtte uit Syrië en verdronk bijna
19 december 2017

"Ik ontvluchtte Syrië terwijl mijn gezin daar achterbleef"

Amani (19) groeide op in Douma, een kleine Syrische stad vlakbij Damascus. Op haar dertiende brak de revolutie uit tegen president Assad, met alle gevolgen van dien. Ze verloor haar zestienjarige broer en drie ooms, zag hoe 150 mensen door chemische aanvallen werden vermoord en haar stad veranderde in een grote puinhoop. Twee jaar geleden vluchtte ze, via Turkije en Griekenland, naar het veilige Nederland. Toch wil ze terug naar Syrië: “Ik wil een verschil maken in mijn land.”

“Voor de revolutie leek het best goed te gaan in Syrië. Mensen gingen naar hun werk en kinderen konden naar school, maar dat was vooral uiterlijke schijn. We waren niet vrij. De overheid bepaalde bijvoorbeeld wat je moest studeren en je mocht absoluut geen kritiek hebben op Assad. Had je dat wel, dan verdween je gewoon. Mensen werden opgepakt en opgesloten en niemand wist waar ze waren. Heel vaak kwamen ze dan ook niet meer terug.

Er was zoveel mis en er was zoveel niet eerlijk. Iedereen was klaar met het regime, maar niemand durfde het te zeggen. In maart 2011 kregen wij via internet een uitnodiging om mee te doen met de revolutie. Ik was 13 en leerlingen uit mijn klas schreven op het bord: ‘Wij willen Assad niet meer’. De volgende dag kwamen soldaten naar onze school om die kinderen op te pakken. Niemand wist waar ze waren, maar na een week kwamen ze terug. Ze waren opgesloten en op een verschrikkelijke manier gemarteld.

De mensen uit mijn stad waren woedend. Dit waren onze kinderen. Na een week van demonstraties overleden acht onschuldige mensen bij een bombardement. Zij hadden helemaal niets met de revolutie of met de demonstraties te maken. Dat gooide alleen maar meer olie op het vuur en steeds meer mensen deden mee. Er reden tanks door de straten en omdat sommigen naar Damascus wilden om daar te demonstreren werd Douma gesloten. Niemand kon de stad meer in of uit.”

Er was geen stromend water, geen elektriciteit, geen telefoonverbinding en geen internet

“Na drie maanden was er geen stromend water meer, geen elektriciteit, geen telefoonverbinding en geen internet. De scholen werden gebruikt als slaapplek voor de soldaten en omdat de stad gesloten was, kon bijna niemand naar het werk. Veel onschuldige mensen gingen dood, waaronder mijn oom, zonder dat daar een reden voor was.”

Vrede werkt niet

“In juni 2012 ging er een schok door de hele stad. De soldaten hadden een hele familie dood gemaakt. De vrouwen waren gemarteld en hun lichamen waren op straat gegooid. Tot dat moment waren de protesten vreedzaam geweest, maar vrede werkte blijkbaar niet. Mensen die wapens hadden begonnen te vechten en sommige delen van het leger sloten zich aan bij die groep.

Binnen een jaar was de hele stad een grote chaos. Er stond geen huis meer overeind en we leefden in kelders. Er waren zoveel doden, zoveel bloed. Naast de bombardementen waren er ook chemische aanvallen. Meer dan 150 mensen stierven een verschrikkelijke dood. Je was nergens meer veilig. Na een tijdje was er geen voedsel meer, geen benzine en geen auto’s. Alles was kapot. Mijn zestienjarige broer kwam om door een raket. Zestien… Dan ben je nog veel te jong. Hij had nog zijn hele leven voor zich. Op een gegeven moment dacht ik alleen nog maar: ‘maak mij maar dood’. Ik wilde niet meer leven in die situatie en was niet meer bang voor de dood.”

Ik kon niet meer terug naar mijn gezin

Gevlucht, opgepakt en ontsnapt

“In 2014 werd Douma geopend. We konden naar Damascus gaan en ik vertrok om mij in te schrijven bij een school. Ik sliep een nachtje bij familie en zou de volgende dag naar huis gaan. Toen ik wakker werd, was Douma weer dicht. Ik kon niet meer terug naar mijn gezin, ook al zaten ze maar een half uurtje rijden bij mij vandaan. Ik had altijd de hoop gehouden dat ik weer terug kon, maar na een jaar verloor ik deze hoop. Ik werd enorm somber en dacht dat ik mijn familie nooit meer zou zien…

Anderhalf jaar bleef ik in Damascus, tot het echt te gevaarlijk was. Ik vluchtte naar een andere stad, maar die stad zat vol met smokkelaars en mensen van het regime. Het was daar allerminst veilig en ik besloot weer te vertrekken.

Ik vertrok om zes uur ’s ochtends en om vijf over zes was ik al opgepakt. Twee dagen lang werd ik ondervraagd. De soldaten sloegen mij en probeerden mij over te halen om voor ze te werken. Ik wilde dat niet en uiteindelijk wilden ze mij verplaatsen naar een andere gevangenis. Gelukkig was er iemand die mij wilde helpen en mij mijn paspoort teruggaf en wat geld. Ik kon gaan en vertrok richting de Turkse grens. Teruggaan naar Douma kon niet, dus ik besloot naar Europa te gaan. Dat was de enige manier om mijn familie weer te zien, door gebruik te maken van gezinshereniging.”

Door IS-gebied naar Turkije

“Om naar Turkije te gaan moest ik door IS-gebied. Een vriendin gaf mij haar ID-kaart zodat de soldaten dachten dat ik uit Damascus kwam en niet uit Douma en op die manier zou ik niet nog een keer worden opgepakt. In IS-gebied is het echter verboden om als vrouw alleen te reizen. Daarom reisde ik samen met een vreemde man, waarmee ik zogenaamd getrouwd was. Als we door IS-strijders werden aangehouden werden we ondervraagd over onze trouwerij. Wat voor jurk droeg ik, wat werd er gegeten, wie waren er?

Na een lange reis kwam ik aan in Turkije en daar had ik voor het eerst weer contact met mijn familie. Mijn oudste zus belde mij. Ze vertelde dat ze beelden van de revolutie had gedeeld met Al Jazeera (red. Een groot, internationaal mediabedrijf). Ze had daarvoor een grote som geld gekregen die ze naar mij overmaakte. Meer kon ze niet voor me doen. Met dat geld kon ik misschien zes maanden leven in Turkije, maar wat moest ik daarna doen? Daarom betaalde ik een mensensmokkelaar om naar Griekenland te gaan. Vanuit daar wilde ik naar Nederland, omdat Nederland al na een half jaar aan familiereünie doet.”

Ik ga toch dood, dus waarom niet?

“In de Turkse stad Izmir stond een boot klaar die ons naar Griekenland zou brengen. De boot was misschien zes vierkante meter en er moesten 64 mensen mee, waaronder veel kinderen. De smokkelaar was ook nog dronken en ik wilde niet meer mee! Maar ik moest, want als ik niet zou gaan, dan zou de smokkelaar mij vermoorden omdat ik hem anders zou aangeven bij de politie. Ik besloot daarom toch mee te gaan en dacht: ‘ik ga toch dood, dus waarom niet?’”

Midden op zee kwam er te veel water in de boot en we konden niet meer verder. De Turkse marine werd gebeld, maar zij konden ons niet helpen. We waren al op Grieks grondgebied. De Griekse marine zou ons niet helpen, want dat betekent dat ze ons binnen moesten laten. Uiteindelijk redde de Turkse marine ons toch en brachten zij ons terug naar Turkije. ‘Ik ga dit nooit meer proberen,’ dacht ik. Na een tijdje in Turkije belde mijn vader mij. Hij vertelde hoe gevaarlijk het was en ik wist dat ik nog een keer moest proberen naar Europa te gaan, voor mijn familie.”

Dit keer lukte de oversteek en op die manier kwam ik in een gevangenis in Athene terecht. Met een vals paspoort probeerde ik van Griekenland naar Nederland te vliegen. Mijn hoofddoek deed ik af, maar ze herkenden mij aan mijn zwarte haren. De eerste keer lukte het niet en ik probeerde het gewoon nog een keer. Ik was vastberaden om naar Nederland te gaan. De tweede keer lukte het wel en landde ik op Schiphol.”

“In Nederland praatte ik de eerste zes maanden met niemand. Ik had tijd nodig om alles te verwerken. In Syrië, Turkije en Griekenland had ik geen rust om na te denken over wat er was gebeurd. Nu kwam alles keihard binnen. Ik kwam terecht in het AZC in Ter Apel en zag daar veel Syriërs die helemaal geen last hadden gehad van de oorlog. Zij kwamen hier naar Nederland omdat het hier beter is, niet omdat ze anders dood gingen. Dat maakte mij boos, ik vond dat niet eerlijk. Ik praatte alleen met Vluchtelingenwerk, maar na zes maanden kwam bij mij het besef: ‘ik heb een verhaal dat verteld moet worden’ en begon ik mijn verhaal te vertellen door schilderijen te maken.”

Ik wil terug naar Syrië

“Mijn moeder en mijn zusje konden uiteindelijk ook naar Nederland toe komen. Mijn vader is opgepakt omdat hij niet de goede papieren heeft en we weten niet waar hij nu is. Dat mijn moeder en mijn zusje in Nederland kwamen, was een prachtig moment, maar na drie jaar herkenden we elkaar bijna niet meer. Het is moeilijk om elkaar te accepteren. Mijn moeder wilde graag dat ik hetzelfde meisje was als toen ik 14 was, terwijl ik dat niet ben. Mijn moeder is ook veranderd, de oorlog heeft haar helemaal stuk gemaakt. Dat maakt de thuissituatie moeilijk. We praten nooit over wat er is gebeurd. Dat is te pijnlijk.

Mijn zusje herkende mij eerst niet en noemde mij mevrouw Amani. Gelukkig gaat dat wel beter nu. Ze heeft nog veel last van de oorlog, ook al is ze nog maar vier jaar. Ze slaapt heel slecht en heeft veel nachtmerries. Ze vraagt constant waar onze vader is en dat proberen we zo goed mogelijk uit te leggen. Mijn moeder en ik gaan weinig naar een therapeut. Mijn moeder heeft moeite met de taal en ik vind het nog steeds heel moeilijk om te praten over wat er is gebeurd.

Ik zit nu in een schakeljaar zodat ik volgend jaar naar de universiteit kan om civiele techniek te studeren. Als ik mijn opleiding heb afgerond wil ik terug naar Syrië, ook als het daar nog niet veilig is. De grond waar je je bloed verliest is jouw land. Mijn broer, mijn oom, mijn vader, ze zijn allemaal in Syrië. De dood maakt mij niet meer bang, martelen maakt mij niet meer bang. Ik wil een verschil maken in mijn land.”

De oorlog in Syrië duurt al ruim zes jaar. Het begon met vreedzame protesten tegen Assad, inmiddels is het een ontzettend ingewikkeld en langdurig conflict. Samen met Dorcas, EO Metterdaad, Kerk in Actie en World Vision vraagt BEAM hulp en aandacht voor de Syrische vluchtelingen in en rond Syrië. Helpen? Ga naar eo.nl/beamvoorsyrie en maak een 5 euro Tikkie over.

BEAM LIVE Syrië Special woensdag 20 december om 19.00 uur: Stel alvast een HERINNERING in en kijk LIVE mee!

Volg ons