Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down
29 November 2017

Ik red me wel | Denkstof #15

Denkstof is een serie unieke en inspirerende video's vol bezinning en geloofsvragen. In deze aflevering gaat het over dat we soms denken dat we het zelf allemaal wel kunnen, maar dat we God juist nodig hebben.

Ik vertrouwen op mijzelf

Weet je, ik red me wel. Natuurlijk, ik heb mijn vrienden nodig. En ik moet bij hen natuurlijk geregeld mijn hoofd laten zien. Je moet het onderhouden. En het helpt dat ik altijd iets interessants te vertellen heb. Maar dan zijn ze er ook gewoon voor je. lk red me wel. Verder heb ik niets nodig.

Nou ja, mijn baan... En mijn bandje, het theater... Die heb ik nodig. Anders wordt het ook zo saai. En mensen die me waarderen. En niet te vergeten mijn vrouw, mijn kind. Maar verder red ik me wel. Geld is natuurlijk ook belangrijk. En een prettige plek om te wonen. En goed contact met m'n ouders. Maar verder red ik me wel. Verder wel.

Waarom zou ik dus naar een kerk gaan? De kerk is toch voor mensen die depressief zijn, onzeker, een rotjeugd, verslaafden en zo? lk red me wel. Zo lang alles gaat zoals nu natuurlijk. Met mijn vrienden, familie, werk, podium, vrouw, kind, geld, huis. lk bedoel, zolang alles er is, red ik me wel.

Je hoort erbij

Net als Zacheüs. Zacheüs was klein van stuk. Moest altijd ergens op klimmen om iets te kunnen zien. Hoorde er nooit helemaal bij. En op een dag besluit hij: nu ga ik goed voor mezelf zorgen, ik word belastingambtenaar. Voor de bezetter, de Romeinen. Een ongelofelijke landverrader dus. Hij werkt keihard, maakt carrière en wordt de hoogste ambtenaar. En van al het geld dat binnenkomt, schuift hij natuurlijk iets voor zichzelf weg. Zijn huis wordt groter en groter. Hij heeft het gemaakt. Hij redt zich wel.

Dan komt Jezus de stad in. En er is iets mysterieus met die Jezus. Zacheus, die toch niemand nodig heeft, wil hem per se zien. Dus hij klautert, zoals zo vaak, een boompje in. Zo kan hij over de mensen heenkijken, maar niemand ziet hem zitten. Veilig verscholen achter de bladeren. Tenminste, veilig..

Jezus ziet je zitten

Het was te verwachten natuurlijk, maar Jezus ziet hem zitten. De omstanders gniffelen, Jezus zal die verrader eens goed de waarheid zeggen, zo van: 'Hier... Op je knieën! Je misbruikt je mede-Joden. Smeek om vergeving!' Maar Jezus maakt geen verwijten, hij toont ook geen medelijden trouwens: 'lk snap het wel, je bent altijd gepest...' Nee, hij zegt eenvoudig: Kan ik vanavond bij je komen eten?'

Verwijten kent Zacheüs. Medelijden ook. Maar dit is nieuw. Iemand wil gewoon bij hem thuis komen. Niet om te netwerken, maar... om hemzelf. Alsof ze vrienden zijn. En die Jezus is blijkbaar niet bang voor imagoschade. Zacheüs voelt zich voor het eerst echt gezien en beseft opeens dat hij iets te geven heeft. En dat wordt zijn nieuwe ding.

Later op de avond schiet hij vol en verklaart: 'Alles wat ik anderen heb afgetroggeld, betaal ik dubbel en dwars terug.' Van een afperser wordt Zacheüs een gever. Zacheüs redde zichzelf, maar voelt zich nu gered. Opgelucht, vrij. Hij kan weer ademhalen en deelt vrolijk en royaal uit.

Ik vertrouw mijzelf niet

Jezus komt voortdurend mensen als Zacheüs tegen. Mensen zoals ik. En vreemd, we redden onszelf wel, we houden onze eigen broek wel op. En toch... Hij heeft iets. Hij doet ons iets... Want als ik eerlijk ben — ik red het niet echt. lk heb zoveel nodig. Als even een vriendschap stroef loopt, besef ik weer dat ik zo zelfstandig niet ben. Als ik een misser maak op het podium — ik kan wel door de planken zakken. Er hoeft maar iets te gebeuren met mijn vrouw of mijn kind... lk wil er niet eens over nadenken.

lk red het niet. lk baal er vooral van hoe ik het zelf toch steeds weer probeer. Hoe ik mijn grote bek inzet, hoe ik geïrriteerd raak, hoe kruiperig ik soms doe — allemaal maniertjes om het zogenaamd te redden. lk wil dat er iemand is, die ik kan vertrouwen, die ik echt kan vertrouwen, die mij ziet. Die door die praatjes van mij heen kijkt, die mijn eenzame, onzekere, twijfelende binnenste ziet en bij wie ik mijn maniertjes niet nodig heb.

De club van Jezus

Daarom hoor ik bij die club van Jezus, bij de kerk. Want meer dan alles, wil ik gered worden van hoe ik mezelf probeer te redden. lk wil gered worden van mezelf. In de kerk wordt dit verteld. Want daar zitten we dan. Succesvolle mensen en zogenaamde mislukkelingen, naast elkaar. Allemaal kunnen we uit onze boom komen, achter ons tolpoortje vandaan, weg van alle praatjes en maniertjes.

En we kunnen bij deze Jezus zijn en met hem eten. Daar kunnen we langzamerhand, net als Zacheüs, veranderen van mensen die zichzelf wel redden, tot mensen die zich gered voelen. Gered van hun maniertjes, van hun trucjes om zichzelf te redden. Opgelucht ademhalend dat die niet meer nodig zijn. Vrij. Ontspannen.

lk geloof in Jezus omdat hij niet in mijn praatjes gelooft — maar in mij.

Bijbelteksten: 
-‘Jezus eet met zondaars’ – Lucas 5:27-32 en 15:1-7
-Natanaël – Johannes 1:43-51
-Mattheüs – Marcus 2:13-17 (wordt hier Levi genoemd)
-Zacheüs – Lucas 19:1-10

Doorpraten: 
-Schat eens, hoeveel procent van je leven heb je zelf gemaakt? En hoeveel heb je gekregen van anderen?
-Wat vind jij ‘gevaarlijk’ aan Jezus? Waarin is hij een ‘bedreiging’ voor je huidige leven?
-Wat vind jij aantrekkelijk aan Jezus? Waarin zou hij jouw leven mooier kunnen maken?
-Wat heb jij te geven?

Volg ons